Foto: Koen Bauters

Idles: in de ban van de boksring

Dankuwel’ zei Joe Talbot nadat een legertje moshers de plankenvloer van de Club tot pellets voor zijn houtkachel had herleid. Het klonk zowaar nog fatsoenlijker dan de gedistingeerde ‘dankoewel’ waarmee Alex Kapranos even daarvoor in de Marquee het publiek op de mond had gekust. Zeg nooit meer dat Idles onbeschaafde punks zijn.

Ongeschoren waren de Britten zeker wel. In zijn kapotte gitaren en verhakkelde drumbeats. Maar ook letterlijk. Talbot met zijn vuige bastaardknevel en gitarist Mark Bowen met zijn Victoriaans behaarde bovenlip. Die laatste, tot voor kort praktiserend tandarts, stond weer rond te dansen alsof er een kolonie rode mieren in zijn onderbroek te keer ging. Zoals gewoonlijk was dat ook zijn enige kledingstuk.

Onbeleefd was dit stelletje ongeleide projectielen dan weer allesbehalve. Nadat hij de zoveelste fluim in de tentnok had gemikt, verkondigde Talbot ‘how beautiful’ we waren en bedankte hij iedereen die ‘de mooiste job ter wereld mogelijk maakte.’ Nog even en we waren op het podium geklommen om hem over zijn bol te aaien.

Van punk wil Talbot niet weten, van politiek wel. Hij prees de European Union en de NHS, zei over zijn handlangers ‘this is what five feminists look like’ en noemde ‘Mother’ een feminist anthem. Het publiek scandeerde de ‘mother fucker’ vrolijk mee terwijl Talbot de demonen van zijn moeder op de smoel timmerde.

Elke Idles-song is een boksmatch. Of zoals Talbot het noemt: ‘A celebration of compassion and empathy in the face of racism.' Die eraan toevoegde dat 'the best thing that happened to Belgium and England, are immigrants!’

Idles tackelt easy targets. Maar doel troffen de Britten wel. ‘Danny Nedelko’ ging KO terwijl Bowen op de schouders van enkele fans klouterde om te soleren. ‘Fear leads to panic, panic leads to pain, pain leads to anger, anger leads to hate’, brieste Talbot met gebolde aders in de nek. Het publiek scandeerde mee.

Muzikaal teerde Idles vaak op hetzelfde kunstje: een uitgebeende baslijn, gitaren als verroeste scheermesjes, ontsporende motorikdrums en de naar afvoerputjes ruikende zang van Talbot. De melodie had soms onder het gedruis te lijden. Maar er viel altijd wel wat te beleven. Geinige tekstregels Een stuk ‘Raspberry beret’ in ‘Love song’, een flard Katy Perry in ‘Samaritans’. De gitaristen die telkens weer de vloer opzochten. Talbot die mee ging drummen alsof hij die smerige poepbacterie van zich af wilde meppen.

‘Smash it, ruin it, destroy the world’, spuwde hij in afsluiter ‘Rottweiler’. Zo furieus was de beet niet, maar scherpe tanden had Idles wel.

De podcasts van De Standaard