• Bendrer staarde naar de grond toen bekend werd dat hij levenslang riskeert.

Nemmouche schuldig aan viervoudige terroristische moord, Bendrer mededader

De assisenjury heeft zich donderdagavond uitgesproken over de 56 schuldvragen in het proces over de aanslag op het Joods Museum in Brussel. Mehdi Nemmouche werd schuldig bevonden aan viervoudige terroristische moord, zijn kompaan Nacer Bendrer is schuldig als mededader.

De jury hecht geen geloof aan de complottheorie die de advocaten van het duo als verdedigingsstrategie had gebruikt. Mehdi Nemmouche en Nacer Bendrer riskeren daardoor levenslang. Hun uiteindelijke straf maakt het hof van assisen van Brussel pas maandag bekend, na de debatten over de strafmaat.

De advocaat van Nemmouche, Sébastien Courtoy, reageerde na de uitspraak heel kort, maar rustig. 'We hebben van in het begin gezegd dat de juryleden eerlijke mensen zijn. Er zijn punten in het verdict waarmee we het grondig oneens zijn, maar het blijf een jury van eerlijke mensen', zei hij meermaals. Hoe Mehdi Nemmouche gereageerd heeft? 'Nemmouche kan tegen een harde klap.'

Op de vraag of hij vreesde dat zijn cliënt veroordeeld zou worden tot een levenslange gevangenisstraf, antwoordde de advocaat niet. 'Die beslissing ligt in handen van de jury', zei Courtoy. Net zomin zei de advocaat wat hij zal aanbrengen als verzachtende omstandigheden voor zijn cliënt, tijdens de debatten over de strafmaat die aanstaande maandag plaatsvinden. Wel gaf hij al aan dat hij naar alle waarschijnlijkheid niet in cassatie zou gaan tegen de veroordeling van zijn cliënt. 'Cassatie is het wapen van de zwakken', zei meester Courtoy.

Waslijst aan bewijzen

De jury verklaarde Nemmouche schuldig aan terroristische moord op basis van de waslijst aan bewijzen die zowel uit het dossier als uit de rechtszittingen naar boven kwam. Zo werd Nemmouche opgepakt met een kalasjnikov die gewikkeld was in een laken waarop IS-leuzen stonden. Hij had ook een revolver op zak. Beide wapens bleken gebruikt te zijn bij de aanslag, op de kalasjnikov zat DNA van Nemmouche terwijl zijn vingerafdrukken op de revolver stonden. Een schoenspoor op de deur van het Joods Museum kwam dan weer overeen met de Calvin Klein-schoenen die Nemmouche droeg bij zijn arrestatie.

Voor Bendrer, die de wapens leverde die Nemmouche gebruikte voor die aanslag, was de jury zelfs strenger dan de aanklager. De jury is er namelijk van overtuigd dat hij mededader is, en niet zomaar medeplichtige, zoals het Openbaar Ministerie had gevraagd. Dat betekent dat hij wist wat Nemmouche van plan was, en hulp heeft geboden. 'Zonder de hulp van Bendrer, namelijk het verschaffen van de wapens en de munitie, zou de aanslag niet plaatsgevonden kunnen hebben op de manier waarop die uiteindelijk plaatsvond', zo luidde het.

Ongefundeerde uitspraken

De verdediging van beide beschuldigden had de vrijspraak gevraagd. Volgens hen was Nemmouche het slachtoffer van een complot en een valstrik, maar dat werd door de jury volledig van tafel geveegd. Volgens haar gaf de verdediging geen enkele uitleg over wie dan wel belang zou hebben bij een dergelijke complot, noch over wie het complot dan wel zou hebben uitgevoerd.

Al evenmin kwam er enige uitleg over de manier waarop die mensen ervoor zouden gezorgd hebben dat ze niet ontdekt werden. De verdediging baseerde zich volgens de jury verder op heel bedenkelijke bronnen om een aantal ongefundeerde uitspraken te doen over de slachtoffers en lanceerde enkel een aantal losse hypotheses zonder daar diep op in te gaan.

Dat het om een terreuraanslag ging, bleek volgens de jury dan weer uit het feit dat Nemmouche zelf toegaf dat hij geradicaliseerd was en naar Syrië was gereisd om er deel te nemen aan de jihad. In de opeisingsvideo's op zijn laptop had hij ook aangekondigd Brussel in vuur en vlam te willen zetten.

Vier doden

Bij de aanslag op het Joods Museum, op 24 mei 2014, vielen vier doden: Emanuel en Miriam Riva, een Israëlisch echtpaar, en museummedewerkers Dominique Sabrier en Alexandre Strens. Het openbaar ministerie had de jury gevraagd Nemmouche schuldig te verklaren voor vier moorden met terroristisch karakter en illegaal wapenbezit. Bendrer moest volgens het openbaar ministerie schuldig verklaard worden als medeplichtige, maar kreeg dus een strenger verdict.

Het Coördinatiecomité van Joodse Organisaties in België (CCOJB) reageert tevreden op de schuldigverklaring van beide beschuldigden. 'Gerechtigheid is geschied', zegt Yohan Benizri, voorzitter van het CCOJB. 'De advocaten (van de verdachten, red.) hebben geprobeerd onze democratie aan het wankelen te brengen door walgelijke theorieën te verkondigen. Ik kan dat alleen betreuren en veroordelen.'

De podcasts van De Standaard