BEREKEN ZELF

Is het leven voor u duurder geworden dan voor een ander?

laatste update: woensdag 29 juni 2022

Bent u de pineut van de inflatie? Of weet u net uitstekend te ontsnappen aan de hogere prijzen? Bereken aan de hand van zes eenvoudige vragen uw persoonlijke inflatie.

Fred Debrock

 

Het leven wordt in sneltempo duurder. Wat u koopt, kost gemiddeld 9,7 procent meer dan een jaar geleden. Maar dat is de inflatie voor de gemiddelde Belg. En dat bent u niet.

Door enkele belangrijke uitgaven onder de loep te nemen, is het mogelijk een inflatie te berekenen die nauwer aansluit bij uw uitgavenpatroon. En die dus beter weerspiegelt hoe sterk de prijzen voor u gestegen zijn.

Bereken hier uw persoonlijke inflatie


Vergelijk hieronder uw persoonlijke inflatie met de gemiddelde inflatie van 9.7%.

Ben ik de pineut?

De minimale inflatie, op basis van deze zes vragen, bedraagt 5,3 procent. De maximale inflatie in deze berekening is 15,7 procent. Ook The New York Times, die onlangs een gelijkaardige oefening deed voor de VS, stelde vast dat de persoonlijke inflatie varieert tussen 5 en 15 procent.

Waarom ligt uw inflatie gemiddelde? We gidsen u hieronder door uw persoonlijke inflatie.

 

Verlies ik aan koopkracht?

Het is niet omdat uw inflatie laag is, dat u per se beter af bent. Hoe sterk uw koopkracht daalt, hangt af van de mate waarin u gecompenseerd wordt voor het duurdere leven. De meeste werknemers, gepensioneerden of uitkeringstrekkers genieten immers een automatische indexering van hun loon, pensioen of uitkering.

Door de index weegt de hoge inflatie veel minder door op het gezinsbudget. Als uw inflatie 9 procent bedraagt, maar uw loon stijgt door de indexering met 7 procent, dan verliest u ‘slechts’ een slordige 2 procent aan koopkracht.

Om lonen en uitkeringen te indexeren, wordt de afgevlakte gezondheidsindex gebruikt. Doordat diesel en benzine, alcohol en tabak niet verrekend worden, compenseert de gezondheidsindex niet de volledige inflatie.

Voor alle lonen en uitkeringen worden dezelfde cijfers gebruikt, en dus is ook de compensatie na verloop van tijd voor iedereen gelijk. Maar de timing kan wel verschillen. Bij sommige werknemers, bijvoorbeeld bankbedienden, vindt de indexering om de twee maanden plaats. Bij ambtenaren en sommige werknemers maken de lonen een sprongetje van 2 procent, telkens de gezondheidsindex ook met 2 procent is gestegen. Dat geldt ook voor pensioenen en uitkeringen. Voor een grote groep bedienden vindt de indexering maar één keer per jaar plaats, in januari. Bij een kleine groep werknemers wordt het loon helemaal niet geïndexeerd, en ook zelfstandigen zien hun inkomsten niet per se stijgen.

Deze grafiek geeft uw koopkrachtwinst- of verlies van het afgelopen jaar weer, afhankelijk van de timing van de indexering. Die is berekend op basis van uw persoonlijke inflatie.

Hoe groot is de voorlopige koopkrachtstijging of -daling bij een persoonlijke inflatie van % volgens type indexering?

Als de indexering van uw inkomsten lager ligt dan uw inflatie, dan boet u aan koopkracht in. Ligt de indexering hoger, dan gaat u er op vooruit ondanks de hoge inflatie. Het is dus beter om een iets hogere inflatie te hebben en te genieten van de index dan een iets lagere inflatie die niet gecompenseerd wordt.

Hoe gingen we te werk?

De inflatie wordt berekend door voor alle goederen en diensten de prijsstijgingen te berekenen. Vervolgens worden die gewogen op basis van het uitgavenkorfje van de gemiddelde Belg. Goederen en diensten waar de Belg in het verleden veel geld aan uitgaf, wegen dus zwaarder door. Die gewichten zijn gebaseerd op een enquête, waarbij ruim 6.000 gezinnen voor een korte periode alle uitgaven bijhouden. We gebruiken hiervoor de cijfers van 2018 omdat de cijfers van 2020 vertekend zijn door de coronamaatregelen.

Om uw persoonlijke inflatie te berekenen, passen we de gewichten in het mandje aan, op basis van uw uitgavenpatroon. Een voorbeeld: voor wie geen aardgas verbruikt, zetten we het gewicht op nul. Voor wie dat wel doet, trekken we het gewicht net fors op.

Daarvoor maken we gebruiken van gemiddeldes, die mogelijk niet overeenstemmen met uw uitgavenpatroon. Als u aardgas verbruikt, gaan we ervan uit dat u een gemiddeld verbruik heeft. Mogelijk zet u de verwarming op een lager pitje, of zit u er graag warmpjes bij.

Dat geldt niet alleen voor aardgas, maar voor alle 250 categorieën van producten en diensten waarop de inflatie berekend wordt. Bovendien kan de inflatie per product ook afwijken, doordat u andere merken koopt of een koopjesjager bent die vlot kortingen scoort.

Bijgevolg wijkt uw persoonlijke inflatie af van de hier berekende inflatie. De methode laat weliswaar toe om een inflatie te berekenen die nauwer aansluit bij de prijsstijgingen die u ervaart. Maar het blijft een ruwe benadering, gebaseerd op gemiddelden en aannames. Ook het aandeel van de bevolking dat binnen een inflatiecategorie valt, is een ruwe benadering.

Tekst: Dries De Smet; Berekeningen: Dries De Smet, Ruben Mooijman; Datavisualisatie: Andy Stevens & Tina Boeykens; Bronnen: Statbel, Creg, Fod Mobiliteit, Febiac, Fod Bosa