Foto: Koen Bauters
Recensie: Kaleo in Ancienne Belgique

Te weinig songs van het niveau "Way down we go"

‘Way down we go’ van Kaleo is niet van de radio te branden; als u wel eens FIFA16 gamet kent u de hit zelfs al langer. In de AB leek de IJslandse groep wel een andere band. Een minder interessante band, helaas.

Helemaal vol zat de AB niet voor Kaleo, maar toch bijna vol. ‘Way down we go’ is dan ook een duister juweel van een song, met die gekwetste stem van J.J. Julius Son, die verende bas en die gruizige gitaarsolo. De IJslanders kunnen Belgische groepen een goede les leren: zorg dat je beste song opgepikt wordt in FIFA16, in reclamespotjes voor de Britse cosmeticaketen Boots, of in series als Suits of Orange is the New Black. Rijg je die allemaal aan elkaar, dan heb je over de hele wereld een publiek dat bereid is om je plaat A/B toch minstens eens te beluisteren.

Rewind, zegt u: IJslanders? Ja, wij vergeten het ook voortdurend; we vergaten het zelfs tijdens het eerste Belgische optreden van de band. Het ijle geluid van Sigur Ros of de experimentele gekte van Björk, dingen die gemakkelijk we met IJsland associëren, zijn hier ver weg. Kaleo is Hawaïaans voor ‘het geluid’, en dat geluid is duidelijk dat van de southern states van de VS. Kaleo grossiert in bluesrock, zingt over devils en automobiles, en J.J. Julius Son heet eigenlijk Jökull Juliusson. Hij is ook een soort Selah Sue: een fris, blauwogig jongmens live, maar als je alleen op zijn stem zou afgaan, dan gokte je op een oude neger die veel te lang in de katoenvelden is afgebeuld om goed te zijn.

De band, die een poos geleden naar de Verenigde Staten is verkast, begon er nog vrij spannend aan met ‘Can’t go on without you’: kristalheldere gitaar, mooi gefloten intro, en J.J. die op het einde zijn mooiste Bon Iver-falset bovenhaalde. En voor de goede orde ook ‘All the pretty girls’ in die stem zong. Zodra het wat minder folky en wat meer bluesy werd, ging het niveau echter pijlsnel naar beneden. Songs als ‘Broken bones’ of ‘No good’ zijn al duizend keer bedacht, meestal door die oude katoenplukker van daarnet. Als je dat soort uitgepuurde formule heruitvindt, kun je het maar best doen met een drummer die minder hard werkt dan David Antonsson, maar wat meer soul heeft. Ook J.J. greep, als hij passie moest vertolken, iets te gemakkelijk naar ‘ik krijs hier mijn ziel uit’.

Was de cover van Sonny & Chers ‘Bang bang’ goed gespeeld? Absoluut, al greep de band naar een vrij voorspelbare stil-luid-stil-luid-bewerking. ‘Way down we go’ spaarden ze bijna tot het einde. Blijft een goede song. Het publiek was laaiend enthousiast. Kaleo heeft gewoon te weinig songs van dit niveau: hopelijk wordt die ene hit geen blok aan hun been. ‘We hebben al in meer dan 48 staten gespeeld’, zei J.J. enthousiast over zijn nieuwe thuisland, wat ons even bezighield: de VS heeft vijftig staten - waar zijn ze nog niet geweest? Meteen daarna dwong een andere gedachte zich op: in elke middelgrote Amerikaanse stad staan bandjes die dit soort blues- en rootsrock even goed spelen, horen die Yanks iets exotisch dat wij missen?

Kaleo, gezien in de AB, woensdag 25 januari.

De podcasts van De Standaard