Foto: photo news

Waarom heisa bij coronavirus groter is dan bij griep

Alleen al in de Euro­pese Unie sterven elk jaar 40.000 mensen aan de griep. Wereldwijd gaat het om een tienvoud. Leg die cijfers naast het aantal dodelijke slachtoffers van het nieuwe corona­virus, ‘sars-CoV-2’: tot dusver geen 3.000 doden. Waarom dan al die draconische maatregelen om het virus in te dijken?

Anders dan tegen de griep hebben we (nog) geen vaccin tegen het nieuwe coronavirus. Dat maakt een groot verschil, zegt Steven Van Gucht, diensthoofd virale ziekten bij het wetenschappelijk instituut Sciensano en voorzitter van het wetenschappelijk coronacomité. ‘We hebben geen enkel wapen in handen tegen het nieuwe virus en moeten het dus indijken.’

‘Het nieuwe corona­virus is ook écht nieuw. Niemand is ertegen immuun, iedereen kan ermee besmet raken en het doorgeven. Bij de griep ligt dat anders. Wie de griep heeft gehad, kent het volgende jaar vaak een milder verloop of blijft zelfs helemaal gespaard van de ziekte.’


‘Bij een eerste infectiegolf, zoals nu met het nieuwe coronavirus, kunnen de zieken en doden in absolute aantallen ongeremd oplopen. De vele gevallen kunnen de gezondheidszorg overbelasten, ook al kent slechts een klein deel ervan een ernstig verloop.’

Statistieken

Van de patiënten die besmet zijn met het nieuwe coronavirus, sterven enkele procenten eraan. De griep is minder dodelijk, met een sterftecijfer van zo’n 0,1 procent van de patiënten. Bovendien staan de statistieken van de griep als een huis, wat een rationele afweging over de verspreiding eenvoudiger maakt dan bij een virus waarvan de ­totale omvang van de verspreiding nog onbekend is. ‘De maatregelen zijn dus ook ingegeven door het voorzorgsprincipe’, zegt Van Gucht.

 


De podcasts van De Standaard