Foto: Photo News

Elf topclubs zetten deur open naar BeNeLiga

De elf grootste clubs van Nederland en België hebben een flinke stap gezet naar een gezamenlijke BeNeLiga, met tien Nederlandse en acht Belgische teams. Deloitte start een gedetailleerde studie op. Maar er zijn nog veel valkuilen.

Na decennia van dagdromen hebben de Belgische en Nederlandse topclubs tijdens een topoverleg in Eindhoven het consultantsbureau Deloitte de opdracht gegeven om een gedetailleerde studie te maken over de mogelijke opstart van een gezamenlijke voetbalcompetitie met tien Nederlandse en acht Belgische profclubs. Een zogeheten BeNeLiga, waarbij alle grote clubs zouden zijn aangesloten. Met daaronder twee nieuwe nationale profcompetities, waaruit elk jaar twee teams zouden kunnen promoveren.

Elf topclubs

De elf aanwezige clubs waren de zes grootste clubs van Nederland (Ajax, PSV, Feyenoord, AZ, Vitesse en FC Utrecht) én vijf Belgische topclubs (Anderlecht, Standard, Club Brugge, RC Genk en Standard Luik). De zeven overige clubs die in aanmerking komen voor een eventuele BeNeliga - drie Belgische en vier Nederlandse clubs - zouden geselecteerd worden op basis van prestaties in de voorafgaande seizoenen. 

Zesde competitie van Europa

Uit een eerste, aftastend onderzoek van Deloitte (DS 16 oktober) blijkt namelijk dat een BeNeliga duidelijk grotere financiële en sportieve groeimogelijkheden heeft dan twee afzonderlijke competities. Schaalvergroting leidt tot hogere inkomsten via sponsoring en mediacontracten. Waardoor een BeNeliga volgens Deloitte zo'n 250 tot 400 miljoen euro zou kunnen opleveren. Ter vergelijking, nu is dat voor de Belgische competitie zo’n 100 miljoen euro, waaronder 80 miljoen euro tv-geld. 

Dat geld zou niet alleen vloeien naar  de achttien deelnemers aan de nieuwe topcompetitie, maar ook naar de clubs in de nationale divisies daaronder. Wat belangrijk is om brede steun te vinden voor het project. Ook de kleine profclubs moeten kunnen meeprofiteren van een eventuele BeNeLiga, óók als ze zelf in een eigen (gedevalueerde) nationale competitie blijven spelen.

Dankzij de samensmelting zou de nieuwe grensoverschrijdende voetbalcompetitie uitgroeien tot de zesde grootste van Europa: na de toplanden Engeland, Spanje, Duitsland, Italië en Frankrijk. Maar voor middelgrote Europese competities als Portugal, Rusland, Oekraïne en Turkije.

Nog veel valkuilen

Maar zover is het nog niet. Niet alleen moeten de elf betrokken topclubs in beide landen voldoende steun zien te vinden voor de creatie van een BeNeLiga. Er wachten de initiatiefnemers ook nog tal van valkuilen. En dat zowel sportief, financieel als fiscaal. De nieuwe, diepgravende studie van Deloitte moet daar duidelijkheid over brengen.

Veel hangt daarbij ook af van de plannen om de Champions League vanaf 2024 te hervormen. Tot nu toe is de Europese voetbalbond UEFA altijd kritisch geweest op plannen voor grensoverschrijdende competities. Maar als het Europese voetbal grondig wordt geherstructureerd kan dat veranderen.

Een belangrijke vraag daarbij is hoeveel gezamenlijke Europese tickets beschikbaar zal stellen aan de BeNeLiga. Evenveel als er nu apart beschikbaar zijn voor zowel de Belgische als de Nederlandse competitie? Namelijk twee keer vijf? Blijkbaar zou de UEFA daar niet weigerachtig tegenover staan. 

De podcasts van De Standaard