Foto: Photo News

Koning weigert zelden ontslag

Een koning die weigert, wijst op hoogdringendheid, doorgestoken kaart of het gebrek aan een alternatief.

De partijvoorzitters Egbert Lachaert (Open VLD) en Conner Rousseau (SP.A) gingen gisternamiddag als preformateurs binnen in het Koninklijk Paleis en kwamen er een uur later in dezelfde functie ook weer buiten. De koning weigerde hun ontslag, en dat blijft een zeldzaamheid.

Koning Boudewijn weigerde in 1978 het ontslag van de regering-Tindemans tijdens de crisis rond het Egmontpact. Hij deed het nog eens in 1993, toen premier Jean-Luc Dehaene zijn ontslag aanbood. In juli 2008 weigerde koning Albert II het aangeboden ontslag van premier Yves Leterme (CD&V), in 2010 dat van preformateur Elio Di Rupo (PS).

Tactisch?

Een weigering is altijd een meer riskante inschatting dan het aanvaarden of in ­beraad houden van een ontslag. In die twee laatste gevallen volgt de koning de politieke suggestie of consensus, in het eerste gaat hij ertegen in. Zo blijkt uit de memoires van Jean-Luc Dehaene dat ­koning Boudewijn een ontslag van zijn ­regering in 1993 te riskant vond.

Een ontslag kan ook een doorgestoken kaart zijn om een doorstart mogelijk te maken in moeilijke gesprekken. In 2008 bood premier Leterme zijn ontslag aan omdat hij maar geen doorbraak kon bereiken in de communautaire onderhandelingen. Enkele dagen later weigerde de ­koning het en konden drie bemiddelaars aan de slag om het werk voort te zetten.

In dit geval lijkt het er vooral op dat koning Filip de vorming van een regering zo hoogdringend vindt, dat hij Lachaert en Rousseau alles op alles wil laten ­zetten om de scheefgetrokken relaties toch weer recht te trekken. Maar het is een tactiek met een korte houdbaarheid. Als de politiek er niet uitraakt, kan de ­koning uiteindelijk niet anders dan dat te aanvaarden.

In het nieuws