Stroomimport breekt record

België was nog nooit zo afhankelijk van het buitenland voor zijn stroom­voorziening, en dat ondanks een recordproductie door gascentrales.

Bijna een kwart (22 procent) van de verbruikte stroom in 2018 kwam uit het buitenland, blijkt uit voorlopige cijfers van de netbeheerder Elia. Dat is veel meer dan pakweg het jaar voordien, toen de invoer instond voor amper 8 procent van het verbruik. De oorzaak is bekend: doordat verschillende kerncentrales stillagen, moest België halsoverkop op zoek naar nieuwe stroomleveranciers. De productie uit kernenergie, die in 2017 nog 50 procent van het verbruik dekte, viel terug naar amper 34 procent, met een historisch dieptepunt in oktober en november, toen er nog amper een kerncentrale draaide.

De wispelturige kerncentrales werden voor een groot gedeelte opgevangen door gascentrales in eigen land, die een onverwachte heropleving kenden. In november was liefst 43 procent van de Belgische energiemix afkomstig van gas, het hoogste percentage ooit. Daarvoor moesten elektriciteitsproducent Engie/Electrabel en minister van Energie Marie Christine Marghem (MR) wel alles uit de kast halen. Ook verouderde en al gesloten of sterk vervuilende gasturbines werden opnieuw aan het net gekoppeld.

Ook wind- en zonne-energie deden hun duit in het zakje. In 2018 werd opnieuw een recordhoeveelheid hernieuwbare energie geproduceerd. Voor de zon deed het goed, in juli kwam 8 procent van de energieproductie van zonne-energie.

Betere prijzen in het buitenland

Maar dan nog bleef België erg afhankelijk van het buitenland, en dan vooral van Franse en Duitse stroom. In 2018 werd het ene na het andere invoerrecord gebroken, met de allerhoogste invoer­niveaus helemaal op het einde van het jaar. Op 26 december voerde België op een bepaald moment 5.234 megawatt in, dat komt in de buurt van het vermogen van het volledige Belgische kernpark (5.920 megawatt). 

De hoge invoer is niet alleen het gevolg van de stilliggende kerncentrales, maar ook van de betere prijzen in het buitenland, die het voor stroomleveranciers interessanter maakt hun stroom in het buitenland aan te kopen. Zo werd het hoogste invoerpercen­tage niet in het late najaar, maar al in september, nog voor de kerncentrales het lieten afweten, opgetekend.

Door betere afspraken en samenwerking met de Europese netbeheerders is Elia erin geslaagd de invoerniveaus flink op te krikken. Intussen wordt gebouwd aan bijkomende invoer­lijnen. Vorige week is de Nemo Link, een stroomverbinding met Groot-Brittannië, voor het eerst op volle capaciteit getest gedurende een uur. Volgens planning moet de kabel - goed voor 1.020 MW, het vermogen van een kerncentrale – in het eerste trimester volledig operationeel worden.

Dat zal allicht te laat zijn om het volgende spannende moment op de Belgische energiemarkt te helpen verlichten. Bij een winterprik in januari of februari wordt het opnieuw schrapen om voldoende energie bij elkaar te krijgen.

De podcasts van De Standaard