Foto: afp

Leuven in race naar vaccin tegen Chinees longvirus

De KU Leuven werkt aan een vaccin tegen het nieuwe Chinese coronavirus. Al over enkele weken zouden dierproeven kunnen beginnen.

Het ging allemaal erg snel. Op 30 december vorig jaar doken in China voor het eerst meldingen op van een nieuwe, dodelijke longziekte. Op 10 januari raakte bekend dat die werd veroorzaakt door een nog onbekend coronavirus en publiceerden Chinese onderzoekers een door hen uitgelezen genetische blauwdruk van het virus op een publieke academische website. Vandaag zijn onderzoekers van de KU Leuven al goed op weg om in hun lab een vaccin tegen het nieuwe virus te bereiden.

‘We bouwen voort op een soort van passe-partouttechnologie die we hebben ontwikkeld’, zegt onderzoeksleider en hoogleraar virologie Johan Neyts van het Rega-Instituut van de universiteit. Die technologie was aanvankelijk bedoeld om een nieuw vaccin tegen gele koorts te maken, maar kan ook tegen andere ziekteverwekkers worden ingezet. Het gaat om DNA-vaccintechnologie, die als entstof de genetische code gebruikt van viruseiwitten die zich goed lenen om een immuunreactie op te wekken. De technologie is modulair van opbouw: onderzoekers kunnen de module ‘gele koorts’ inwisselen voor die van andere virusziektes, in de hoop ook die te kunnen voorkomen. ‘In ons lab is dat al gelukt met de virussen voor hondsdolheid, ebola en zika’, zegt Neyts. Pogingen om ook een coronavirusmodule in te bouwen, zijn in volle gang.

Het Rega-instituut loopt de race naar een vaccin tegen het nieuwe Chinese coronavirus niet als enige. Ook een team van de National Institutes of Health in de VS zit flink op koers. ‘Zij zijn waarschijnlijk het verst gevorderd’, zegt Neyts. Ook de Nederlandse viroloog Ab Osterhaus, van de Stiftung Tierärztliche Hochschule (TiHo) in Hannover, is volgens Neyts al goed opgeschoten.

Dierproeven

De Leuvenaars hopen hun kandidaat-vaccin binnen een paar weken in elkaar gezet te hebben, zodat met dierproeven kan worden begonnen om te zien of het vaccin bij hen een immuunafweer op gang kan brengen die voldoende sterk is om infectie te voorkomen. Probleem is dat vandaag nog niet geweten is of courante proefdieren zoals laboratoriummuizen überhaupt ziek kunnen worden van een besmetting met het coronavirus (een voorwaarde om te kunnen controleren of het vaccin zijn werk goed doet) – dat wordt in andere laboratoria momenteel in sneltempo uitgezocht.

Als het Leuvense vaccin in dierproeven beloftevol blijkt, volgen tests bij mensen. Als de uitbraak met het nieuwe coronavirus tegen dan nog niet onder controle is, of heropgeflakkerd is, zou het experimentele vaccin in crisisgebied ingezet kunnen worden. Iets gelijkaardigs gebeurde eerder bij de ebola-uitbraak in Afrika, toen grootschalige klinische studies met experimentele vaccins werden uitgevoerd in de getroffen regio’s.

Als die klinische studies met het nieuwe coronavaccin goed uitpakken, kan de vaccinproductie snel worden opgeschroefd: DNA-vaccins worden niet zoals bijvoorbeeld het griepvaccin in bevruchte kippeneieren opgekweekt, een proces dat tergend langzaam verloopt, maar op industriële schaal in efficiënte fermentoren.

De podcasts van De Standaard