17/08/2019 - Economie
camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

Vraagstukken van nu

De relatie tussen geld, arbeid, lonen en productiviteit is aan het veranderen. Dat heeft invloed op de wereldwijde economie. Dit is de derde en laatste ­aflevering in een reeks over hedendaagse economische vraagstukken.

Lees de vorige afleveringen op www.standaard.be/vraagstukken

De grote sprong voorwaarts is gemaakt

 Martin Parr/magnum photos

De wereld wordt steeds efficiënter, maar de welvaartswinst die we daarmee boeken neemt af. Wordt het ooit weer als vroeger, of is al het laaghangende fruit geplukt?

Brussel Een Ted-talk van de Amerikaanse econoom Robert Gordon begint met een deerniswekkend beeld. Een zwart-witfoto van een paard dat een koetsje over een weg vol modderige kuilen trekt. ‘Zo was het in 1900’, vertelt Gordon. ‘Geen verwarming, geen airconditioning. We haalden toen 1 procent van de geluidssnelheid.’ Vervolgens een beeld van een ­Boeing 707 uit 1960. ‘Tachtig procent van de geluidssnelheid. En vandaag vliegen we niet sneller.’

In zes decennia tijd heeft transport een gigantische sprong voorwaarts gemaakt, legt Gordon uit, en in de zestig jaar daarna is er nauwelijks verdere voortgang ­geboekt. Het illustreert zijn stelling dat de grootste winsten op het vlak van productiviteit en efficiëntie achter ons liggen en niet meer zullen terugkomen.

Robert Gordon is een gezaghebbende stem in het al enkele ­decennia durende academische debat over de dalende producti­viteitsgroei. Dat fenomeen haalde onlangs de actualiteit, omdat de Oeso op vraag van de Belgische ­regering een reeks aanbevelingen had geformuleerd om de trend te keren. Als de productiviteitsgroei in België het tempo van de jaren 1980 had aangehouden, zou de welvaart nu 20 procent hoger zijn, ­benadrukte minister van Werk Wouter Beke (CD&V) bij de voorstelling van het rapport.

‘De productiviteit
zal over tien jaar wel weer stijgen. ­
Nu zitten veel zaken nog in een experimentele fase’ Geert Janssens  Hoofdeconoom denktank Etion

Uit de cijfers in het rapport bleek ook dat het niet om een typisch Belgisch probleem gaat. De producti­viteitsgroei is wereldwijd aan het dalen. Wel is die daling in België hoger dan elders. Doordat onze productiviteit al erg hoog is, hakt de trend er bij ons extra hard in. Iets wat we trouwens gemeen hebben met andere landen die erg productief zijn, zoals Noorwegen en Luxemburg.

Positie bedreigd

De productiviteit is de hoeveelheid toegevoegde waarde die je met de inzet van productiemiddelen als arbeid of kapitaal kunt voortbrengen. Jarenlang groeide dat cijfer. Door mechanisering en automatisering kon een werk­nemer steeds meer waarde creëren en dus kon zijn loon stijgen en de welvaart toenemen. Maar het tempo waarin dat gebeurt vlakt overal ter wereld af. In het rapport The Future of Productivity zette de Oeso vier jaar geleden een paar cijfers op een rijtje. Tussen 1950 en 1972 groeide de productiviteit in de Verenigde Staten met 2,5 procent per jaar, in België met 4,2 procent en in Japan met 7 procent. In de daaropvolgende decennia nam het cijfer stelselmatig af, en in de periode 2003-2014 lag de groei in bijna alle westerse landen op 1 procent of lager. In België was de groei afgezwakt naar 0,2 procent. Alleen in Griekenland, Italië en Noorwegen lag het cijfer nog lager.

‘Zorgwekkend’, schreef de Oeso in het rapport over België. ‘De burgers betalen de prijs van de vertraging. Met zo weinig productiviteitswinsten hebben de sociale partners weinig om over te onderhandelen. De reële lonen zijn het afgelopen decennium maar met 0,5 procent per jaar toegenomen. Belgiës positie als hogelonenland is bedreigd’.

Hoofdbrekens

‘De vraag is of
de technologie
in staat zal zijn voldoende welvaart te creëren om ons welvaartscontract te kunnen nakomen’ Stijn Decock  Hoofdeconoom Candriam

Dat alles is des te opmerkelijker, omdat veel hedendaagse ontwikkelingen volgens de gangbare economische theorieën de productiviteit juist ten goede zouden moeten komen. We leven in een digitaal tijdperk: binnen enkele seconden hebben we toegang tot informatie die vroeger uren of ­dagen zou kosten. De wereld is ­geglobaliseerd: economische activiteiten spelen zich af waar ze het goedkoopst of meest efficiënt zijn. Werknemers zijn nooit eerder zo goed opgeleid – het domme werk laten we over aan machines. En toch gaat de productiviteit er elk jaar een beetje minder op vooruit. Over hoe dat kan, breken economen zich al enkele jaren het hoofd.

‘Een van de hoofdredenen is dat we in het verleden al veel ­productiviteitswinsten hebben gerealiseerd’, zegt Stijn Decock, de hoofdeconoom van vermogens­beheerder Candriam. ‘Toen paard en kar vervangen werden door vrachtwagens, leverde dat een sterke verhoging van de productiviteit op. Je kunt de vrachtwagen vervangen door een betere vrachtwagen, maar hoe efficiënter je al bent, hoe moeilijker het wordt om nog efficiënter te worden’. Daarom is het in bijvoorbeeld Afrika makkelijker om productiviteitswinsten te genereren dan in het hoogtechnologische Japan.

Robert Gordon denkt dat de ­tijden van hoge productiviteitsgroei nooit meer terugkomen. In zijn boek The rise and fall of American growth beargumenteert hij dat uitvindingen zoals de stoommachine, de elektriciteit en de verbrandingsmotor de groei vele malen sterker aangewakkerd hebben dan de computer, de smartphone of 5G ooit voor elkaar zullen krijgen. Hij maakt zijn punt door zijn lezers een dilemma voor te leggen. Wat zouden we liever willen: leven zonder Twitter en Facebook, of leven zonder toilet en stromend water? We moeten ons er gewoon bij neerleggen dat de gouden tijden van welvaartsschepping voorbij zijn, vindt hij. We gaan er nog wel op vooruit, maar trager dan vroeger.

Het komt nog

Zo pessimistisch is Geert Janssens, hoofdeconoom van denktank Etion, niet. Hij denkt dat we wel degelijk aan de vooravond staan van nieuwe technologische revoluties die de productiviteit verder zullen verbeteren. ‘Ik zie het niet zo negatief in. Of de ­cijfers van vroeger terugkomen weet ik niet, maar ik denk dat de productiviteit over tien of vijftien jaar wel weer zal stijgen. Veel ­zaken zitten nog in een experimentele fase, maar kunnen wel voor een nieuwe boost zorgen.’ Hij noemt bijvoorbeeld artificiële ­intelligentie of de zelfrijdende ­wagen. ‘Die kunnen de beperkingen in ruimte en tijd die we nu kennen, wegnemen. Ervaring wordt gedigitaliseerd en zal met een druk op de knop gerepro­duceerd kunnen worden.’

Sommige economen denken dat veel productiviteitswinst niet zichtbaar is in de traditionele ­manier waarop we de economie in cijfers gieten. Onze meetmethodes zouden niet opgewassen zijn tegen de opkomst van Airbnb, Uber of Spotify. Ook alle gratis ­informatie die we online vinden – van Google Maps tot Wikipedia – zou de metingen in de war sturen. Janssens: ‘Muziek halen we niet langer van schijfjes, maar van Spotify. Hoe meet je dat?’ Voor minder dan de prijs van één cd hebben we nu toegang tot een ­archief van vele miljoenen cd’s. In geld gemeten, wordt er minder aan muziek besteed, maar wat we ervoor terugkrijgen is in omvang geëxplodeerd.

‘Het concept bbp is slecht in het meten van dergelijke welvaartswinst’, stelt Janssens vast. ‘We weten niet hoe groot die effecten zijn. Het productiviteitscijfer kent een aantal eigenaardigheden. Het is een discussie waar we moeilijk uit geraken.’

Decock treedt hem bij: ‘Vroeger droeg de verkoop van dure encyclopedieën bij aan de economie. Maar met Wikipedia is die bijdrage weggevallen, er vindt geen economische transactie meer plaats. Dat is moeilijk te verdisconteren in het bruto binnenlands product.’

Ook de verschuiving van industrie naar een diensteneconomie wordt als mogelijke verklaring ­ingeroepen. In de fabrieken hebben machines veel werk overgenomen van arbeiders, maar een verpleegkundige, een kapper of een kok vervang je niet zo makkelijk door technologie. Decock: ‘De econoom William Baumol heeft dat verschijnsel beschreven. Hij stelde vast dat je voor het uitvoeren van een strijkkwartet van Beethoven nog altijd evenveel mensen nodig hebt als in de tijd van de componist.’ De output van de violisten is dus niet gestegen, maar hun salaris wel. Een landbouwer daarentegen kan nu dankzij tractoren, melkmachines en sproei-installaties een veel groter stuk land bewerken dan in de tijd van Beethoven.

Betaalbare vergrijzing

Of ligt het aan de kloof tussen de voorhoede en de achterblijvers? Volgens de Oeso zijn er wel degelijk bedrijven die sterke productiviteitswinsten neerzetten, maar worden zij overschaduwd door de vele zombiebedrijven die in een vegetatieve staat verkeren. Nog een andere mogelijke verklaring ligt bij het bedrijfsleven. Dat zou, vooral na de crisis, te weinig investeren in productiviteitsverhogende technologie, in opleiding van het personeel en in innovatie.

Het antwoord op de vraag hoeveel zorgen we ons moeten maken, is afhankelijk van de verklaring die je kiest. Als Gordon gelijk heeft en al het laaghangende fruit van de productiviteitsboom geplukt is, moeten we ons opmaken voor een lange periode van steeds tragere welvaartsgroei. Dat is verontrustend, want veel simulaties over de betaalbaarheid van bijvoorbeeld de vergrijzing gaan uit van een zekere mate van productiviteitsgroei. Als we steeds minder welvaart gaan creëren, komt de betaalbaarheid van de welvaartsstaat zelf in gevaar. Het is een ­probleem dat Stijn Decock behandelde in zijn boek Groei of schaarste. ‘De vraag is of de technologie in staat zal zijn voldoende welvaart te creëren om ons in staat te stellen om het welvaartscontract na te komen’, zegt hij. ‘Dat zal in de praktijk moeilijk zijn. Je moet dat contract misschien anders formuleren.’

Inefficiënte omweg

Dat België maatregelen moet nemen om de productiviteitsgroei weer op het niveau van de buurlanden te krijgen, is volgens beide economen in elk geval noodzakelijk. ‘De Belgische economie vertoont weinig dynamiek of vernieuwing’, stelt Janssens vast. ‘Dan zijn er weinig productiviteitswinsten te verwachten. Er zijn ook andere problemen. Sommige grote spelers hebben veel marktmacht, en een overdaad aan wetten verhindert de bloei van sommige sectoren zoals e-commerce. We moeten ook meer ­inzetten op levenslang leren. Nu zie je dat bedrijven zelf opleidingen organiseren om de vaardig­heden van kandidaten te laten aansluiten op wat ze nodig hebben. Dat is een inefficiënte omweg.’

Misschien komt het allemaal vanzelf goed, oppert Decock. ‘Als door de vergrijzing het tekort aan arbeidskrachten gaat toenemen, worden bedrijven wel gedwongen om te investeren in nieuwe technologie. Dat kan de productiviteit weer omhoog brengen’.

Dat er veel op het spel staat, ­bewijst in elk geval de vaak geciteerde oneliner van Nobelprijswinnaar en columnist Paul Krugman. ‘Productiviteit is niet alles, maar op de lange termijn wel bijna alles.’

De beelden bij deze reeks werden gemaakt door Magnum-fotograaf Martin Parr. Hij documenteerde op tal van plaatsen en tijdstippen het dagelijkse leven op de werkvloer.