Kritiek op AfricaMuseum verbaast Alexander De Croo

Een VN-werkgroep dringt erop aan dat België zich excuseert voor zijn koloniaal verleden. Ook het vernieuwde AfricaMuseum krijgt kritiek. Minister van Ontwikkelingssamenwerking De Croo vindt die kritiek 'erg vreemd'.

Een werkgroep van de Verenigde Naties was een week op bezoek in ons land om na te gaan hoe erg het gesteld is met ­racisme en xenofobie tegenover inwoners van Afrikaanse origine. Een opvallend besluit van het panel is dat de grondoorzaken van die mensenrechtenschendingen liggen ‘in het gebrek aan erkenning van de ware omvang van het geweld en het onrecht van de kolonisatie’. Het publieke discours geeft daardoor ‘geen genuanceerd beeld van hoe instellingen systematische uitsluiting van onderwijs, werk en kansen kunnen veroorzaken’.

Zo zegt de werkgroep, onder leiding van de Pool Michal Balcerzak, met bezorgdheid nota te ­nemen van de vele standbeelden van Leopold II en van zijn koloniale leger (de ‘Force Publique’) die nog in het straatbeeld te zien zijn, ‘gezien hun medeplichtigheid aan wreedheden in Afrika’. Als België een ‘duister hoofdstuk’ wil afsluiten, moet het zijn excuses aan­bieden voor de wreedheden die tijdens de kolonisatie zijn begaan, zegt het panel.

Directeur van het AfricaMuseum is verbaasd 

Tegelijk zou België veel meer zichtbaarheid moeten geven aan de vele Afrikanen die door de kolonisatie zijn gestorven, net als aan de vele Congolese soldaten die in de twee wereldoorlogen hebben meegevochten, en aan de cultu­rele, economische, politieke en wetenschappelijke bijdrage van mensen van Afrikaanse origine aan de Belgische samenleving.

De experts sparen ook hun kritiek op het vernieuwde Africa­Museum niet. De vernieuwing gaat volgens hen ‘niet ver genoeg’ en ‘schiet tekort in haar doel­stelling om adequate context en kritische analyse’ te bieden. Ze vragen ook dat het museum ‘alle aanstootgevende, racistische’ beelden die er nog staan, verwijdert.

Guido Gryseels, de directeur van het AfricaMuseum, is verbaasd over de conclusies van het VN-panel, dat het museum zaterdag ‘zeer oppervlakkig’ bezocht. ‘Wat betreft die enkele beelden waarop staat dat België de beschaving naar Congo heeft gebracht: ik heb ze met handen en voeten uitgelegd dat die tot het erfgoed behoren, dat we die niet mogen wegdoen, en dat we ze alleen van context kunnen voorzien.’

‘Hun rondleiding duurde al bij al een uurtje. In de zaal over het koloniale verleden zijn ze vijf minuten geweest. Ze vonden het allemaal interessant, en dan moet ik nu dit lezen? Ik ga akkoord dat België meer kan doen, dat het zijn fouten van het koloniale verleden moet erkennen, en dat voor het onderwijs een belangrijke taak weggelegd is. Maar wat ze over het museum zeggen, vind ik toch wel zeer kort door de bocht.’

Ook De Croo begrijpt het niet

Ook minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo (Open VLD) is verbaasd. 'De opmerkingen over het vernieuwde Afrikamuseum zijn op zijn minst vreemd te noemen. Het lijkt erop dat men maar zeer oppervlakkig heeft kennis genomen van de enorme inspanningen die door het team van het Afrikamuseum zijn gebeurd. Als er vandaag één plaats in België is waar men bij uitstek een kritische blik tegenover het verleden hanteert dan is het wel het vernieuwde Afrikamuseum. Zie ook de toespraak van de minister bij de opening. Daar gaf hij namens de federale regering duidelijk aan dat de vernieuwing van het Afrikamuseum een breuk vormt met het verleden.'

Eerste stap

‘Het museum heeft een stap gezet’, zegt Billy Kalonji, die een grote groep Afrikaanse organisaties bij het museum vertegenwoordigt. ‘Maar het heeft nog veel werk om van dekolonisatie te kunnen spreken. Wij zijn nog altijd niet in het museum aanwezig.’

‘Met de opening hoopten we dat ook de regering een statement zou maken. Overal wordt het debat over de kolonisatie gevoerd. Er is een nieuwe generatie die het verleden heropent. Maar de regering deed niets. Zo jammer.’

‘Hoe komt het dat wij meer kans lopen om geen werk te vinden dan u, ook al hebben we misschien meer diploma’s? Er is een totaal gebrek aan kennis over ons. Er bestaat zelfs amper wetenschappelijk onderzoek over ons. Die onbekendheid leidt tot vooroordelen die hun oorsprong vinden in het koloniale verleden, en waardoor wij ons nog altijd minderwaardig behandeld voelen.’

De woordvoerder van premier Charles Michel (MR) wil zich nog niet uitspreken over eventuele excuses voor het Belgische koloniale verleden. ‘De regering zal eerst kennisnemen van het rapport’, klinkt het. Dat rapport wordt pas in september verwacht. Alexander De Croo sluit zich daarbij aan.

De podcasts van De Standaard