Foto: Joris Herregods

Winstpremie breekt niet door

Amper 0,8 procent van de bedrijven betaalt dit jaar een winstpremie uit aan hun personeel. Vooral kleine kmo’s doen het.

Sinds 1 januari 2018 beschikken de werkgevers over de mogelijkheid om hun werknemers een premie toe te kennen op basis van de gemaakte winst – de winstpremie. Die bonus kan worden toegekend bovenop de maximaal toegelaten marge van 1,1 procent voor loonopslag. Dat kan bovendien aan een gunstig fiscaal regime, want op de winstpremie moeten geen sociale lasten betaald worden. Van 1.000 euro winstpremie blijft er netto voor de werknemer 646 euro over.

Maar het systeem is geen succes. Uit een analyse bij 30.000 klanten-bedrijven van het hr-dienstenkantoor Acerta blijkt dat amper 0,8 procent dit jaar een winstpremie zal uitbetalen. Driekwart van de bedrijven die het wel doen zijn kleine kmo’s, met minder dan 20 werknemers.

Het gemiddelde bedrag van de winstpremies is 1.585 euro per werknemer. Dat is ongeveer gelijk aan wat er vorig jaar werd uitbetaald.

Iedereen gelijk

Volgens Glenn Van Oevelen, managing consultant bij Acerta Consult, is er ook een verklaring voor het beperkte gebruik van het systeem. ‘De winstpremie kan een vast bedrag of een percentage van het loon zijn, maar die keuze moet dezelfde zijn voor alle werknemers. De werkgever beslist weliswaar onafhankelijk over de toekenning, maar moet in principe al zijn werknemers op een gelijke wijze behandelen. Dat gaat in tegen de hr-trend om verloning almaar fijner te differentiëren en individualiseren.’

Van Oevelen ziet nog een tweede beperking: ‘Eigen aan de winstpremie is dat die alleen aan het financiële resultaat gekoppeld is, terwijl werkgevers met werknemers andere doelstellingen kunnen afspreken, zoals de optimalisering van interne bedrijfsprocessen. Dan kan winst wel een van de indicatoren zijn om het succes te meten, maar het is niet de enige indicator en daarom ook niet de enig juiste parameter voor de beste beloning.’

De podcasts van De Standaard