Aangeboden door Cinemien
De natuur in 't klein

Hoe 'regeneratieve landbouw' een ecologisch mirakel creëert

Met vernieuwende landbouwtechnieken als regenerative soil methods en biomimicry slaagden documentairemakers/moderne boeren John en Molly Chester erin om een lap dorre grond om te bouwen tot een vruchtbare boerderij. Hoe creëerden ze hun zelfregulerende ecosysteem?

Voor een stuk is The Biggest Little Farm, een documentaire van het echtpaar John en Molly Chester die in 2011 hun drukke baan in Los Angeles achter zich lieten voor een leven op een eigen boerderij, het verhaal van een sprookjesachtige vlucht naar het platteland. Maar de Chesters laten er ook een unieke manier van landbouw voeren mee zien, waarvan de details volgens een Amerikaanse filmcriticus die hun film besprak "op zichzelf een interessante film zouden opleveren."

De lap grond van 240 hectare, die ze acht jaar geleden begonnen te bewerken in het Californische Moorpark, was aanvankelijk dor. Maar ze hanteerden een aparte aanpak om hem vruchtbaarder te krijgen: het creëren van een eigen ecosysteem, een soort natuur in het klein. "De systemen van de natuur hebben hun eigen hiërarchie", zegt John Chester. "Ze zijn niet gebaseerd op wat juist of fout is, maar op een hogere wet van consequenties. We hebben onszelf in een situatie geplaatst waarin het noodzakelijk is om te begrijpen welke plaats we in het geheel hebben, en hoeveel controle over de dingen we al dan niet kunnen uitoefenen.

Micro-ecosysteem

De methodes die de Chesters hanteerden om de lap grond waarop ze hun Apricot Lane Farms hadden gesticht vruchtbaar te maken zijn niet nieuw. Ze gebruikten zogeheten regenerative soil methods, technieken die gebaseerd zijn op het idee van biomimicry: het idee was dat ze een micro-ecosysteem opstartten, zodat de natuur zelf een aantal problemen oploste. Toen ze bijvoorbeeld ontdekten dat hun bomen werden kaalgevreten door slakken, grepen ze niet naar door de mens gefabriceerde middelen om die te bestrijden, maar lieten ze er eenden op los: die vinden slakken namelijk een lekkere hap. Bladluizen bestreden ze met lieveheersbeestjes in plaats van met pesticiden.

"Ik geraakte echt geïnspireerd toen ik doorkreeg dat dingen die we aanvankelijk als problemen aanzagen, zoals bepaalde planten die als onkruid werden geclassificeerd, eigenlijk essentiële voedingsstoffen terug in de bodem brachten, en onze fruitbomen gingen voeden", zegt John. "De boerderij nam het over van waaruit we waren begonnen, en begon haar eigen, complexe immuunsysteem te ontwikkelen."

Elk beestje of plantje kreeg zijn doel in de natuurlijke orde, en het resultaat was een gezondere boerderij, met voedsel dat beter smaakte. "Overwinnen werkt niet", zegt Molly Chester. "De focus ligt niet op uitroeien of verslaan. Het gaat om samenwerken en begrijpen. We probeerden constant uit te vissen welke bedoeling iets had, en hoe we die konden kanaliseren, zodat we gaandeweg de druk op de natuur in onze boerderij weghaalden. Zo viel alles stilaan op zijn plaats. De dingen observeren was belangrijk. Er zullen altijd dingen zijn die 'problemen' opleveren, maar dat zijn niet echt problemen: het zijn dingen die je leren wat het land nodig heeft. Het zijn je volgende stappen naar het vinden van betere harmonie."

Klimaatverandering

In The Biggest Little Farm, dat gebaseerd is op filmmateriaal dat John gedurende acht jaar verzamelde tijdens het ontwikkelen van hun boerderij, zal ook te zien zijn dat die harmonie met de natuur er niet van de ene dag op de andere kwam. Het koppel heeft, op bepaalde momenten, diep gezeten, zegt hij. "Gedurende de eerste jaren was ik er niet honderd procent van overtuigd dat het plan zou werken. Maar na jaar vijf veranderde er iets. Ik zag cruciale fauna en flora terugkeren naar het land."

Een deel van de problemen waartegen de Chesters het moesten opnemen staan op het conto van de klimaatverandering. De Chesters hun boerderij werd bijvoorbeeld een paar keer bedreigd door bosbranden, een direct gevolg van de opwarming van de aarde die sinds enkele jaren als het nieuwe normaal worden beschouwd in California. Maar de unieke manier waarop ze het land van Apricot Lane Farms bewerken is meteen ook een wapen in de strijd tegen die klimaatverandering, denkt John. " Vanzelfsprekend geloof ik niet dat onze boerderij op zichzelf een grote impact heeft. Geen enkele boerderij kan dat. Maar als onze methodes van bodemregeneratie een positieve impact hebben, en andere boerderijen gaan hetzelfde doen, dan wordt het lappendeken groter. Wanneer we allemaal ons deel doen voor het ecosysteem, lossen we wél het probleem op. Of tenminste een deel van het probleem, want het is niet alleen de verantwoordelijkheid van de landbouw. Maar de landbouw is wel een cruciaal element, zeker wanneer het om de verdorring van de bodem gaat. Er worden chemicaliën gebruikt om 'onkruid' en grassen te doden, uit schrik dat ze de gewassen zullen verstikken. Maar die planten zorgen er net voor dat de bodem koolstof uit de atmosfeer onttrekt, en voeden de micro-organismen die in essentie dood veranderen in leven."