Foto: Koen Bauters

The Streets: de haastige geezer

Mike Skinner van The Streets had grotendeels voor dezelfde setlist gekozen als in AB in februari, constateerden we achteraf. Maar toch klonk en voelde de Britse rapper behoorlijk anders, vooral in het begin. Toen had hij één mashup van de songs ‘Sharp darts’ en ‘Don’t mug yourself’, en dat beviel blijkbaar zo goed dat hij er nog een paar aan elkaar lijmde.

Op die manier waren de openers ‘Turn the page’ en ‘Let’s push this forward’ in een vloek en een zucht voorbij, temeer omdat ze grime-achtige percussie meekregen en nerveuze jazzy piano’s.

Zelf heeft hij er in tijden niet zo scherp uitgezien, en was hij behoorlijk beweeglijk: klom op een gekantelde monitor, maakte een tijgersprong van de monitor, enzovoort. Skinner ziet er met zijn kortgeschoren koppie en sportkledij uit als een typische Engelse geezer, maar hij is er een met het hart van een poëet.

Vanaf ‘Dry your eyes’ mocht het tempo gezapiger. Hij bracht het gelukkig volledig; het zou jammer zijn dat nummer te kortwieken voor een medley-achtig ding. Dat hadden we toen al een paar keer gedacht over andere songs. En nu kon zijn zanger Kevin Mark Trail tenminste schitteren. En even later in ‘Weak become heroes’, al stond zijn microfoon toen te stil.

Met het rustiger tempo werden de teugels wat gelost en kreeg Skinner meer kans om, niet altijd even coherent, te vertellen. Dat was goed voor het comedygehalte, maar slecht voor het concert. Al was het hilarisch dat Skinner graag met een fles champagne naar zijn jarige geluidsman wilde crowdsurfen. In plaats van hem naar achter te dragen,trok iedereen natuurlijk zijn telefoon voor een foto: het duurde eeuwen eer hij ter plekke was en weer terug op het podium. Maar optredens van The Streets eindigen wel vaker in chaos. En ‘Fit but you know it’ met zijn marstempo en meebrulbare refrein, blijft een gedroomde afsluiter voor een festival.

De podcasts van De Standaard