Foto: BART DEWAELE

Zo kunnen we de files oplossen

Een nieuwe mobiliteitsstudie van professor urbanisatie Alexander D’Hooghe (MIT) stelt oplossingen voor het fileleed in ons land voor. Zo kunnen gedeelde taxibusjes of meer park & rides soelaas bieden.

Professor D’Hooghe, de man die het Oosterweeldossier ontwarde, heeft samen met zijn team van de Amerikaanse universiteit MIT (Massachusetts Institute of Technology) in Boston het fileprobleem van ons land onderzocht. Hij bestudeerde ook specifiek de steden Brussel en Antwerpen.

Volgens de onderzoekers kosten de files ons land veel geld. De OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) becijferde dat de kosten oplopen tot 1 à 2 procent van het BBP, dat is dus minimum 4,35 miljard euro verlies op jaarbasis.

Oplossingen

‘De manier waarop wij vandaag wonen, werken en ons verplaatsen is niet langer efficiënt op elkaar afgestemd’, zegt D’Hooghe. Daarom ging hij op zoek naar oplossingen buiten de steden en woonkernen, omdat het openbaar vervoer daar vaak nauwelijks concurrentie is voor de auto. ‘De ruimte tussen de stedelijke kernen en de buitenliggende suburbs kunnen een sleutel zijn om deze knoop eindelijk te ontwarren.’

D’Hooghe stelt voor om vooral in te zetten op ‘multimodale hubs’. Dat zijn plekken waar verschillende oude (trein, auto of metro) en nieuwe transportmodi (e-bikes, steps, e-hailing en gedeelde private shuttlediensten) kunnen samenkomen. ‘In deze hubs kan iedereen zijn meest efficiënte vervoermiddel kiezen om zijn of haar reis naar het werk of een afspraak verder te zetten’, vindt D’Hooghe. De shuttlediensten werken niet van deur tot deur. 'Als je je bestemming kiest, zal de app zeggen dat je nog enkele minuten moet wandelen naar de plaats waar je wordt opgepikt', zegt D'Hooghe.

Een vlotte doorstroom is volgens de studie wel belangrijk, dat kan door bijvoorbeeld op drukke momenten voertuigen met plaats voor meerdere inzittenden voorrang te geven of gebruik te laten maken van aparte (bus)banen. ‘Maar voorlopig is dit nog een hypothese, verder onderzoek is nodig.’

De hub is in dit plan niet enkel een mobiliteitspunt, maar ook een plek waar pakjes afgeleverd kunnen worden. Dan hoeven bestelwagens zich minder te mengen in het woon-werkverkeer in de stad. Er kunnen ook supermarkten, crèches, apotheken en andere winkels komen, die de hubs aantrekkelijker maken.

Brussel en Antwerpen

De onderzoekers werkten ook specifieke plannen uit voor Antwerpen en Brussel, twee wereldleiders op het vlak van file. In Antwerpen verliezen automobilisten gemiddeld 34 minuten per dag, of 30 procent meer tijd dan zonder opstoppingen. In Brussel is een bestuurder dagelijks gemiddeld 44 minuten kwijt, of 38 procent meer tijd dan zonder files.

Brussel en Antwerpen moeten volgens D’Hooghe vooral inzetten op het noorden van de stad.

Concrete voorstellen:

Brussel:

- Twee Park & Ride-zones met enkele multimodale voorzieningen te openen langs de E19, één in de buurt van Peutie en één in de buurt van Grimbergen/Strombeek-Bever

- Twee grote multimodale hubs met parkeermogelijkheden aan het station van Vilvoorde en aan Brussels Airport

- Twee kleinere hubs met parking aan Zaventem station en Brucargo en twee multimodale hubs in Schaarbeek en aan het station Bordet.

Conclusie: Concreet zou bijvoorbeeld iemand die vanuit Leuven naar de Brusselse rand moet, eerst met de trein naar de luchthaven kunnen reizen, om van daaruit met een trambus naar een lokaal mobipunt in de rand te rijden en daar een e-bike te nemen naar z’n werk.

Antwerpen:

- Vandaag worden al grote Park & Rides voorbereid in de buurt van Havana, aan de afrit van de A12; in Merksem, aan de afrit van de E19; en aan de Bosuil

- Multimodale hubs aan onder meer Luchtbal en Schijnpoort

Conclusie: Concreet zou iemand die vanuit het Waasland naar Antwerpen moet (via de Oosterweelverbinding), eerst kunnen parkeren aan de Park & Ride-zone aan Luchtbal en van daaruit bijvoorbeeld een e-bike kunnen nemen richting het centrum van Merksem.

Bron: Eigen berichtgeving

De podcasts van De Standaard