Foto: Kristof Pieters

‘Hou je veestapel gezond, sluit jezelf een beetje op’

De antibiotica in veeteelt daalde met 20 procent, maar de doelstelling van halvering is nog ver weg. Sommige landbouwers verminderen wel al drastisch het gebruik van antibiotica.

Varkenshouder Marc Ceyssens gebruikt nauwelijks antibiotica en al helemaal niet preventief. Nochtans heeft hij geen biobedrijf, maar een behoorlijk groot gangbaar bedrijf met 300 fokzeugen, 2.000 vleesvarkens en 1.000 biggen. Zijn geheim: het bedrijf zo veel mogelijk afschermen van alle mogelijke bronnen van infecties  én op tijd ingrijpen.

‘Wij kopen nooit dieren aan’, legt Ceyssens uit. ‘De fokstapel heb ik overgenomen van mijn vader. Zo sluit je de voornaamste toegangspoort voor ziekten. Belangrijk is de ligging van het bedrijf. In een straal van meer dan twee kilometer is er geen ander landbouwbedrijf. Daarmee voorkom je ook luchtinfecties en infecties die worden overgedragen door ongedierte en vogels. Mensen die hier niet echt moeten zijn, moet je uit de stallen houden. De dierenarts moet zich wassen, ontsmetten en omkleden in kledij en schoenen die wij ter beschikking stellen. Ook alle materiaal dat hij gebruikt – spuiten, operatiekoord, messen – hebben we zelf aangekocht. Onze dieren worden alleen op maandag opgehaald, omdat ik dan weet dat de vrachtwagen in het weekend gepoetst is en na 48 uur zijn bacteriën niet meer actief.’ 

Looplijnen
‘Ook in het bedrijf zelf is het belangrijk dat je zo veel mogelijk besmettingen uitsluit. Je moet nadenken over hoe je groepen dieren scheidt en hoe de looplijnen in het bedrijf zijn. Per stal gebruiken we apart schoeisel, kledij en materiaal. Je sluit jezelf zo wel een beetje op, maar het is om je veestapel gezond te houden.

Ceyssens’ manier van werken is vrij uniek in de gangbare veehouderij, ook al is het gebruik van antibiotica de afgelopen jaren ook in het algemeen gedaald in de sector. In 2016 lag het 4,8 procent lager dan in 2015. In vergelijking met 2011, het referentiejaar, daalde het gebruik met 20 procent. Maar dat is nog ver van de doelstelling om tegen 2020 de helft minder  antibiotica te gebruiken. Het gebruik van de meest kritische antibiotica daalde in 1 jaar tijd met 53 procent, sinds 2011 met 56 procent. De doelstelling tegen 2020 is 75 procent.

Jeroen Dewulf, voorzitter van Amcra, het kenniscentrum dat het antibioticagebruik bij dieren moet verminderen, gelooft dat de doelstelling gehaald kan worden als er extra maatregelen komen. ‘Sinds midden vorig jaar worden alle gebruikte antibiotica geregistreerd’, zegt hij. ‘Dankzij dit systeem krijgen we een beter zicht op het effectieve gebruik en kunnen we maatregelen nemen als veehouders of veeartsen te veel gebruiken. Na de zomer krijgen de bedrijven een individueel rapport en kunnen ze vergelijken met andere bedrijven. In de varkenshouderij bestaat het al voor een aantal bedrijven en daar werpt het zijn vruchten af.’
Uit een project van de UGent bij 48 varkenshouders die hun antibioticagebruik in drie jaar halveerden, bleek dat die bedrijven het ook financieel beter deden. Waarom dit systeem niet verplichten? ‘Deze resultaten zijn behaald dankzij een intensieve begeleiding van die bedrijven. Zonder coaching lukt dat niet’, zegt Dewulf.

Het verhaal van varkenshouder Ceyssens bewijst dat het ook wel ingewikkelder is dan gewoon stoppen met antibioticagebruik. ‘Preventief werken is uiterst belangrijk. Twee keer per jaar neem ik dertig bloedstalen van de verschillende groepen dieren, van de kleine biggen tot de afgemeste varkens. Bloedanalyses kunnen je op het spoor zetten van mogelijke infecties die je uiterlijk nog niet kunt zien. Via vaccins kun je erger voorkomen. Bij een onverwacht overlijden laten we ook altijd een “antibiogram” maken, daaruit kun je afleiden of je dieren resistent zijn tegen bepaalde antibiotica. Ik kan nog altijd elk antibioticum gebruiken.’
Betekent deze manier van werken ook dat het bedrijf financieel gezonder is? ‘Het is in het begin een investering, die je wel terugverdient. Maar het is belangrijk dat je het consequent volhoudt. Tijdens de opfokperiode ligt mijn sterftecijfer lager. Of ik het economisch beter doe, kan ik niet zwart op wit bewijzen. Er spelen veel factoren mee. Maar een goede gezondheid van de dieren is natuurlijk wel de basis.’ 

De podcasts van De Standaard