Longread EIC-3

De mysterieuze Belg in het Congo-kluwen

Wie is Kassim Tajideen? Ons land veroordeelde hem voor megafraude, Amerika plaatste hem op de sanctielijst voor zijn vermeende steun aan Hezbollah. Onderzoek van De Standaard onthult hoe de Belgische Libanees via een Congolese bank miljoenen dollars ontving en zo de Amerikaanse sancties omzeilde.

vrijdag 26 november 2021

Wie is Kassim Tajideen? Ons land veroordeelde hem voor megafraude, Amerika plaatste hem op de sanctielijst voor zijn vermeende steun aan Hezbollah. Onderzoek van De Standaard onthult hoe de Belgische Libanees via een Congolese bank miljoenen dollars ontving en zo de Amerikaanse sancties omzeilde.

vrijdag 1 januari 2021

Juli 2020, Kassim Tajideen (66) komt thuis in Hanaway. De ­Belgisch-Libanese zakenman, die drie jaar in een Amerikaanse ­gevangenis zat, wordt in het zuiden van Libanon als een held onthaald. Wuivend door het dakraam van een Mercedes-SUV trekt hij door de straten. Toeterende scooters en auto’s rijden in een stoet achter hem aan. Op videobeelden is te zien hoe hij aan de voordeur van zijn enorme villa met rijst bestrooid wordt. De oprijlaan kleurt rood van het bloed van vers geslachte schapen. In het kleine Hanaway ­kennen de dorpelingen hem als een magnaat én ­filantroop. Een selfmade man die zich heeft opgewerkt uit diepe armoede en een succesvol zaken­imperium heeft uitgebouwd in Europa en Afrika. ­Tajideen stelde er honderden landgenoten te werk en ­betaalde hun ziekenhuiskosten. Maar elders in de wereld is zijn reputatie schimmiger.


In België werd hij in 2009 veroordeeld voor miljoenen­fraude in de nasleep van het onderzoek naar de Arabisch-Europese Liga van ­Dyab Abou Jahjah. Dat hij die witgewassen miljoenen zou hebben doorgesluisd naar Hezbollah, een gewapende sjiitische groepering én een politieke partij in Libanon, werd door het Belgische gerecht niet bewezen en door Tajideen ontkend. Toch plaatsten de Amerikanen hem datzelfde jaar op een sanctielijst als ­terreurfinancier - een mokerslag voor een zakenman die wereldwijd moet kopen en verkopen in dollars.

De gelekte documenten uit Congo hold-up, het onderzoek van De Standaard en zijn partners, tonen in detail hoe Kassim Tajideen en zijn zakenpartners de sancties omzeilden en 88 miljoen dollar versluisden. Via een filiaal van de BGFI-bank dat ook door de clan van de voormalige Congolese president ­Joseph Kabila gebruikt werd om staatsgeld weg te pompen, dook de mysterieuze Belg onder de radar van de machtigste regering ter wereld. Hij bleef ­handelen met zijn Congolese netwerk, dat kapte in het kostbare regenwoud, geld doorstortte naar de ­Kabila’s en ook Europees ontwikkelingsgeld opstreek.

Over het onderzoek Congo hold-up, het grootste Afrikaanse datalek ooit, onthult hoe de bank BGFI werd gebruikt om de natuurlijke rijkdommen en de staatskassen van de Democratische Republiek Congo te plunderen. Met de opbrengsten van die plundertocht financierde de entourage van voormalig president Joseph Kabila haar binnen- en buitenlandse weelde. Maar daar hield het niet op.
lees meer

Ze hielden ook een corrupt systeem overeind waarin de BGFI-bank een draaischijf was. De bankengroep BGFI heeft een troebele geschiedenis als de spil in corrupte deals van Afrikaanse autocraten en Europese ondernemingen. Congo hold-up bewijst dat het ook een doorgeefluik was voor wie invloed wilde uitoefenen op Kabila: internationale zakenlui, maar ook Chinese staatsbedrijven verwikkeld in enorme mijnbouwondernemingen.

De bank bood ook onderdak aan Belgen die de voormalige president hielpen geld te versluizen, bedrijven die worden verdacht van de financiering van Hezbollah en een Belg die zich in alle stilte verrijkte op de kap van Congolese landbouwontwikkeling.

In een onuitgegeven onderzoeksalliantie hebben het medianetwerk European Investigative Collaborations (EIC) en zijn mediapartners een team gevormd met een groep non-profit onderzoeksgroepen onder leiding van het Plateforme pour la protection des lanceurs d’alerte en Afrique (PPLAAF). Samen hebben ze de documenten van Congo hold-up meer dan negen maanden onderzocht.

Het datalek, dat in handen kwam van PPLAAF en de Franse onderzoekssite Mediapart, bestaat uit meer dan 3,5 miljoen interne documenten van de BGFI, samen met miljoenen transacties over een periode van ongeveer tien jaar.

De komende weken leggen De Standaard en zijn partners de netwerken bloot die geld verduisterden en versluisden via de bank. We laten zien bij wie het geld terechtkwam, waar het aan besteed werd en hoe internationale banken faalden in het stoppen van die dubieuze geldstromen.

Taxichauffeur wordt zakenman

Kassim Tajideen groeide op in een eenkamerwoning zonder sanitair, toilet of elektriciteit. Hij deelde de ruimte met een koe, zijn ouders en vijftien broers en zussen. Twee van hen stierven in het kraambed, een ­derde op zesjarige leeftijd. Als tiener trok Tajideen naar Beiroet, waar de oom van een vriend hem aan een slaapplek hielp onder een trapgat. In de ­Libanese hoofdstad speelde de jonge ­Tajideen voor taxichauffeur – zonder vergunning of rijbewijs – tot hij zijn oldtimer verkocht en met dat geld een ticket naar Sierra Leone aanschafte.

In West-Afrika bouwde Kassim als twintiger al snel een klein imperium op. Hij nodigde zijn broers uit, werd een succesverhaal binnen de grote Liba­nese ­diaspora en breidde zijn zaken uit naar België en Congo. Vanaf 1989 vestigde hij zich met zijn gezin in Antwerpen, dat een knooppunt is voor de export naar West- en Centraal-Afrika. Zijn broers en zakenpartners bleven in Afrika, vanwaar ze de zaken mee in de ­gaten hielden.

‘Was hier maar een Congo Futur. Dan konden we eten kopen.’

Congolese winkels

‘Een Congo Futur-winkel, hier? Nee, daarvoor moet je in Kimpese zijn. Hier hebben we helemaal niets.’ Een groep magere mannen zit in een bar naast een verlaten zandweg in de provincie Kongo Central. Naast hun stamkroegje staat een roestig reclamebord. Het moet een van de laatste in het land zijn waarop Congo Futur nog wordt geafficheerd. ‘Was hier maar een Congo Futur’, zegt een van de mannen. ‘Dan konden we eten kopen.’

Congo Futur is een van de beroemdste merk­namen in het land. De winkeltjes, bouwwerven en loodsen van het bedrijf waren overal te vinden. In zijn kruidenierszaken, zoals die in Kimpese, verkochten ze vleeswaren, tarwemeel en andere geïmporteerde producten. Ahmed Tajideen, de broer van Kassim, runde het bedrijf in Kinshasa als ‘dochteronderneming’ van Kassims Antwerpse import- en ­exportfirma Soafrimex. Dat vertelde hij in december 2000 aan Amerikaanse diplomaten, blijkt uit een ­diplomatiek telegram dat De Standaard vond in de database van Wikileaks.

Congo Futur lokte al vanaf het begin controverse uit. Concurrenten klaagden bij de Amerikaanse ambassade dat het bedrijf in drie jaar tijd de grootste voedseldistributeur van Congo werd door tegen dumpingprijzen te verkopen. ‘Ze (de concurrenten, red.) vragen zich af of Congo ­Futur diamanten koopt of Congolese francs smokkelt naar rebellengebieden, waar de franc bijna twee keer zo veel waard is als in Kinshasa.’ Ahmed vertelde de Amerikaanse diplomaten in 2000 dat Congo Futur louter uitblonk dankzij de grote handelsvolumes en ‘efficiëntie’.

Abou Jahjah

Eind de jaren 90 begon zijn broer Kassim, die ondertussen de Belgische nationaliteit had verworven, met Soafri­mex te frauderen in ons land. Vanuit zijn kantoor in de Antwerpse Seefhoek zette hij een systeem op waarmee hij massaal belastingen ontdook, witwaste en facturen vervalste met de hulp van Ahmed, die bij Congo Futur de touwtjes in handen had. Door een stom toeval kreeg de Belgische justitie hen in het vizier. Nadat een witte Antwerpenaar in november 2002 zijn buurman had doodgeschoten, een 27-jarige Marokkaanse islamleraar, was België in de ban van de Arabisch-Europese liga (AEL) onder leiding van Dyab Abou Jahjah. Via diens broer Ziad, die werkte bij Soafrimex, verschenen de Tajideens op de radar van de Staatsveiligheid.

Op zaterdagavond 30 november 2002, amper vier dagen na de schietpartij, kreeg Kassims echtgenote Huda Saad even na achten een telefoontje van haar zoon: de politie stond voor de deur van hun appartement in Berchem. De Staatsveiligheid verdacht ­Soafrimex van het steunen van Abou Jahjahs AEL, handel in bloeddiamanten en financiering van Hezbollah.

Die ‘Partij van God’ werd berucht na een bloedige aanslag in 1983 op kazernes in Beiroet met Amerikaanse en Franse troepen. De beweging stelde zich gaandeweg meer open voor democratie, maar schaarde zich onlangs nog aan de zijde van dictator Bashar al-Assad in de Syrische burgeroorlog. Voor de sjiitische groepering is de ­Libanese ­diaspora in Afrika een belangrijke bron van financiering. Soms steunen buitenlandse Libanezen de organisatie uit overtuiging, soms worden ze ook afgeperst. In 2004, bijvoorbeeld, beschuldigden Amerikaanse diplomaten Hezbollah ervan systematisch winsten uit de diamanthandel in West-Afrika weg te sluizen.

Het Belgische gerecht kon de meest spectaculaire verdenkingen tegen Tajideen niet hardmaken, maar het onderzoek naar de geldstromen van Soafrimex ­leverde wel iets op: 50 miljoen euro aan boekhoudfraude. In december 2009 veroordeelde het Antwerpse hof van beroep Kassim Tajideen, zijn vrouw Huda en broer Ahmed tot gevangenisstraffen die opliepen tot twee jaar met uitstel. Het hof nam hen ook meer dan 19 miljoen euro aan illegale inkomsten af.

Ziad Abou Jahjah ‘was niet betrokken’ bij de activiteiten van Tajideen, zegt hij, ‘en ik werd vrijgesproken van alle aanklachten’.Dyab Abou Jahjah blijkt op geen enkele manier bij het dossier betrokken te zijn. ‘Het was een regelrechte karaktermoord op mij’, reageert hij vandaag. ‘De media en politici hebben daar gretig aan meegedaan.’

‘Iedereen in Libanon is betrokken bij Hezbollah! Hezbollah bouwt ook scholen en ziekenhuizen. Voor hen is dat het Leger des Heils.’ Kassim Tajideen aan José Conrado

Bolwerken en dekmantels

De Treasury, het Amerikaanse ministerie van Financiën, oordeelde in 2009 wel dat Kassim Tajideen met zijn broers ‘dekmantelbedrijven voor Hezbollah in Afrika’ runde en de groep in Libanon ‘tientallen miljoenen dollars’ bezorgde. Hij belandde op de Amerikaanse sanctielijst als een specially designated global terrorist (SDGT). Dat soort economische sancties werd na de Al-Qaeda-aanslagen van 11 september 2001 een van de minst opvallende, maar krachtigste Amerikaanse wapens in de war on terror. In een mail aan De Standaard legt Robert Clifton Burns van het internationale advocatenkantoor Crowell & Moring uit dat wie gesanctioneerd wordt, niet langer mag gebruikmaken van dollars, de Amerikaanse munt die de ­wereldhandel domineert. ‘Het schenden van de sancties brengt hoge boetes mee’, zegt Burns. ‘Zo’n 300.000 dollar per inbreuk.’

Dat Washington wereldwijd gretig banken bestrafte die de sancties negeerden, schrok finan­ciële instellingen af. En dus kreeg Kassim Tajideen geen krediet meer. De baas van een zaken­netwerk met een miljardenomzet bezat tien jaar ‘geen creditcard of bankrekening meer’, zou hij later zelf verklaren. De sancties deden zijn imperium ­wankelen en eisten ‘een enorme tol van de familiebedrijven’, aldus Tajideen.

Hoe innig zijn banden met Hezbollah zijn, zal raadselachtig blijven. Gedetailleerde bewijzen voor hun aantijgingen leverden de Amerikanen immers niet. Ook nu, jaren later, kan de Treasury geen commentaar geven op specifieke vragen over het dossier tegen Tajideen, maar dat weerhield het ministerie van Financiën er niet van om de hele familie aan te pakken.

‘Ik hou van Hezbollah, iedereen houdt van Hezbollah, maar ik heb er geen banden mee.’
Ali Tajideen

In 2010 legde het een sleepnet rond broers van Kassim en hun bedrijven. Ahmed bleef gespaard, maar diens bedrijf Congo Futur belandde wel op de sanctielijst als dekmantelbedrijf voor Hezbollah. Net als broer Ali, een vastgoedondernemer en volgens de Amerikanen een ‘Hezbollah-commandant’ die de groepering verzekerde van ‘strategische bolwerken’.

In 2007 had een reporter van Christian Science Monitor ontdekt dat Ali met contant geld huizen van verarmde druzen en christenen in Zuid-Libanese dorpen in de buurt van Hezbollah-basissen opkocht. Op hun gronden bouwde hij woningen, waar volgens de dorpelingen vrijwel uitsluitend sjiieten kwamen wonen.

Satellietbeelden van het plaatsje Qotrani in Libanon. Op het beeld aan de rechterkant (2020) staan een aantal woonwijken die in 2009 (beeld links) nog niet te zien waren. Google Earth

 

Zo ontstonden nieuwe sjiitische corridors waar Hezbollahstrijders, die zich na de oorlog met Israël in 2006 meer naar het noorden hadden teruggeplooid, zonder pottenkijkers konden opereren. In 2016 ontkende Ali Tajideen dat hij in dienst van Hezbollah grond had gekocht. ‘Ik hou van Hezbollah’, zei hij in een interview met The Wall Street Journal. ‘Iedereen houdt van Hezbollah, maar ik heb er geen banden mee.’

Zijn vastgoeddeals ‘namens Hezbollah’ sloot Ali volgens de Amerikanen via Tajco, een bedrijf dat naar de naam Tajideen verwijst. Kassim was een van de oorspronkelijke aandeelhouders. Hassan Taji­deen, Ali’s zoon en de huidige ceo van Tajco, zegt vandaag aan De Standaard dat zijn bedrijf – dat in ­liquidatie zou zijn – niets te ­maken had met de aankopen van zijn vader.

Kassim Tajideen houdt al jaren vol dat hij zijn best heeft gedaan om zich te distantiëren van Ali, Tajco én Hezbollah. De Amerikaanse topadvocaten die hij in de arm nam, verklaarden dat hun ­cliënt ‘in augustus 2010 afstand deed’ van zijn 20 procent aandelen in Tajco, een jaar nadat hij door de sancties was getroffen. Bovendien was hij slechts een ‘nominale aandeelhouder’, stelden ze, zonder actieve rol in het bedrijf. In 2012 beloofde Kassim ook zijn ­zakelijke contacten met Congo Futur te zullen stopzetten.

‘Dat lossen moest snel, dus gaf ik de werkers bier en een biljet van 50. “Kom op, doorwerken.”’ José Conrado

Kipschip

José Conrado is de Portugese zaakvoerder van Meat Plus, een onbekend Nederlands vleesbedrijfje dat ­tussen 2011 en 2013 meer dan 50 miljoen dollar uit Congo ontving. In die periode, toen Tajideen al gesanctioneerd was door de Amerikanen, kreeg Conrado op zijn kantoor hulp van een van diens handelaren uit Beiroet, vertelt hij in een gesprek met twee journalisten van NRC, een partner van De Standaard in het Congo hold-up-onderzoek. ‘Ik vertrouw Kassim voor 100 procent. Ik ben bij hem thuis geweest, op de bruiloft van zijn kinderen’, zegt Conrado. ‘Hij is heel gelovig. Hij bidt minstens vijf keer per dag, zelfs hier in het kantoor.’

Bevroren kalkoenstaarten, MDM, een dikke pasta van uitgebeende kippenresten en ‘ander slachtafval’: de bestellingen volgden elkaar zo snel op dat Conrado’s firma op een bepaald moment 15 procent van alle vleesimport in Congo voor zijn rekening nam. Om de paar maanden regelde Conrado een ‘kipschip’ van Antwerpen naar Luanda in Angola of Matadi in Congo. De bulkschepen vervoerden in hun ruim minstens 5.000 ton bevroren kip en ander vlees, goed voor 250 volle vrachtwagens. Soms reisde Conrado met een koffer gevuld met 10.000 dollar per vliegtuig naar de haven van bestemming. ‘Dat lossen moest snel, dus gaf ik de werkers bier en een biljet van 50. “Kom op, doorwerken.”’

De Portugees bladert door zijn orderboeken. ‘Ik deed gewoon zaken met Congo Futur, hoor’. En de sancties dan? ‘Kassim zei mij: José, ze beschuldigen mij van samenwerking met Hezbollah, maar iedereen in Libanon is betrokken bij Hezbollah! Hez­bollah bouwt ook scholen en ziekenhuizen. Voor hen is dat het Leger des Heils.’

De verdwijntruc van Congo Futur

In de miljoenenstad Kinshasa staan maar enkele hoge torens. Beneden aan de Futur Tower, op de centrale Boulevard du 30 Juin, schuiven Toyota’s aan om te parkeren. Het gesanctioneerde Congo Futur, waarnaar de toren werd vernoemd, is nergens meer vermeld. Maar binnen in het massieve gebouw, blijkt uit het Congo hold-up-lek, timmerde een kleine groep mensen in de nasleep van de sancties aan een opvolger: Glory Group.

Futur Tower Kasper Goethals

Op papier hebben Glory Group en haar zuster­firma’s geen link meer met het gesanctioneerde bedrijf en kunnen ze dus zaken doen zonder Hezbollah-stempel. Toch pikten ze verschillende activiteiten van Ahmed Tajideens bedrijf op. In kantoorruimtes op de derde verdieping van de Futur Tower zag De Standaard enkele weken geleden een ­komen en gaan van Libanezen in maatpakken en vrouwen met hoofddoek.

Glory Group en haar zusterbedrijven behoren tot de belangrijkste klanten van de Congolese BGFI-bank. Ze doen aan import-export, vastgoed en, zo zeggen de ngo’s Greenpeace en Global Witness, ­illegale houtkap in het Congolese regenwoud. Ze ­gedragen zich als een hechte cluster en sluizen intern grote ronde bedragen naar elkaar door: nu eens 400.000, dan weer 500.000 dollar. Achter de schermen worden hun rekeningen gezamenlijk beheerd door een ex-aandeelhouder van Congo Futur en een zakenpartner van de vrouw van Ahmed Tajideen. Kassims broer, baas van het gesanctioneerde Congo Futur, leest vaak de mails van Glory Group en haar zusterbedrijven mee.

Die mails laten vreemde dingen zien. Zo tonen bankdocumenten dat 1.984.226 miljoen dollar vertrok van de rekening van een zusterbedrijf van Glory Group naar een Europese vleesexporteur. Elf dagen voor de transactie ingeboekt werd, stuurde een bankmedewerker naar het zusterbedrijf al een betalingsafschrift dat exact dezelfde transactie beschrijft, zij het dan uitgevoerd door een compleet andere ­opdrachtgever. Noch van het uitvoeren van die eerdere transactie, noch van het bestaan van de andere opdrachtgever vonden we een spoor. Een betalings­afschrift met een onbestaande opdrachtgever zou kunnen helpen om de ware identiteit van de ­opdrachtgever te camoufleren voor internationale partnerbanken die een transactie moeten doorloodsen. Is dat wat gebeurd is? Geen van de betrokken partijen beantwoordde onze vragen.

Een zusterbedrijf van Glory Group heeft minstens 6,6 miljoen aan Europese ontwikkelingsfondsen ontvangen, bedoeld om de slechte Congolese infrastructuur te verbeteren.

Europees ontwikkelingsgeld

Een van de opvallendste zuster­bedrijven van Glory Group is de Société Congolaise de Construction Moderne (SCCM). Langs de Kongorivier bouwt het bedrijf 108 meter hoge tweeling­torens, een landmark in Kinshasa. Op zijn website pronkte de bouwgigant lange tijd met eerdere ‘verwezenlijkingen’ zoals de Futur Tower, het hoofdkwartier van Congo Futur. Opmerkelijk, want die toren werd gebouwd toen er van de SCCM nog geen sprake was en Congo Futur nog rustig zijn gang kon gaan. Wanneer de SCCM ­financiering nodig heeft, wordt Ahmed Tajideen aangezocht voor een onderpand, ­tonen Congo hold-up-documenten. Toch houdt een vertegenwoordiger van het bedrijf, wanneer we hem contacteren, vol dat het ‘geen enkele band’ heeft met Congo Futur en dat hij geen weet heeft van het onderpand.

Ook opmerkelijk is dat een goed deel van de contracten die SCCM binnenhaalt, betaald worden met ­Europees geld. Zowel de Europese Commissie als de SCCM bevestigt dat het bedrijf minstens 6,6 miljoen aan Europese ontwikkelingsfondsen heeft ontvangen, bedoeld om de slechte Congolese infrastructuur te verbeteren. Het gaat dan onder meer over contracten voor de renovatie van scheepswerven, een nationaal opleidingscentrum voor de rechterlijke macht en een politieacademie.

Tussen 2013 en 2017 stuurden Congolese cliënten van de BGFI-bank meer dan 88 miljoen dollar naar Epsilon Trading in de Verenigde Arabische Emiraten, een brievenbusfirma zonder website, gevestigd in een vrijhandelszone bij de luchthaven van het emiraat Sharjah.

De vraag rijst of de Commissie er weet van had dat de SCCM gelinkt wordt aan het gesanctioneerde Congo Futur en de in België veroordeelde Ahmed ­Tajideen. ‘De Commissie had geen informatie over deze vermeende banden’, zegt een woordvoerster. Ze voegt eraan toe dat geen van de betaalde fondsen rechtstreekse subsidies zijn. ‘Het gaat om contracten voor werken en leveringen, die na een aanbestedingsprocedure zijn toegekend.’ Daarbij werden de regels nageleefd, aldus de Commissie, die ook ­onderstreept dat Congo Futur en Tajideen niet op Europese sanctielijsten staan.

De Kabila-connectie

Even interessant als de bronnen van het geld zijn de bestemmelingen. Op 9 maart 2016 mailt een van de Glory Group-zaakvoerders de directeur operaties van de BGFI-bank:

‘Goedendag mijnheer ­Moreau. Zoals afgesproken, gelieve de dollarrekening van Glory Group te debiteren met een bedrag van 1.000.000 USD ten gunste van de rekening van Sud Oil.’
Glory Group-zaakvoerder

Dat bedrijf, onthulden De Standaard en zijn partners vorige week, is een brievenbusfirma van de Kabila’s die tientallen miljoenen aan Congolees overheidsgeld heeft weggesluisd.

Een maand eerder werd op drie opeenvolgende dagen in totaal 2 miljoen op de rekening van Sud Oil gezet, met als vermelding ‘storting Glory’ en – wellicht een tikfout – ‘storting Glody’. Bankdocumenten geven aan dat de eerste van de drie stortingen – ter waarde van 705.000 euro – werd opgehaald bij Glory Group voor ze overgemaakt werd naar de rekening van Sud Oil. Dat bewijst zwart op wit dat er een connectie is tussen bedrijven die gelinkt zijn met de ­Tajideens en de Kabila-clan.

In 2017 komt ook de Congolese BGFI-bank in beweging. Die is er zich al lang van bewust dat ze klanten heeft die gelieerd zijn aan bedrijven op de Amerikaanse sanctielijst, maar nu gaat ze ook over tot het sluiten van een reeks rekeningen, waaronder die van de Glory Group. Een intern rapport van een jaar later, dat we vonden in het Congo hold-up-lek, erkent dat de bank al die tijd is blijven werken met bedrijven ‘gelinkt aan Congo Futur’. Het spreekt ook over ‘het falen van het hele interne controlesysteem van BGFI Bank RDC’. Maar bewijzen dat Congo Futur ook de eigenaar was van die ­bedrijven werden volgens het rapport niet aangetroffen, net zomin als transacties met bedrijven gecontroleerd door ­Kassim.

De Standaard vond die nochtans wel. De 88 miljoen dollar die van de Congolese cliënten van de BGFI-bank naar Epsilon Trading ging, toont dat het geld, ondanks de Amerikaanse sancties, zijn weg bleef vinden naar een bedrijf van Kassim Tajideen. In de vrijhandelszone bij de luchthaven van het emiraat Sjarjah in de VAE, hoefde Epsilon Trading bovendien geen belastingen te betalen op verhandelde goederen. De betalingen waren voor de meest uiteenlopende zaken: ‘hanen en kippen voor de kook’, ‘tomaten zonder azijn’, ‘dieselmotoren’ en ‘luchthavenstoelen’. In 2018 kwam aan het licht dat Kassim Tajideen achter het anonieme Epsilon zat. Hij gaf aan de Amerikaanse justitie toe dat hij Epsilon Trading als dekmantel gebruikte om, ondanks de sancties tegen hem, handel te kunnen blijven drijven. Al die tijd bleef hij geld opstrijken van de opvolgers van Congo Futur.

‘Deze verdachte heeft willens en wetens ­sancties overtreden en de veiligheid van onze natie in gevaar gebracht.’ Assistent-procureur Brian Benczkowski

Project Cassandra

Maanden voordien, op 12 maart 2017, was Tajideen gearresteerd in Marokko. Die arrestatie en zijn uit­levering aan de VS, later die maand, waren het resultaat van Project Cassandra, een operatie geleid door de Amerikaanse narcoticabrigade DEA. Die deed al onderzoek naar Hezbollah-netwerken in de cocaïnehandel richting de VS en Europa, maar de Amerikanen wilden ook het bredere ‘criminele ondersteuningsnetwerk’ van de Libanese beweging droogleggen.

Kassims arrestatie veroorzaakte opschudding in Kinshasa. Tijdens het proces tegen hem verklaarde DEA-agent Patrick Picciano dat een vertrouwelijke bron informatie had ‘over een beloning van 20 miljoen’, aangeboden door personen in de Libanese gemeenschap in Kinshasa, ‘voor iedereen die Tajideens vrijlating uit een Marokkaanse gevangenis kon regelen’.

Ook in Libanon zelf leek de Amerikaanse actie de steun voor Kassim Tajideens bij zijn achterban ­alleen maar te hebben versterkt. ‘Hij heeft misschien wel vijfhonderd mensen in Afrika in dienst genomen, uit het dorp en het hele zuiden’, zei een man in een ­videoreportage van de Libanese tv-zender Al Jadeed uit 2017. De verslaggever noemde Tajideen ‘het laatste slachtoffer van het despotisme van de VS’ en sprak ook met een vrouw die uitlegde dat haar ‘man niet werkt en dat hij (Kassim, red.) betaalde voor zijn hartoperatie, hij betaalde alles, alle medicijnen’. Op de vraag of de Tajideens banden hebben met Hez­bollah, zei een van de dorpelingen: ‘Helemaal niet. Zij werken in Afrika en dit gebeurt allemaal omdat zij concurrenten zijn van de Joden in de diamanthandel.’

Vijf jaar, vijftig miljoen

Na zijn arrestatie begon Kassim Tajideen aan een eenzame ballingschap in de Amerikaanse gevangenis, die volgens zijn advocaten ‘verwoestend’ was. In Libanon of België zou hij ‘een voortdurende stroom van vrienden en familie als bezoekers’ hebben gehad, daar was hij alleen. Na lange onderhandelingen bereikte Tajideen eind 2018 een overeenkomst met de Amerikanen: hij pleitte schuldig aan witwassen, maar op basis van een herziene aanklacht. Daarin werden alle verwijzingen naar Hezbollah en terrorisme geschrapt. ­Tajideen kreeg een gevangenisstraf van vijf jaar en werd 50 miljoen dollar afgenomen.

Assistent-procureur Brian Benczkowski reageerde verheugd. ‘Deze verdachte heeft willens en wetens ­sancties overtreden en de veiligheid van onze natie in gevaar gebracht.’ De veroordeling noemde Benczkowski een ‘voorbeeld van de voortdurende ­inspanningen van het ministerie van Justitie om Hezbollah en haar ondersteuningsnetwerken te ontwrichten en te ontmantelen’.

Kassim Tajideen bij thuiskomst. belga/afp

Gevangenenruil

Wanneer in maart 2020 de coronapandemie de kop opsteekt, dringen Tajideens advocaten aan op een vrijlating op medische gronden: zijn wankele gezondheid maakt hem een risicopatiënt. De rechter gaat akkoord. In juli 2020 mag hij terug naar huis, naar Libanon, waar de toeterende stoet hem opwacht. Kort na zijn vrijlating vertellen hoge ambtenaren in het Midden-Oosten aan het persagentschap Reuters dat Tajideen niet is vrijgelaten vanwege zijn gezondheid, maar als gevolg van ‘indirecte afspraken’ tussen Iran en de VS over het omruilen van gevangenen.

In België heerst verwondering. ‘Ze arresteren hem in Marokko, leveren hem uit aan de VS, veroordelen hem, en laten hem dan weer gaan’, zegt een agent van de Belgische militaire inlichtingendienst over de Amerikaanse demarche aan de Amerikaanse nieuwswebsite Business Insider. ‘De Iraniërs en Hezbollah houden niemand uit de VS vast die van vergelijkbare waarde is als Tajideen, dus hoe kan het hier om een ruil gaan?’

Zowel Tajideen als het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken ontkent dat er sprake was van een ruil. Vandaag staat de Belgische Libanees nog steeds op een Amerikaanse sanctielijst. In een reactie via zijn advocaat zegt Tajideen dat ‘de uiteindelijke aanklachten tegen mij in de Amerikaanse procedure geen betrekking hadden op mijn betrokkenheid bij terrorisme, noch is dit ooit bewezen.’ De sancties waren volgens hem onterecht vanaf het begin. ‘Ik heb nooit financiering of enige andere steun verleend aan een terreurorganisatie of Hezbollah.’

Kassim Tajideen reageert De Standaard probeerde alle genoemde personen en bedrijven te contacteren. De antwoorden die we kregen, bevinden zich grotendeels in de tekst. Dit is het uitgebreide antwoord van Kassim Tajideen.
lees meer

‘Wegens lopende en vroegere procedures kan ik helaas geen gedetailleerde antwoorden op uw vragen geven. Ik zou echter de volgende verklaring willen afleggen om enkele van de door u aan de orde gestelde kwesties te verduidelijken.

In de eerste plaats wil ik benadrukken dat ik tegen geweld ben en dat ik op geen enkele wijze een politieke partij financier, noch op enigerlei wijze bij een politieke partij betrokken ben. De uiteindelijk aanklachten tegen mij in de Amerikaanse procedure hadden geen betrekking op mijn betrokkenheid bij terrorisme, en dit is ook nooit bewezen.

Ik heb altijd volgehouden dat mijn vermelding als zogenaamde SDGT ongepast was, en dat ik nooit financiering of enige andere steun heb verleend aan een terroristische organisatie of aan Hezbollah.

Ten tweede was mijn vrijlating, zoals uit Amerikaanse rechtbankdocumenten blijkt, uitsluitend een geval van ‘compassionate release’, en geen onderdeel van een bredere deal of gevangenenruil. Zowel de Amerikaanse regering als ikzelf hebben dit herhaaldelijk verklaard, maar toch blijft dit een aanhoudend gerucht.

Ten derde heb ik tijdens mijn juridische worstelingen in de Verenigde Staten veel te lijden gehad van het door elkaar halen van feiten en personen, en ik heb daar hier nog steeds last van. Er lijkt veel door elkaar gehaald te worden in de informatie die u hebt verzameld en in de redenering die wordt gebruikt om die informatie op een bepaalde manier te contextualiseren.

Zo worden veel van de verschillende personen en bedrijven die u in uw vragen hebt genoemd lukraak met elkaar in verband gebracht en op hun beurt voorgesteld als een en dezelfde entiteit die naar verluidt verantwoordelijk zou zijn voor bepaalde handelingen. Door deze vermenging worden al deze personen en ondernemingen in een negatief daglicht gesteld. Als gevolg van deze vermenging wordt een onjuist beeld geschetst.

Vergeet niet dat sommige van deze bedrijven en personen door de regering van de Verenigde Staten aan een nauwgezet onderzoek werden onderworpen, maar dat slechts tegen een minderheid van deze bedrijven en personen actie werd ondernomen wegens ontduiking van sancties, aanklachten en/of Amerikaanse sancties. Ondernemingen en personen die niet aan Amerikaanse sancties zijn onderworpen, worden door de Amerikaanse regering effectief vrijgesproken, wat hen legitieme ondernemingen of legitieme individuen met legitieme transacties maakt. Als legitieme personen en bedrijven legitieme transacties verrichten, zou er geen vraagteken mogen zijn.

Bovendien kan ik niet spreken voor de transacties van deze bedrijven en personen, maar ik vind het wel verbazingwekkend dat geen enkele poging is ondernomen om de legitimiteit van de transacties te onderzoeken. Daar heb ik ook vaak last van gehad. In plaats daarvan lijkt het te volstaan dat de transacties rond deze bedrijven en personen lukraak in verband worden gebracht met op zichzelf staande gebeurtenissen en partijen om van hen een negatief beeld van te krijgen.’

Credits

Tekst: Roeland Termote, Kasper Goethale en Nikolas Vanhecke; Design & development: Tina Boeykens, Andy Stevens; Grafiek: Gert Verbelen; Beeld: Jan Desloover; Eindredactie: Ewald Dupan

In samenwerking met: European Investigative Collaborations