Foto: Fred Debrock

‘We blijven de hoofdrol claimen, de andere is nog altijd onze gelijke niet’

Eerst Congo, nu Indonesië. Al twee jaar werkt David Van Reybrouck zich in de geschiedenis in van die grootste eilandenarchipel. En dat zal hij de komende twee jaar blijven doen. Halverwege gidst hij ons door de hoofdexpo van Europalia, dat Indonesië als gastland heeft. ‘Het gaat er niet slecht genoeg. Daarom weten we er zo weinig over.’

Twee jaar aan het werk, en slechts halfweg. David Van Reybrouck werkt zich in de geschiedenis van Indonesië in. Het doel? Congo, een geschiedenis overdoen. dS Weekblad sprak met hem. Het volledige interview leest u zaterdag in dS Weekblad. Hieronder vindt u alvast een voorproefje.

Met de opvolger van Congo, een geschiedenis had David Van Reybrouck nog even willen wachten. Maar het leven haalde hem in. Niet het zijne, maar dat van de sleutelpersonages. Kranige mannen en vrouwen van over de negentig die wellicht niet lang meer hebben. Honderdzeventig mensen heeft hij tot dusver geïnterviewd in Japan, Nepal en Indonesië. Binnenkort vertrekt hij opnieuw. ‘Het was de bedoeling om deze keer een korter boek te schrijven’, lacht hij. ‘Ik mikte op half zoveel pagina’s. Maar ik wed dat ik niet in mijn opzet slaag. Ondertussen heb ik twee keer zoveel schriften volgepend als voor het Congo-project’.

Nu Indonesië het gastland is van het kunstenfestival Europalia is hij de man om ons door ‘Power and other things’ te gidsen, de hoofdexpo. Op het symposium ‘Imperial Zombies, Modern Vampires and Contemporary Ghosts’ vorige maand hield hij ook de keynote speech. ‘Dé eyeopener was het verhaal van het jonge Indonesische collectief Lifepatch over de wens tot restitutie. Vanuit ons fundamentele koloniale denken en onze ervaringen met Aboriginals en Native Americans nemen we aan dat alle volkeren hun beroofde schatten absoluut terug willen. We hoeven hun mening niet te ­vragen, we wéten het gewoon.

Lifepatch ging in Atjeh polsen bij de nabestaanden van de talloze slachtoffers van de Zwitsers­Nederlandse huurling Hans Christoffel.’ Die trouwde in 1909 met de dochter van de Antwerpse burgemeester Jan van Rijswijck en verkocht zijn formidabele oorlogsbuit aan de stad. ‘Wat blijkt? Die Atjeeërs zeiden dat de westerlingen de gestolen troep mochten houden, die is toch al gedesacraliseerd. Moesten er dan excuses komen? Zelfs dat niet. Zij hadden toch gewonnen, verontschuldigingen zouden het doen lijken alsof de zege niet werd erkend.’

‘Dat legt een fundamenteel en hardnekkig eurocentrisme bloot. Vroeger draaide ­alles om hoe goed Europa het wel voorhad met de rest van de wereld en hoeveel moeite het continent zich getroostte om de rest te beschaven. Nu wordt ingezoomd op het kwaad dat de koloniale meester heeft aangericht – wat ik niet ontken – zonder dat de overige factoren en spelers significant zijn. Met andere woorden: we claimen alweer de hoofdrol, de ander is nog steeds onze gelijke niet. En dat is problematisch.’

Zaterdag in dS Weekblad leest u het volledige interview met David Van Reybrouck. 'Vanuit ons fundamentele koloniale denken en onze ervaringen met Aboriginals en Native Americans nemen we aan dat alle volkeren hun beroofde schatten absoluut terug willen.'

In het nieuws