In 2009 verscheen hij uit het niets, nu is Alexander De Croo premier

Eindelijk laat Alexander De Croo (Open VLD) zijn voornaam voluit schitteren. Na een loopbaan waarbij hij zelden het achterste van zijn tong liet zien, spreekt de zoon van Herman De Croo straks namens heel België, als premier van de Vivaldi-regering.

Enkele weken geleden onderging moeder Françoise Desguin een kleine operatie aan haar rug. Met zijn veldbedje klom Alexander De Croo over de haag om bij vader Herman te logeren, als gezelschap in het grote huis van de minister van staat. Het typeert de premier: hij is een familieman die elke dinsdag en donderdag zijn kinderen Tobias (11) en Gabriël (8) naar school brengt. En hij heeft een hechte band met zijn vader. Daarom telt een De Croo altijd dubbel. Niet alleen grenzen hun tuinen aan elkaar, ze luisteren met vier oren, ze spreken met twee monden, ze zijn altijd op twee plaatsen tegelijk.

Na een politieke loopbaan van tien jaar treedt Alexander De Croo (44) definitief uit zijn vaders schaduw. Niemand onderschat zijn talent. Als sterke communicator in de twee landstalen boezemt hij vertrouwen in. Zijn persoonlijkheid kan met alle concullega’s door een deur. Als geen ander houdt hij zich op de achtergrond om op het geschikte moment, als de route is uitgestippeld, de leiding te claimen. Ook zijn jeugdige uitstraling maakt De Croo geknipt om de bonte Vivaldi-coalitie aan te voeren.

De Croo zag zijn concurrenten als premier een voor een sneuvelen. Niemand nam de kandidatuur van Hilde Crevits (CD&V) echt serieus, zij moest Koen Geens doen vergeten die ontmoedigd had afgehaakt voor het ministerschap. Afgelopen zaterdag gooide ook Sophie Wilmès (MR) de handdoek, de huidige premier is moegestreden en voelde plaatsvervangende gêne toen haar voorzitter Georges-Louis Bouchez haar weigerde te lossen. Toen Vivaldi begin vorige week op kapseizen stond, probeerde Open VLD De Croo als enige formateur te lanceren. Maar PS-voorzitter Paul Magnette liet zich nog niet uit het wiel rijden. Dat was slechts een kwestie van tijd.

Donkerblauw ideaalbeeld

Alexander De Croo verscheen in 2009 uit het niets in de politiek als kandidaat-voorzitter voor Open VLD. En hij won nog ook. ‘Zou je ook kandidaat zijn als je Alexander Janssens heette’, vroeg voormalig Vlaams minister Marino Keulen smalend. ‘Gaan we persoonlijk worden? Komaan zeg.’ De Croo voelde zich beledigd. Zijn wraak smaakte zoet. Keulen, de gedoodverfde opvolger van Bart Somers, leed een beschamende nederlaag. Opnieuw rekenden de Open VLD-leden genadeloos af met de clan-Verhofstadt door terug te grijpen naar het donkerblauwe ideaalbeeld. In 1995 onderging Patrick Dewael hetzelfde lot, toen met vader De Croo als onverwachte triomfator.

Open VLD had stevig verloren bij de Vlaamse verkiezingen in 2009. De liberale voorzitter Somers besefte dat zijn hoofd op het kapblok lag en vluchtte naar Mechelen. Guy Verhofstadt ordonneerde dat twee sidekicks de kandidaten moesten flankeren. De Croo amuseerde zich toen nog volop als ondernemer bij zijn digitale start-up Darts-IP. Voordien werkte de handelsingenieur (grote onderscheiding, VUB en Solvay Business School) bij de Boston Consulting Group, inclusief een verblijf van twee jaar in Chicago (MBA, Kellogg School of Management).

Zelfs vader De Croo zag eerder zijn dochter Ariane in de politiek stappen. Maar Alexander werd druk gesolliciteerd als sidekick, want kandidaten ventten graag zijn achternaam uit. De jonge dertiger, die alleen uit interesse wat partijcongressen bijwoonde, weifelde. Bij de Europese verkiezingen had hij op een onverkiesbare plaats al even zijn teen in het water gestoken, met succes. Als hij dan toch zo goed in de markt lag, kon hij beter zelf de oppergaai ambiëren. Een drastische carrièreswitch volgde. Zijn achternaam zette hem in poleposition, talloze debatten etaleerden een zekere aanleg.

Maggie en Gwendolyn

De wittebroodsweken voor voorzitter De Croo bleven uit. Hij excelleerde door in 2010 de stekker uit de regering-Leterme te trekken. Die roekeloze en ondoordachte zet zou hem jaren achtervolgen en legde de rode loper voor een eclatante overwinning van de N-VA. Uiterst moeizame onderhandelingen leidden in 2011 naar een klassieke tripartite met Elio Di Rupo (PS) als premier.

De liberale voorzitter stuurde partner in crime Vincent Van Quickenborne als vicepremier de ring in. De onbekende Maggie De Block lanceerde hij als staatssecretaris voor Asiel. Daarmee moest de rijzende ster Gwendolyn Rutten, ook al een tegenkandidaat als voorzitter in 2009, het afleggen tegen een backbencher die heel haar achterban voor De Croo had opgetrommeld.

In 2009 verscheen hij uit het niets, nu is Alexander De Croo premier
Met vader De Croo, in 2011. Foto: Jimmy Kets

Onder de beukende N-VA-kritiek voelde Open VLD zich doodongelukkig. En het ging van kwaad naar erger. De Croos jeunisme ondermijnde zijn geloofwaardigheid. Hij werd het slachtoffer van hooggespannen verwachtingen die hij niet kon waarmaken. Ook de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 liepen voor geen meter. Een reshuffle bracht redding. Van Quickenborne, de donkerblauwe kritiek op zijn regeringswerk moe, plooide zich terug op Kortrijk. De Croo nam zijn portefeuille over.

Raadselachtige inborst

Achteraf gezien vinden zelfs zijn naasten hem ongeschikt als voorzitter, inhoudelijk en karakterieel. Een handelsingenieur denkt pragmatisch en oplossingsgericht. De Croo is niet de man van de ideologische traktaten of de burgermanifesten. Hij spiegelt zich aan wijlen voetbaltrainer Raymond Goethals: Nie zievere… Speile! Zijn raadselachtige inborst helpt niet. Hij laat zelden in zijn kaarten kijken. De Croo heeft de ongewone gave iedereen het gevoel te geven dat hij het bij het juiste eind heeft. Bij conflicten schuilt hij tot het stof is neergedwarreld. Onder dergelijk leiderschap loopt de partij verloren.

Ook zijn ongeduld speelt in het voordeel van een uitvoerend mandaat. Als nieuwe voorzitter overtuigde Rutten hem om elk voorbehoud te laten varen, De Croo smeet zich voor 200 procent in de regering-Di Rupo. Elke onderhandeling sneed hij met veel tromgeroffel aan, liberale posities verdedigde hij met vuur. Het eindresultaat oogde dikwijls – tot groot jolijt van de N-VA-oppositie – onliberaal: met de verhoging van de taks op de liquidatiebonus of de fiscalisering van de bedrijfswagens als ‘pestbelastingen’.

Tussen de vicepremier en de voorzitter ontstond een verstandhouding die pas vorige herfst sneuvelde. Beiden zijn erg complementair: zij wat hoekig, hij erg afgerond. Rutten – ooit kabinetschef van Vlaams minister Fientje Moerman – focuste op Vlaanderen, De Croo kreeg federaal de leiding. Nooit speelde de voorzitter voor schoonmoeder, steevast verdedigde ze haar vicepremier. Tot er een kaper op de kust verscheen. Op Asiel bouwde Maggie De Block een ongeziene populariteit op. Rutten zag een kans en koos voor De Block als nationaal uithangbord, een gok met een paybackrandje. Totaal onverwacht zakte De Croo in de pikorde. De degradatie verwerd tot een open zenuw.

In 2009 verscheen hij uit het niets, nu is Alexander De Croo premier
De Croo met Gwendolyn Rutten en Maggie De Block, in 2014. Foto: Photo News

Meedogenloos

De voluntaristische verkiezingscampagne rond de arts uit Merchtem in 2014 werd een triomf. De Block werd in Vlaams-Brabant de onbetwiste stemmenkampioen, tegen alle verwachtingen in won Open VLD een zetel. Met zijn drieën spraken ze af dat De Block bij de verdeling van de mandaten in de regering-Michel als eerste mocht kiezen. Ze liet het vicepremierschap aan De Croo, als wederdienst voor 2011, maar pakte met Sociale Zaken en Volksgezondheid haar ‘droomdepartement’.

De Croo restte Ontwikkelingssamenwerking en Digitale Agenda. Onder druk van sommige media en zijn entourage pruilde hij binnenskamers, al mocht dat worden gezegd noch geschreven. Pas toen de N-VA na de Marrakech-saga eind 2018 uit de regering stapte en hij Financiën overnam, voelde hij zich echt naar waarde geschat.

De vicepremier vocht heroïsche robbertjes uit met CD&V-collega Kris Peeters. In fiscaliteit en arbeidsverhoudingen speelde zijn diepblauwe inborst. Voor De Croo telt de primauteit van de politiek, aan sociaal overleg heeft hij een broertje dood. Hij mag dan niet als wraakzuchtig bekendstaan, enige meedogenloosheid is hem niet vreemd. Na een akkoord over de taxshift liet hij de zogeheten shitlist van Peeters lekken, een rist potentiële lastenverhogingen om de impact te neutraliseren. Het kwam niet meer goed tussen die twee.

Geen kans liet De Croo onbenut om zijn neus in regeringszaken te steken. Maar het gebrek aan hefbomen frustreerde. Hij miste de bevoegdheden om dingen gedaan te krijgen, sociaaleconomisch hing hij van zijn collega’s af. Godzijdank kon hij zich uitleven als minister van Ontwikkelingssamenwerking. Vol lef reisde De Croo de wereld rond, verruimde zijn blik, toonde zijn talenkennis. Bij zijn laatste trip naar Congo, net voor de uitbraak van de coronacrisis, overklaste hij een eerder bedeesde premier Sophie Wilmès (MR).

Eerzucht

Il faut être de quelque part. Alexander De Croo is een kind van de Vlaamse Ardennen, aan zijn geboortegrond gebonden. Zondags zoeft hij sportief op zijn hoverboard naar de bakker om broodjes. Zijn huwelijksfeest vierde hij op een wei aan de Berendries, bekend van de Ronde van Vlaanderen. Met tractor en kar trokken de pasgehuwden naar hun internationale gasten.

De Croo hoeft niet te betalen om jaarlijks naar het World Economic Forum in Davos te gaan. Hij wordt er als Young Global Leader in de bloemetjes gezet. Zijn kennis van digitale evoluties leverde hem een meer dan een gewillig oor op. De buitenlandse avonturen leidden tot een boek De eeuw van de vrouw waarin hij de emancipatie bejubelt. Zijn donkerblauwe reputatie verbleekte tot een fifty shades of blue. In Johannesburg hing hij na een concert van Coldplay voor 70.000 toeschouwers de popster uit: ‘Als ik zeg she is, antwoorden jullie equal.’

De Croo mag dan de emancipatie van de vouw hoog in het vaandel dragen, eigen eerzucht weegt net iets zwaarder. ‘Je moet in de politiek veel ambitie hebben over wat je wil realiseren, maar je mag niet te veel persoonlijke ambitie hebben. En persoonlijke ambitie mag je niet ongelukkig maken als je ze niet waarmaakt’, vertelde hij afgelopen mei in De Standaard. Daarbij hoorde een korrel zout.

De verkiezingen van 2019 mogen dan een diepe teleurstelling voor Open VLD zijn, voor De Croo groeiden ze uit tot een eclatant succes. Met 80.000 voorkeurstemmen vernederde hij elke tegenstand in de Oost-Vlaamse kieskring. Zijn zelfvertrouwen klom naar het zenit, de electorale kracht moest politiek worden verzilverd.

Dolkstootliberalisme

Met de coronacrisis bouwde De Croo een schans naar de Wetstraat 16. Zijn parcours van de jongste maanden oogt onberispelijk. Lopende zaken stond synoniem met niets doen, de pandemie plaatste de minister van Financiën in het middelpunt van de actie. Financiële bazooka’s werden levenslijnen voor bedrijven en burgers. Daarbij friste hij zijn Duits op (hij werkte ooit even voor een Duits spoorbedrijf) tijdens de onderhandelingen met Lufthansa om Brussels Airlines het hoofd boven water te houden.

Met de komst van vriend en streekgenoot Egbert Lachaert als voorzitter groeide hij volgens De Tijd opnieuw uit tot de ‘kingmaker en de koning’. Ooit voerden ze samen campagne: ‘Als je Egbert hoort, hoor je Alexander.’ De militanten dachten zelfs dat het broers waren. Van De Block is straks geen sprake meer, Rutten sneuvelde al eerder. Dat het tussen Rutten en De Croo brak, lijdt geen twijfel. Het drama met de dolksteek voltrok zich in twee bedrijven.

Als voorspel was er dat ongelukkige akkefietje waarbij Rutten net voor de verkiezingen het lezerspubliek van Het Laatste Nieuws voorhield dat België een vrouw als premier verdient, en als de kaarten goed liggen … De Croo steigerde, maar kon zich beheersen. Dat veranderde toen Rutten in de nazomer van 2019 weigerde als minister in de Vlaamse regering te stappen. Ze had geen zin in een avontuur met de N-VA. Bovendien zag ze elders een carrièrekans ... De pacificatie tussen beiden lag aan diggelen.

In de herfst vorig jaar lag paars-groen, eventueel aangevuld met CD&V (Vivaldi), op tafel. Rutten onderhandelde samen met De Croo, toch slaagde hij erin als een soort buitenstaander het werkstuk af te vallen. Rutten vond dat de formatie lang genoeg had geduurd, ze wilde springen. Bij Open VLD bestond eensgezindheid over de noodzaak om de N-VA te dumpen. Strategisch bleef de vraag of de Vlaams-nationalisten voldoende de kans hadden gekregen om een regering te vormen.

Pantser gaat amper af

Kamerfractieleider Lachaert vond van niet, De Croo volgde. De man uit Brakel wist drommels goed dat hij met Lachaert als voorzitter Rutten definitief kon uitschakelen, een te snelle landing plaveide voor haar de weg naar de Zestien. Maar ook het wantrouwen deed de zaak blokkeren. Uiteindelijk vervloog de opportuniteit. Wie zich afvraagt waarom de formatie haast 500 dagen moest duren, vindt hier alvast een reden. Bij het vertrek van Charles Michel naar Europa begreep De Croo dat Wilmès een logische opvolger was. Op die paar maanden zou het niet meer aankomen.

Naar verluidt maken de jaren hem harder, de spontaniteit verdwijnt. Zelfs in huiselijke kring legt hij volgens zijn echtgenote Annik Penders in Humo het pantser amper af. Hij incasseerde, dat is zeker. Maar hij deelde ook tikken uit. Jarenlang onderhandelde Rutten zijn ministeriële carrière, de afgelopen weken deed Lachaert voor hem het vuile werk. De laatste loodjes pakte hij met Magnette aan. Voortaan moet hij zelf als eerste minister de borst natmaken. Tot dusver blijft het onduidelijk waaruit zijn erfenis zou bestaan mocht hij plots de politiek verlaten. Hoog tijd om dat magere beeld te corrigeren.

In het nieuws