Belg in Italië: 'Mijn makelaarskantoor is dicht'

Onze landgenoot Nicolas Dewulf woont al meer dan tien jaar in Merana, een klein Italiaans dorpje op de grens tussen Piëmont en Ligurië. Hij houdt voor ons een dagboek bij.

Vrijdag 13 maart

Het gaat verbazend snel, ik was nog niet half bekomen van de lockdown van gans Italie of het werd nog strenger, alle niet noodzakelijke handelszaken moeten dicht, je mag nog bijna enkel alleen de baan op, met je partner gezellig om boodschappen gaan zit er niet meer in, zelfs gaan joggen wordt nu afgeraden. De roep ‘blijf thuis’ wordt steeds luider.

Zeer concreet betekent dit voor mij dat sinds gisteren mijn makelaarskantoor dicht is. Ik mag wel nog werken via telefoon, app, mail …maar niemand meer persoonlijk ontvangen, geen huisbezoeken met klanten meer doen, geen prospectie, geen praatje met een collega.

Gelukkig werk ik vooral met buitenlandse klanten en kan ik dus via het internet nog iets doen, maar dat er de komende maanden weinig verdiend zal worden lijkt nu al duidelijk. Ik doe ook werfopvolging van klanten die in Italie kochten en hun stulpje laten verbouwen en dat deel van het werk kan momenteel wel nog doorgaan, de bouwsector mag voorlopig nog actief blijven.

Dit heeft ook positieve gevolgen voor onze agriturismo: die is dicht, niet enkel omwille van de corona-maatregelen, maar omdat we een zwembad laten leggen. Onze werkmannen blijven momenteel nog elke ochtend gezwind onze tuin oprijden, nooit gedacht dat ik het lawaai van betonmolens, cirkelzagen en Italiaanse popmuziek uit een ouderwetse radio zo aangenaam zou vinden klinken.

Gisteren werden zelfs mijn pellets geleverd zodat wij hoe dan ook geen kou zullen moeten lijden en een warme douche tot de mogelijkheden blijft behoren. Het viel daarbij op dat de vrachtwagenbestuurder, een jonge kerel van 25, mooie handschoenen en een mondmasker aan had, iedereen gedraagt zich hier — verrassend misschien wel — meer dan verantwoordelijk.

Waar twee dagen geleden in onze streek nog weinig te merken was van de corona-regels is het nu toch duidelijk dat iedereen zich aanpast, zelfs de niet-risicogroepen beseffen dat hun gedrag mee invloed heeft op het wel en wee van anderen, zoals de vele bejaarden, zieke mensen, chronische patienten, mensen die net geopereerd zijn, mensen met allergie …

Eerst was er gemor dat de bars vroeg moesten sluiten, dan was er snel kritiek omdat er toch nog mensen in die bars zaten en nu is het zo dat de bars gewoonweg dicht blijven. Als je weet dat Italianen meestal niet thuis ontbijten maar dat aan ‘de toog’ van de bar doen, cappuccino en croissant én een babbel, besef je dat dit een grote opoffering is. Maar blijkbaar zijn mensen toch nog in staat voldoende discipline op te brengen om bewust na te denken over de eventuele risico’s voor zichzelf en hun medemens en zijn we toch bereid afstand te doen van persoonlijke verworvenheden en vrijheden, deels uit eigenbelang uiteraard maar toch ook deels uit solidariteit en altruisme.

In dat kader ga ik vandaag op pad met de vrijwillige brandweer. We hebben drie teams samengesteld om in ploegen de straten te reinigen met ontsmettingsmiddel, de weinige openbare plekken waar nog mensen zouden samenkomen te ontsmetten, zoals de lokale voedingswinkel, het postkantoor, het gemeentehuis, in tijden van een ‘teveel’ aan vrije tijd een welgekomen én nuttige bezigheid. 

Hier heerst nu immers het algemene gevoel, je kan beter te veel dan te weinig doen.

Gentenaar Nicolas Dewulf ruilde de advocatuur in voor een boerderij op een eenzame heuvel op de grens tussen Piëmont en Ligurië. Samen met zijn Italo-Belgische vriendin Natascha verwelkomt hij al meer dan tien jaar gasten op zijn biologisch lavendelboerderij in Merana. Daarnaast werkt hij als Italiaans vastgoedmakelaar, gespecialiseerd in aankoopbemiddeling.

 

 

 

 

 

In het nieuws