Onderzoek naar klimaat en groei beloond met Nobelprijs

De Nobelprijs voor Economie is toegekend aan Amerikaanse onderzoekers die zich bezighouden met economische groei en klimaatproblemen.

De prijs gaat dit jaar naar William Nordhaus van Yale en Paul Romer van New York University. Allebei doen ze onderzoek naar bijzonder actuele problemen.

Nordhaus heeft een model ontworpen dat een macro-economisch antwoord biedt op de klimaatproblematiek. Onder meer het idee van een CO2-taks is een gevolg van dit denkwerk. Nordhaus’ research suggereert dat de markteconomie slecht in staat is om de gevolgen van uitstoot in te perken. De negatieve gevolgen ervan worden immers niet gedragen door de veroorzakers, maar door de wereldwijde samenleving als geheel. In het economisch model dat hij heeft ontworpen worden drie elementen samengebracht: de economie, de koolstofcyclus en het klimaat. Het model is nuttig om na te gaan welke maatregelen nodig zijn om de klimaatproblematiek aan te pakken. Het is ook gebruikt door het IPCC-panel dat de klimaatopwarming in kaart brengt.

Romer, die eerder dit jaar opstapte als hoofdeconoom van de Wereldbank, heeft zich dan weer gebogen over de vraag hoe het komt dat sommige economieën veel sneller groeien dan andere. Zijn theorie is dat dat veel te maken heeft met hoe ideeën worden omgezet in technologische vernieuwing. Romer heeft geconcludeerd dat ideeën een heel speciaal soort economische producten zijn, waarvan de kenmerken afwijken van traditionele goederen en diensten. Een beter begrip van hoe technologische vernieuwing tot stand komt en economische groei kan stimuleren, heeft volgens de Zweedse Koninklijke Academie van Wetenschappen enorme gevolgen voor de welvaart in de wereld.

Gemeenschappelijk

De twee bekroonde onderzoekers hebben volgens de Academie heel wat gemeenschappelijk. Hun theoretische modellen zijn gefocust op de oorzaken en gevolgen van groei. Zonder dat ze definitieve antwoorden bieden, zijn ze wel erg praktisch van aard en kunnen ze gebruikt worden om bijvoorbeeld de kosten en baten van bepaalde beleidskeuzes te analyseren. ‘De impact van hun research is enorm, en de praktische relevantie immens’, aldus de Academie.

De Nobelprijs Economie wijkt in die zin af van de andere Nobelprijzen dat niet Alfred Nobel, maar de Zweedse Centrale Bank de prijs in het leven heeft groepen. De prijs heeft officieel dan ook de ‘prijs voor economische wetenschap van de Zweedse Nationale Bank’.

Vorig jaar ging de prijs naar de gedragseconoom Richard H. Thaler. Hij onderzoekt hoe beperkte rationaliteit, sociale voorkeuren en beperkte zelfcontrole een invloed kunnen hebben op individuele beslissingen en marktresultaten.