Billie Eilish: mens zijn is moeilijk

Drie mensen passeerden we op weg van de camping naar de wei. Alle drie hadden ze het over hetzelfde. ‘Ze speelt om drie uur’, ‘ze is verplaatst naar de Main Stage’ en ‘het gaat echt zalig zijn’, vingen we op in hun gesprekken. Om maar te zeggen: op Pukkelpop werd er harder uitgekeken naar Billie Eilish dan naar een uurtje zonder regen.

Noblesse oblige, want met ‘When we all fall asleep, where do we go’, heeft Eilish zowat het album van het jaar op haar naam. Nog voor dat uitkwam werd ze al de jongste artiest ooit die een miljard streams verzamelde. Eilish is nog altijd maar zeventien jaar. Chokri mocht dus beide handen kussen dat Good Charlotte afzegde, want daardoor kon Eilish verhuizen van de Dance Hall waar ze oorspronkelijk geboekt stond naar het hoofdpodium. En zelfs daar stond het, zoals twee moeders naast ons tegen hun tienerdochters zegden, ‘proppestevol’.

We zagen overigens flink wat ouders in het publiek - het was maar de vraag wat dat zou geven bij songs als ‘Bad guy’. ‘My mommy likes to sing along with me/ but she won’t sing this song if she/ reads all the lyrics, she’ll pity/ the men I know’, klonk het daarin. Maar wat bleek: de moeders lipten mee, en boden hun dochters een koekje aan ‘zodat ze zeker niet zouden flauwvallen’. Moederliefde is eindeloos, het vermogen van tienermeisjes om zich oeverloos gegeneerd te voelen evenzeer.

Maar tiener zijn is moeilijk, zeggen ons mensen die het kunnen weten. Mens zijn is dat bij uitbreiding ook. Net omdat ze dat gevoel weet te vertolken lokt Billie Eilish zo’n grote drommen volk. ‘I don’t belong to anyone, but everybody knows my name’, pochte ze eerst nog in ‘Copycat’ - ideaal voor een ‘wij tegen de wereld’-moment. Maar net zo snel keerde de stemming. ‘If you absolutely despise yourself, this one is for you’, zei ze zacht ter aankondiging van een lieflijk ‘I don’t wanna be you anymore’: zo’n song die verzachting biedt als je van miserie niet meer weet waar kruipen.

Eilish pakte het hoofdpodium in zodra ze erop stapte, met één welgemikte wenkbrauwfronsing. Zeventien jaar, dames en heren, en al meer podiumprésence dan de hele Club-affiche samen. Daarna veroverde ze ook de hoofden, harten en heupen van het publiek. In theatrale ballades als ‘When the party’s over’ - goed voor drie keer kippenvel in één strofe - kwam haar hese, fluisterende stem het best tot haar recht. ‘Ilomilo’ zette onverwacht hard aan tot dansen, en laat u niet misleiden door de popfactor van ‘Bellyache’: qua inhoud is die song eigenlijk een samenvatting van Dostojevski’s ‘Schuld en boete’. Ooit speelt Billie Eilish misschien wel een betere show dan haar eerste op Pukkelpop - maar deze gaan we alvast niet meer vergeten.

 

 

De podcasts van De Standaard