• De jury

Waarom de handschoen van Nemmouche zo belangrijk is

Vandaag kregen de juryleden een analyse van de bewakingsbeelden van de aanslag op het Joods museum in Brussel op 24 mei 2014. ‘De handschoen van Nemmouche’ is daarbij een centraal element in de verdediging. Had hij er één aan of niet?

De advocaten van Mehdi Nemmouche, de hoofdverdachte voor de aanslag op het Joods museum, gaan voor de vrijspraak. Ze geven daarvoor verschillende ‘bewijzen’. Centraal staat het gebrek aan DNA-sporen van Nemmouche op een deur van het museum en op de revolver die gebruikt werd bij de aanslag.

Op de camerabeelden van de aanslag is te zien hoe de schutter ‘op drie verschillende momenten de toegangspoort van het museum aanraakt’, zegt de verdediging. Maar er is dus geen DNA van Nemmouche aangetroffen op de deur.

Op de beelden was vandaag te zien dat de dader een eerste keer de deur raakte met de elleboog en daarna ook twee keer met de linkerhand, meldt persagentschap Belga vandaag vanop de zitting.

Maar had de dader handschoenen aan?

Zo ja, dan is het niet vreemd dat er geen DNA gevonden is. De verdediging beweert dat op één beeld, waarop het lijkt dat de schutter witte chirurgenhandschoenen draagt, ‘een optisch effect’ de oorzaak is.

Volgens sommige getuigen had de schutter handschoenen aan, volgens anderen niet. De beelden van de handen van de dader en andere passanten werden vandaag in de rechtszaal getoond, maar ook de analyse van die beelden bood geen uitsluitsel over de handschoenen.

Volgens de advocaten, Henri Laquay en Sébastien Courtoy, heeft Nemmouche wel de wapens vervoerd, maar de aanslag niet uitgevoerd. Nochtans zijn er duidelijke links tussen Mehdi Nemmouche en de organisatoren van de aanslagen in Parijs en Brussel, blijkt uit het onderzoek.

In deze video legt journalist Mark Eeckhaut uit waarom het proces-Nemmouche zo belangrijk is.

 

 

De podcasts van De Standaard