VS Verkiezingen

De veranderende staten van Amerika

Sinds 1900 vervierdubbelde de Amerikaanse bevolking van 76 tot 330 miljoen. De afgelopen decennia ging die toename gepaard met een extra omwenteling: het aandeel blanken nam snel af en zal in 2045 onder de vijftig procent duiken. Dat is goed nieuws voor de Democraten, die goed scoren bij hispanics en niet-blanke bevolkingsgroepen. Maar dan moeten ze die kiezers wel naar de stembus krijgen.

zaterdag 24 oktober 2020 om 3.25 uur

scroll
 

 

In 1970 was de blanke kiezer nog heilig

Vijftig jaar geleden waren blanken de onbetwiste meerderheid in de Verenigde Staten. Op dat moment waren er ook nog niet zoveel blanken van Latijns-Amerikaanse afkomst.

Alleen in een aantal zuidelijke staten als South-Carolina en Mississippi, en sommige noordelijke industriegebieden leefden veel Afro-Amerikanen. Zowel Republikeinen als Democraten stemden hun agenda vooral af op blanke kiezers: Democraten probeerden een achterban van ‘working class’- en lage middenklasse-blanken aan te spreken; thema’s als rassendiscriminatie werden slechts met veel terughoudendheid aangekaart om geen ethisch conservatieve arbeiders voor het hoofd te stoten.

Hispanics doen hun intrede in het zuiden van de VS

Rond 1990 begint het belang van de hispanic-gemeenschap stilaan toe te nemen, zeker in staten als Californië en Nieuw Mexico. Het aandeel blanken zakt daar op dat moment richting vijftig procent.

Toch blijft de blanke kiezer de dominante factor in de Amerikaanse politiek. Dat blijkt onder andere uit het politiek programma waarmee de Democraat Bill Clinton in 1992 de macht veroverde: Clinton concentreerde zich op het sociaal-economische, in de hoop dat zijn beleid ook hispanics en Afro-Amerikanen zou optillen. Van een heel uitgesproken diversiteits- of antiracismebeleid was minder sprake.

Blanke kiezers verliezen hun machtsmonopolie

In 2020 is het aandeel niet-blanke bevolkingsgroepen snel toegenomen, zeker in het zuiden van de VS en aan de Weskust. In Californië en New Mexico zijn blanken tegenwoordig in de minderheid. Die herverdeling kan ook een impact hebben op het resultaat in een aantal van de strijdstaten, zoals Florida en Arizona. In die laatste staat maken hispanics nu bijna een kwart van de kiesgerechtigden uit, 8 procent meer dan in 2000. Zo zou een staat die sinds 1996 geen Democratische presidentskandidaat meer koos, dit jaar terug naar Biden kunnen gaan. Zelfs in het klassieke Republikeinse wingewest Texas, waar Trump vier jaar geleden nog met een marge van 9 procent won, investeerde de Biden-campagne dit jaar aanzienlijke hoeveelheden geld en tijd.

Voor Biden komt het er dan wel op aan om jonge hispanics en Afro-Amerikanen massaal naar de stembus te lokken, iets waarin Hillary Clinton faalde.

Traditioneel kleurde de Amerikaanse meltingpot vooral zwart-wit

Een halve eeuw geleden golden de Verenigde Staten al als een meltingpot. Maar de diversiteit werd vooral bepaald door Europese afkomst en religie. Amerikanen waren van Britse, Ierse, Italiaanse- of Oost-Europese origine en qua geloof waren ze overwegend protestants, katholiek of niet-gelovig. In 1970 was het belang van deze factoren al behoorlijk afgenomen, ook al blijft John F. Kennedy tot op de dag van vandaag de enige katholieke president uit de Amerikaanse geschiedenis; een unicum dat de eveneens katholieke Joe Biden zou kunnen doorbreken.

In 1970 waren Afro-Amerikaanse kiezers een beperkt, maar solide Democratisch onderdeel van het electoraat.

Sindsdien is in meerdere staten de bevolkingsindeling drastisch veranderd

Hispanics –in 1990 zo’n 5,4 procent van de bevolking— hebben Afro-Amerikanen inmiddels voorbijgestoken als de tweede grootste bevolkingsgroep. Met uitzondering van specifieke groepen, zoals de Cubanen in Florida, leunen ook zij overwegend aan bij de Democraten. Dat vooral Republikeinen groot belang hechten aan een hek aan de Amerikaans-Mexicaanse grens hoeft dan ook niet te verwonderen.

Was Trump daarom de laatste Republikeinse president?

Op vijftig jaar tijd daalde het aantal blanken in de Amerikaanse samenleving van 87 naar 60 procent. Voorspellingen gaan ervan uit dat blanken in 2045 een minderheidsgroep zullen zijn. Na de (her)verkiezingen van Barack Obama gingen veel analisten ervan uit dat geen enkele toekomstige president verkozen zou raken zonder in zijn programma rekening te houden met Afro-Amerikanen, hispanics en Aziaten, die veertig procent van de bevolking uitmaakten.

Not so fast

Trump bewees het tegendeel: door middel van een extreme polarisering wist hij in strijdstaten een overweldigende hoeveelheid blanke kiezers zonder diploma hoger onderwijs aan zijn kant te scharen. Maar er was meer: minstens even bepalend voor Trumps overwinning was Hillary Clintons onvermogen om voldoende niet-blanken naar de stembus te krijgen. Ondanks het wegsmelten van het reservoir van blanke kiezers zonder hoger diploma, blijven ze een van de belangrijkste doelwitten van de Trump-campagne. Om hun verminderd aandeel te compenseren, zetten Republikeinen in op grotere mobilisatie en registratie onder deze groep. Vraag is of dat genoeg is. Alvast in de voorsteden lijken veel vrouwen niet geporteerd voor Trumps strategie, die inspeelt op angst voor sociale woningen, misdaad en zwarte Amerikanen. Want: ook suburbia is diverser dan vijftig jaar geleden.

Jonge kiezers stemmen progressiever… als ze opdagen

Leeftijd is een bepalende factor om stemgedrag te verklaren. Zeker bij de verkiezingen van 2008 en 2012 bleek dat veel jongeren voor Barack Obama hadden gekozen. Uit onderzoeken bleek dat dat niet zozeer te maken had met de relatief jonge leeftijd van Obama, maar wel met het feit dat jongere kiezers vaker voor meer progressieve kandidaten kiezen. Dat millennial en Gen Z-Amerikanen progressiever zijn en meer op hun gemak in een diverse samenleving dan oudere Amerikanen, is een structureel voordeel voor de Democraten. Maar ook hier geldt de cruciale bedenking: de stem van de jongeren is pas binnen, als je ze daadwerkelijk naar de stembus krijgt. Bij de ‘midterms’ in 2018 ging 65 procent van de vrouwen en 68 procent van de mannen ouder dan 65 stemmen. Bij 18 tot 29-jarigen daagde slechts 38 procent van de vrouwen en 33 procent van de mannen op.

Democratische spreidstand tussen jong en oud

Biden doet er dus goed aan ook oudere kiezers aan te spreken. De blanke 77-jarige gematigde Democraat lijkt daarin te slagen: in een strijdstaat als Florida kantelen veel kiezers boven 65 volgens peilingen dit jaar weg van Trump.

Overigens betekenen gunstige demografische tendenzen niet dat de Democraten in de toekomst op hun lauweren kunnen rusten. Zo zijn het anti-Trumpsentiment en loyauteit aan de Democratische partij zwakker bij jongere dan bij oudere zwarte en hispanic Amerikanen.

En: een electoraat waarin jonge kiezers met uitgesproken opinies een grotere rol opeisen, kan de interne spanningen tussen het meer linkse of ‘woke’ deel van de partij en centristische Democraten à la Biden of zijn running mate Kamala Harris op scherp zetten.

Sterft de Republikeinse kiezer uit?

Niettemin suggereren die tendenzen dat voor de Democraten de komende jaren een potentieel wingewest ontstaat en dat de Republikeinen zich grote zorgen moeten maken.

Al voor 2016 hadden sommige Republikeinen de analyse gemaakt dat hun partij meer aansluiting zal moeten vinden bij niet-blanken. Dat kan betekenen: de groeiende diversiteit omarmen en een leiderstype naar voren schuiven dat verzoening kan brengen. Een analyse die onder Trump vier jaar in de koelkast belandde.

De economie werkt niet meer voor iedereen

Het aantal Amerikanen onder de armoedegrens viel vorig jaar, voor het begin van de coronacrisis dus, naar 10,5 procent. Dat is het laagste aantal sinds 1959. Bovendien bereikte het mediaaninkomen zijn hoogste peil sinds 1967, ook bij hispanics. Tegelijk gaapt nog steeds een inkomenskloof tussen hispanics en zwarte Amerikanen enerzijds en blanke en Aziatische Amerikanen anderzijds. Bovendien zagen ook veel middenklassers hun inkomen de afgelopen jaren minder snel toenemen dan de grootverdieners. Het verschil tussen het gemiddelde Amerikaanse gezin en superrijken als Jeff Bezos en Mark Zuckerberg groeit. Dat is een recept voor wrevel. Daarbovenop komt nog de impact van de coronapandemie. Die raakte hispanics en zwarte Amerikanen tot nu toe harder, zowel op gebied van gezondheid als economisch, maar zal ook blanke Amerikanen in kwetsbare industrieën niet sparen.

Democratische regio’s: rijk en ongelijk

Een andere inkomenskloof is die tussen Republikeinse en Democratische regio’s: waar het inkomen in Democratische districten de hoogte in gaat, blijven Republikeinse districten vaak achter. Dat is mede te verklaren door de groeiende concentratie van Democraten in dichtbevolkte agglomeraties. Daar wordt de economie steeds meer gedomineerd door goed verdienende kenniswerkers, heerst meer diversiteit, maar ook meer ongelijkheid. Dat zijn niet toevallig elementen die de Democratische agenda vormgeven. Republikeinen plooien zich vanzelf terug op economisch stagnerende industriebekkens en dunbevolkte rurale gebieden.

Geografische scheiding wordt culturele scheiding

De geografische en economische scheiding is zo ook vaak een culturele en politieke scheiding geworden, die zichzelf versterkt. De wereldbeelden van Republikeinen en Democraten drijven steeds verder uiteen.

Geografische polarisering is niet politiek neutraal. De inrichting van het Amerikaanse kiessysteem speelt in het nadeel van een partij met een machtsbasis in stedelijke en dichtbevolkte gebieden. Democraten zijn er bij verkiezingen voor staatsparlementen en het Congres al aan gewend geraakt een meerderheid van de kiezers binnenhalen, maar geen meerderheid van de volksvertegenwoordigers.

De plattelandsstem weegt zwaarder dan de stedelijke stem

Ook bij de presidentsverkiezingen van 2016 haalde Hillary Clinton nationaal het grootste aantal stemmen, maar haalde ze niet genoeg kiesmannen in het ‘electoral college’ binnen. En dat is waar het om gaat: het aantal kiesmannen dat een staat na de verkiezingsuitslag mag delegeren naar dat kiescollege, bepaalt wie president wordt.

Dunbevolkte staten worden in het kiescollege bevoordeeld: terwijl een afgelegen staat als Wyoming één stem per 193.000 mensen heeft in het ‘electoral college’, heeft megastaat Californië slechts één stem per 718.000 inwoners.

Daarom kan een president ook zonder meerderheid de verkiezingen winnen

Belangrijker nog is het ‘winner takes all’-principe bij het verdelen van die kiesmannen. In de meeste staten geldt: of de winnaar honderd of 1 miljoen stemmen meer binnenrijft dan de verliezer, is niet van belang. Alle kiesmannen in die staat gaan naar het kamp van de winnaar. Het leidt ertoe dat kleine groepen kiezers overtuigen in een klein aantal strijdstaten waar de race nipt is, een grotere impact heeft dan massale winsten boeken in een Democratisch bastion als Californië of Republikeins fort als Oklahoma.

Het ‘winner takes all’-mechanisme in strijdstaten die blanker en lager opgeleid zijn dan de VS in zijn geheel, was een essentieel onderdeel van Trumps winnende recept in 2016. Ook in 2020 lijkt Biden op weg naar winst in de ‘popular vote’. Maar ook nu is het niet onmogelijk dat het kiessysteem een dam opwerpt die nog hoog genoeg is om de veranderende tijden te stoppen.

Credits

Coördinatie: Lieven Sioen

Tekst: Koen Vidal, Roeland Termote

Dataviz en techniek: Andy Stevens, Tina Boeykens