camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

zeitgeist De burn-outpandemie

‘Toen ik weer ging werken, behandelde het bedrijf me als een gevaar’

Burn-out? Dat ging over mensen die niet willen werken, dacht een jonge hoogspanningswerker. Tot hij bij een offshore windmolen op 10 meter hoogte blokkeerde en moest worden afgevoerd. ‘Onder arbeiders spreek je niet over gevoelens. Je wilt niet als duts overkomen.’

woensdag 8 juni 2022 om 3.25 uur

Martha Verschaffel

I was living a dream. Mijn job was avontuurlijk, ik ging met de boot de zee op of met een helikopter ter plaatse. Ik werkte bovendien als elektricien, mijn expertise. Als je offshore op een windturbine met hoogspanning werkt, moet je continu alert zijn. Je kunt 100 meter vallen, geplet raken tussen roterende delen, er kan iets ontploffen. Maar ik kon mijn collega’s blind ­vertrouwen. Het totaalplaatje klopte.’

Tot de fabrikant waar hij voor werkte failliet ging. ‘We bleven werken, maar de onzekerheid bezorgde me enorm veel stress. Gelukkig werden we overgenomen, helaas ging het vanaf dat moment pijlsnel bergaf. Het bedrijf deed alles in eigen ­beheer. De werkdruk steeg enorm, inge­nieurs waren vertrokken, wisselstukken moesten we zelf zoeken. Het bedrijf stond financieel zwaar onder druk en dat sijpelde door naar de werkvloer. Onderhouds­techniekers moesten zich steeds meer ­verantwoorden, we kregen piepjonge controleurs van het bedrijf naast ons.’

‘Veel laaggeschoolde collega’s blijven werken voor het geld. Ik zie hun frustraties. Ik hoopte dat ik de laatste zou zijn die vertrok, maar ik vrees ervoor’

Soms moesten ze onnodige risico’s ­nemen. ‘De windturbines moesten koste wat kost blijven draaien. Ik herinner me een onveilige transfer, terwijl de golven de boot twee meter diep lieten vallen. Eén avond moest ik nog voortwerken op 100 meter hoogte, hoewel dat niet veilig was. Een andere keer moest ik een onderdeel van één ton uit een turbine halen met een kraan die niet meer getest was na een zware brand. Risico’s die we voordien nooit moesten nemen.’

Stoere zeemansbonken

Veel begrip voor zulke klachten voelde hij niet bij zijn nieuwe manager. ‘Eén collega is na een menselijke fout in een mail naar iedereen te kijk gezet als klungel van de bende. De budgetten waren op, omdat zijn fout zoveel geld had gekost. Impliciet ­­krijg je de boodschap: oogkleppen op en doorgaan.’

Soms werd het hem te veel. ‘Toen ik een nieuw klimharnas vroeg, omdat het mijne tot op de draad versleten was, kreeg ik te horen dat hij het zou laten herstellen. Het maakte me razend. Dat is onze levenslijn, daar mág je niet op besparen. Ik heb mijn harnas doorgesneden en gezegd: “Hier, ­herstel het nu maar.”’

   • Rudi Laermans: ‘We moeten collectief ontangsten’

Zo fel reageerde hij normaal niet. Hij was ook snel geïrriteerd, maar aan burn-out dacht hij niet. ‘Dat ging over mensen die niet willen werken. Of die hun job niet aankunnen. Toch niet over een jonge gast ­zoals ik, boordevol energie?’

Tot hij een dag opstond met hoofd-, rug- en nekpijn. Een dafalgan hielp niet. ‘Mij ­laten vervangen ging niet, ik werkte die dag met een subcontractor. Die kosten veel geld. Op tien meter hoogte voelde ik plots de spieren van in mijn kleine teen tot mijn nek verzuren. Ik kon niet meer bewegen. Ze hebben me moeten ontzetten. Vroeger droeg ik vlot in mijn eentje een elektromotor van 80 kilo, nu kon ik niet eens meer een papiertje vasthouden. Ik kon niets meer. Fysiek én mentaal was ik op.’

Dramatisch, zeker in een wereld waar ­fysieke kracht vooropstaat. ‘Ik werkte in een mannenwereld met stoere zeebonken. Net als in de bouwsector praat je hier niet over gevoelens, dat is privé. Het taboe op mentale problemen blijft groot onder ­arbeiders. Als je uitvalt, ben je een mietje. Daar zat ik erg mee in, maar dat heeft de psycholoog snel uit mijn hoofd gepraat.’

Nochtans kreeg hij wel jaarlijks een vragenlijst over mentaal welzijn op het werk. ‘Daar deed iedereen lacherig over. Ik vulde snel overal een acht in als score. Hup, klaar. Alsof het arbeiders niet aanbelangde. Nu weet ik wel beter. Ik viel uit, omdat ik jaren mijn frustraties had opgekropt. Als ik me slecht voelde, hield ik mijn lippen stijf op elkaar. Maar je moet je niet schamen als het niet goed met je gaat. Je moet je hart luchten. In een echt gesprek. Maar daar hebben bazen vaak weinig tijd voor, alles verloopt via email. Dat helpt niet.’

Vertrouwen verloren

Hij vroeg psychische bijstand van zijn werkgever. ‘Ik kreeg te horen dat ik misschien eerst mijn privézaken op orde moest krijgen. Ja, ik zat in een verbouwing en mijn vrouw was hoogzwanger, maar een paar weken nadien was dat opgelost. Ik heb woedend het gesprek beëindigd.’ Maandenlang ging hij op gesprek bij de therapeut, leerde met oefeningen zijn ­lichaam tot rust te brengen, bakende het werk meer af.

Vol goede moed keerde hij terug, gewapend met het advies van een door het werk betaalde psychologe. ‘Ik vroeg vertrouwen en structuur, maar kreeg het omgekeerde. Het voelde alsof ze een groot seinlicht op mijn hoofd zetten en me een fluovest aantrokken, zodat iedereen van ver zou weten: pas op, hij is een gevaar voor ons bedrijf.’ Hij diende zijn ontslag in. ‘Wrang, want het bleef mijn droomjob.’

Hij heeft ander werk, al hoopt hij ­opnieuw in de sector aan de slag te gaan. Maar hij is veranderd. ‘Als ik ’s morgens moeite heb om uit bed te komen, weet ik dat ik moet oppassen. Dan ga ik wandelen met de hond, om even na te denken. Als ik nu voel dat ik een mindere dag heb, vertel ik collega’s dat ik wat kortaf kan reageren. Ik kader het. Vroeger zou dat niet bij me zijn opgekomen.’

Hij moedigt zijn vroegere collega’s ook aan om te zeggen wat op hun lever ligt. ‘Als je het lastig hebt, praat erover. Steek het niet weg. Veel laaggeschoolde collega’s ­blijven werken voor het geld. Maar ze naderen het punt waarop ik ben gebroken. Ik ­herken de signalen. Snel gepikeerd, nijdig ­reageren, last hebben van hun rug of nek. Voorlopig steken ze het op de fysieke overbelasting, maar ik zie hun frustraties. Bij mijn vertrek hoopte ik dat ik de laatste zou zijn, maar ik vrees ervoor.’

De waan van de dag snappen, begint bij de tijdgeest vatten. Onder de noemer Zeitgeist gaat De Standaard de komende maanden dieper in op drie kwesties die de wereld en onze levens overhoophalen: burn-out, cryptomunten en Europa na de Russische agressie.

Dit is een nieuwe aflevering in de reeks over burn-out. Wat is er met ons aan de hand? Zijn we te veeleisend voor onszelf? Of ligt het aan het systeem?

Journaliste Nathalie Carpentier zoekt elke woensdag de antwoorden bij wie zelf opgebrand raakte. Bent u bereid uw ervaring te delen, mail naar nathalie.carpentier@standaard.be

Loopt u het risico op een burn-out? Doe de test via de Burnout Assessment Tool van de KU Leuven op de DS-nieuwsapp.Download hem hier.

Aangeraden

Niet te missen