‘Nemmouche is dader, Bendrer is medeplichtig’

Volgens het openbaar ministerie moet Mehdi Nemmouche beschouwd worden als dader van een viervoudige moord met terroristisch karakter, maar is Nacer Bendrer een medeplichtige en geen mededader.

Advocaat-generaal Yves Moreau, de magistraat van het openbaar ministerie, deed maandag voor de jury van het assisenproces over de aanslag op het Joods Museum uit de doeken wie in het Belgisch strafrecht beschouwd wordt als dader, mededader of medeplichtige aan een misdrijf.

‘Iedereen die rechtstreeks deelneemt aan een misdrijf, wordt beschouwd als dader’, legde Moreau uit. ‘Niet alleen wie de fatale daad heeft gesteld, ook wie rechtstreeks heeft meegewerkt aan het misdrijf, ook wie noodzakelijke hulp heeft geleverd, zonder dewelke het misdrijf niet gepleegd had kunnen worden, en ook wie iemand heeft aangezet tot het plegen van een misdrijf.’

Van die laatste categorie, aanzetten tot het plegen van een misdrijf, is volgens de openbaar aanklager geen sprake in dit dossier. ‘Wel hebben we hier één iemand die de fatale daden gesteld heeft, één schutter. Voor ons is het duidelijk dat Mehdi Nemmouche die dader is.’

‘Bendrer leverde wapens’

‘Daarnaast kunnen er mededaders zijn, of medeplichtigen’, aldus Moreau. ‘Dat zijn mensen die geen onontbeerlijke hulp hebben geleverd. Zonder hun hulp zou het misdrijf ook gepleegd zijn, maar op een andere manier.’

Mensen die bijvoorbeeld wapens leveren, worden meestal beschouwd als medeplichtigen, legde de advocaat-generaal uit. ‘Ze kunnen ook beschouwd worden als mededader, maar in dit geval beschouwen wij Nacer Bendrer, die volgens ons de wapens heeft geleverd, als een medeplichtige.’

Bendrer draagt wel degelijk verantwoordelijkheid in dit misdrijf, vindt Moreau, die daarvoor verwees naar een arrest uit 2003 van het Hof van Cassatie. ‘De persoon die hulp levert aan een andere, en vermoedt dat deze een misdrijf gaat plegen, aanvaardt impliciet de verantwoordelijkheid op te nemen van alle misdrijven die dankzij deze hulp gepleegd worden.’

Volgens het openbaar ministerie kon Bendrer dus wel vermoeden dat er een misdrijf gepleegd zou worden. ‘Wie er bewust voor kiest om niet te vragen naar de bedoelingen van de dader, kiest ervoor deel te nemen aan alle misdrijven die de dader plant’, besloot Moreau.

Bron: BELGA

De podcasts van De Standaard