Geens wil Vrouwe Justitia een grondige facelift geven

Justitie de 21ste eeuw in leiden, dát is het Magnum Opus waar minister Koen Geens (CD&V) zijn naam onder wil schrijven. Met een diepgaande modernisering van wetboeken die tot 200 jaar oud zijn, mikt hij hoog. De ontwerpteksten zijn klaar, nu de consensus nog. Twee hervormingen lichten we toe.

1) Strafrecht, strafvordering en strafuitvoering: ook recidivist komt vrij na helft straf

Y. wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 jaar voor diefstal met braak. De straf is aan de zware kant, want het is niet zijn eerste keer. Als recidivist kan hij vrijkomen vanaf 6 jaar (2/3 van zijn straf), binnenkort wordt dat na 4,5 jaar.

Geens’ meest opvallende hervorming wordt wellicht het fonkelnieuwe Wetboek van strafuitvoering, het sluitstuk van de strafrechtelijke keten. Daarin worden alle regels omtrent strafuitvoering wettelijk verankerd: na de helft van een straf komt men vrij, tenzij er veiligheidsargumenten zijn die overtuigen van het tegendeel, of tenzij de rechter een beveiligingsperiode heeft opgelegd. Gewelds- en zedendelinquenten worden extra opgevolgd, de focus ligt op reïntegratie. ‘Strafuitvoering moet tot bewustwording van de dader leiden’, aldus de minister.

Zowel het misdrijven- als het straffenarsenaal wordt grondig door elkaar geschud. Overtredingen verdwijnen uit het Strafwetboek, straffen worden ingedeeld in acht niveaus. De celstraf moet het ultimum remedium zijn, er komen meer alternatieve straffen zoals de autonome bijzondere verbeurdverklaring.

Ook in het strafprocesrecht wil Koen Geens een copernicaanse omwenteling teweegbrengen: in plaats van het opsporings- en het gerechtelijk onderzoek streeft hij naar één vooronderzoek onder leiding van het parket, en onder rechterlijk toezicht van de onderzoeksrechter.

Hoe haalbaar is dit? De eenvoudige hervorming van het Strafwetboek – zoals de depenalisering van overtredingen – wil Geens nog deze maand bespreken in de interkabinettenwerkgroepen. Hij mikt op een inwerkingtreding in 2018-2019. De strafuitvoering zal meer werk vergen en de strafvordering ligt héél gevoelig. De onderzoeksrechters staan immers op hun achterste poten.

2) Ondernemingsrecht: starter moet geen kapitaal meer ophoesten voor bvba.

X. wil een vennootschap oprichten. Na lang twijfelen blijkt een bvba zijn voorkeur weg te dragen. Alleen moet X. 18.550 euro aan startkapitaal hebben, waarvan minstens 6.200 euro op een rekening bij de bank.

Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) wil van België een land maken waar alvast de wetgeving het aantrekkelijk maakt om te ondernemen. ‘Vandaag zitten we in het omgekeerde geval’, zegt de minister stellig. ‘Er bestaan zo’n 14 vennootschapsvormen en vier verenigingsvormen, waardoor de startende ondernemer het bos door de bomen niet ziet. Na de hervorming willen we vier vormen overhouden.’

Concreet: de nv, de bvba, de coöperatieve cvba en de maatschap blijven overeind. De gekozen vennootschapsvorm moet ‘flexibel aangepast’ kunnen worden aan de behoefte van de ondernemer, en voor zo weinig mogelijk administratieve last zorgen. Ook vrije beroepers, landbouwers en non-profit ondernemers moeten vlotter kunnen ondernemen én hun schuldeisers verdienen dezelfde bescherming. Daarvoor schrapt Geens de voorwaarde om een startkapitaal in te brengen. Een goed onderbouwd ondernemingsplan volstaat.

Ook het zogeheten ‘insolventierecht’ wordt versoepeld. Geens: ‘Iemand wiens onderneming failliet gaat, moet een tweede kans krijgen, naar Amerikaans model.’ Het discreet of ‘stil’ faillissement wordt wettelijk verankerd voor alle ondernemingen.

Nog nieuw is dat er een uniform ondernemingsbegrip komt en de rechtbanken van koophandel worden omgevormd tot ‘ondernemingsrechtbanken’.

Hoe haalbaar is dit? Voor het einde van het jaar hoopt de minister te landen met het faillissements- of insolventierecht, de rest van de ontwerpteksten wordt in 2017 aan de regering voorgesteld. Het kabinet-Economie is nauw betrokken, Geens maakt zich sterk niet ver van zijn voorstel te kunnen landen.