Foto:  belga
Terrorisme

Proces aanslagen: ‘Vandaag komt dreiging vooral van dader die alleen handelt’

Volgende week start het proces rond de aanslagen van 22 maart, die werden gepleegd door een terreurcel. De terreurdreiging is sindsdien kleiner, zegt antiterreurdienst Ocad, en gaat minder uit van groepen.

Na de reeks bloedige aanslagen in Europa in de periode 2015-2017 is de terreurdreiging kleiner geworden. ‘Het jihadistische gedachtegoed blijft wel mensen inspireren’, zegt Gert Vercauteren, directeur ad interim van het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (Ocad). In een persbericht dat Ocad uitstuurde, waarschuwt hij voor daders die alleen willen handelen.

Het Ocad verspreidt die analyse naar aanleiding van het proces over de aanslagen in de luchthaven in Zaventem en het metrostation Maalbeek, dat volgende week begint. ‘De gebeurtenissen van 22 maart 2016 maakten deel uit van een hele reeks aanslagen in Europa. Het waren de laatste acties door commando’s gecoördineerd door terreurgroep IS. Nadien vonden nog aanslagen plaats, maar die werden niet meer op dezelfde manier aangestuurd. Het waren zogenaamde lone actors, daders die alleen handelen, die gewelddadige acties uitvoerden. Die daders laten zich misbruiken door de jihadistische ideologie en zijn zelf nooit in Syrië of Irak geweest.’

Kleinere dreiging, maar ‘geen zelfgenoegzaamheid’

Vandaag is de dreiging voor terreur in ons land kleiner dan destijds, merkt het Ocad op. Het dreigingsniveau staat al sinds januari 2018 op niveau 2 op een schaal van 4. ‘Toch zijn er nog heel wat elementen die ons zorgen baren en die we van nabij opvolgen’, zegt Gert Vercauteren. ‘Er is geen reden tot zelfgenoegzaamheid. Het incident van 10 november waarbij een politieman is gedood door een gekend extremist toont dat helaas aan.’

Een dader die alleen wil overgaan tot een gewelddadige actie is minder makkelijk op te sporen dan wanneer die deel uitmaakt van een groep. En naast een ideologisch gedachtegoed spelen ook ‘persoonlijke grieven’ bij individuen een rol. ‘Net zoals bepaalde symbolische gebeurtenissen of een psychische problematiek.’

Drie weken geleden viel een geradicaliseerde man twee agenten aan in Brussel. Eén van hen, Thomas Monjoie, overleefde de messteken niet. Dader Yassine Mahi stond op de Ocad-lijst met gevaarlijke individuen.

Die lijst, ook bekend als de Gemeenschappelijke Gegevensbank, telt momenteel 702 namen, wat betekent dat de personen prioritair worden opgevolgd in het kader van de strategie tegen terrorisme en extremisme. Ook opvolging van het radicaliseringsproces maakt daar deel van uit, via de ‘Strategie T.E.R’. Op de Ocad-lijst staan 64 rechts-extremisten, veertien links-extremisten en 624 jihadisten. ‘De dreiging is de laatste jaren veel meer diffuus geworden’, zegt Vercauteren.

Vorig jaar waren er in ons land 218 dreigingsmeldingen die verband houden met terrorisme of extremisme. ‘Een derde van de meldingen komt uit de hoek van een jihadistische ideologie. Iets meer dan een tiende van de meldingen houdt verband met rechts-extremisme. Meerdere dreigingen zijn afkomstig uit het buitenland, waarbij bepaalde regimes hun pijlen richten op vermeende opposanten in België. Voor een significant aantal meldingen die het Ocad ontving, is de ideologische dimensie van de dreiging niet gekend of onduidelijk. De dreiging op het vlak van links-extremisme bleef beperkt.’

Signalen vroeg opsporen

De strategie T.E.R. biedt een kader om signalen van extremisme vroeg te detecteren. ‘Problemen in een vroeg stadium kunnen vaststellen is één zijde van de medaille’, stelt Vercauteren. ‘Aan de andere kant is het nodig om gepaste acties te koppelen aan die signalen om de dreiging zo veel mogelijk te reduceren.’

Wist je dat je ook zonder abonnement elke maand 3 betalende  plus-artikels kunt lezen?

Meld je aan en lees gratis ›

Vul je e-mailadres en wachtwoord in

Aangeboden door onze partners
Aangeraden
Niet te missen