Foto: Joris Casaer

‘Betaal het zonnepaneel van een ander en krijg zelf lagere energiefactuur’

Ondernemingen die zelf geen zonnepanelen kunnen leggen, willen in ruil voor een lagere energiefactuur wel investeren bij anderen. Voor wat, hoort wat.

Wordt 2017 hét jaar waarin de Vlaamse ondernemer massaal kiest voor hernieuwbare energie?

De eerste tekenen lijken dat alvast te voorspellen. In een nieuwe enquête van Unizo blijkt dat veertig procent van de bedrijfsleiders maar al te graag wil investeren in zonnepanelen, zelfs als dat niet mogelijk blijkt op de eigen sites. ‘Zelf elektriciteit opwekken verhoogt de onafhankelijkheid en autonomie, en vermindert de kwetsbaarheid en – niet onbelangrijk – de factuur’, zegt milieuexpert Piet Vanden Abeele.

Snel terugverdienen

Unizo, dat als belangenorganisatie opkomt voor de ondernemers, bevroeg afgelopen maanden 789 leden omtrent hernieuwbare energie, om zicht te krijgen op de situatie vandaag de dag. En ook ingegeven door de Europese verplichtingen voor broeikasgasreductie.

En wat blijkt? Al meer dan twintig procent van de bedrijven produceert al een of andere vorm van groene energie.

De overgrote meerderheid (87 procent) draagt zijn steentje bij via fotovoltaïsche zonnepanelen, die zonlicht omzetten in elektriciteit. Dat hoge percentage van eigenaars, luidt de verklaring, komt deels door de zware investeringen van de Vlaamse regering in het verleden, inclusief het renderende systeem van groenestroomcertificaten (dat achteraf gezien misschien niet de meest doordachte aanpak bleek, gezien de enorm financiële repercussies voor de Vlaamse overheid).

Vanden Abeele noemt dat gemeten aantal ‘redelijk veel; het loopt ook gelijk met de groep van particulieren die thuis panelen liggen hebben’.

Dat zonnepanelen een snelle terugverdientijd hebben van zeven à acht jaar, speelt natuurlijk ook mee in het algemene succes. ‘Temeer omdat de installaties twintig jaar kunnen meegaan. Dat spaart op termijn heel veel geld uit’, zegt de Unizo-expert.

Daarom misschien dat 27 procent van de bevraagden aangeeft de komende drie jaren extra of voor het eerst te zullen investeren in dergelijke technologie. ‘Wie niet investeert, is daarom geen tegenstander van groene energie, maar beschikt gewoon niet altijd over de nodige marges’, meent Vanden Abeele.

Voor alle duidelijkheid: de bedrijven, ook zij die volledig zelfbedruipend zijn wat hun energielevering betreft, blijven wel op het net aangesloten, voor kritieke momenten, en als het weer en het zonlicht niet meezitten.

Ook warmtepompen, die bijvoorbeeld via grondwarmte water verhitten, en zonneboilers doen het goed qua verkoopsucces, en blijken telkens bij twintig procent van de ondernemers aanwezig.

Investeren in scholen

Unizo merkt ook een grote gretigheid op om te investeren bij ondernemers die niet eens over de fysieke mogelijkheden beschikken om zonnepanelen te leggen, omdat ze bijvoorbeeld een slecht gelegen zijn met te weinig zonuren, of simpelweg door het gemis van een eigen dak of een plein. Vier op de tien bedrijven opteren daarom voor ‘salderen op afstand’.

Dat is een moeilijk en vreemde uitdrukking voor een praktijk uit het buitenland, maar het komt neer op het investeren in de zonnepanelen van een ander.

Vanden Abeele legt de verschillende voordelen uit: ‘Waarom als onderneming niet meebetalen aan het energiepark van een school of een openbaar gebouw? Dat vergemakkelijkt voor die instellingen de zoektocht naar het nodige geld, niet altijd een makkelijke zaak. Tegenover die investering staat voor de onderneming de mogelijkheid om haar aandeel verhoudingsgewijs te verrekenen in de eigen elektriciteitsfactuur. Een win-win voor iedereen.’

Bart Tommelein (Open VLD), Vlaams minister van Energie, gaf bij de voorstelling van zijn Zonneplan in juni vorig jaar al te kennen dat hij de mogelijkheid van die piste onderzoekt, maar een concreet voorstel lijkt voorlopig nog niet voor meteen, bevestigt zijn kabinet aan deze krant.

De podcasts van De Standaard