Foto: REUTERS

Taxisector: ‘Vlaamse regering rijdt liever voor multinational Uber’

De taxisector reageert ‘verbouwereerd’ op de beslissing van de Vlaamse regering om de verplichte wachttijd uit het nieuwe decreet te schrappen, nadat Uber dat had aangevochten. Ook de taxisector heeft trouwens al juridische stappen ondernomen.

De taxisector ontkent de bewering van minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open VLD), dat de 15 minuten verplichte wachttijd voor een taxi per fout in het nieuwe taxidecreet was geslopen. ‘Deze regel was een minimale toegift van de Vlaamse Regering, die het decreet en het uitvoeringsbesluit volledig op maat van Uber heeft geschreven’, stelt de sector. ‘Ook de taxisector vecht het taxidecreet en haar uitvoeringsbesluit juridisch aan.’

‘Het is duidelijk dat die verklaringen van de minister er kwamen na protest van Uber’, reageert de taxisector kwaad. ‘Hiermee toont deze Vlaamse regering nogmaals aan dat ze liever voor een multinational rijdt die er bedenkelijke arbeidsrechtelijke, fiscale en ethische normen op nahoudt, dan een gelijk speelveld te willen creëren waarin Vlaamse KMO’s ook een kans krijgen.

‘Maatregel is niet absurd’

‘Door de 15 minutenregel te verantwoorden als steunmaatregel aan de taxisector in Zaventem, geeft de Minister impliciet toe dat ze nodig was en met de afschaffing ervan de lokale aanbieders de doodsteek toedient, overal in Vlaanderen’, stelt de sector.

De taxisector ontkent dat de maatregel absurd is: ‘Hij was noodzakelijk om de rol van standplaatstaxi voldoende aantrekkelijk te maken en een kwalitatieve dienstverlening op bepaalde cruciale mobiliteitsknooppunten te verzekeren en overlast te vermijden.’, ontkent de taxisector.

Die taxi’s met een vaste standplaats, zoals de lucht­haven, mag het lokale bestuur wel de prijzen vastleggen en het aantal beperken. Om te vermijden dat straattaxi’s gewoon naast de standplaatsen van duurdere taxi’s zouden gaan wachten, vroeg de taxisector ‘een correctie’.

De sociale partners van de taxisector hopen het decreet nog te kunnen tegenhouden. Eerder werden daarvoor al verzoekschriften ingediend bij het Grondwettelijk hof en bij de Raad van State.

De podcasts van De Standaard