Bonte: ‘N-VA laat Belgen in de steek’

Het kan niet dat N-VA de eenmaking van de Brusselse politiezones begraaft tot aan de verkiezingen omdat de MR niet meedoet. Dat vindt Vilvoords burgemeester Hans Bonte (SP.A). ‘Niet enkel Brussel, maar ook Vlaanderen is gebaat bij minder politionele versnippering.’

Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) maakte afgelopen weekend in De Zondag duidelijk dat de eenmaking van de politiezones tot 2019 in de koelkast gaat. ‘Ik merk vandaag dat minstens één partij (de MR red.) daar niet van overtuigd is, en die kan zich beroepen op het regeerakkoord. Wij gaan dat respecteren.’

‘Het is verontrustend dat N-VA de eengemaakte politiezone begraaft omwille van het feit dat één partij, MR, niet overtuigd is’, reageert Hans Bonte vandaag. ‘Voor N-VA is het dus voldoende dat één partij zegt: “wij doen niet mee”.’

De Vilvoordse burgervader herinnert aan de consensus die er na de aanslagen heerste over de makkelijke efficiëntiewinst die bij de politiezones geboekt kan worden. ‘Maar nog voor we concreet kunnen spreken in de onderzoekscommissie of in de tijdelijke terreurcommissie over de eengemaakte politiezone, wordt het door N-VA al begraven. Dat is niet ernstig. Elk voorstel dat de veiligheid van de mensen kan verbeteren, moet men ernstig nemen en ernstig behandelen.’

‘Ook Vlaanderen gebaat bij eengemaakte zones’

‘De eenmaking van de politiezones heeft alles te maken met meer efficiëntie in ons veiligheidsbeleid’, vindt Bonte, die niet begrijpt dat zo’n belangrijke hefboom wordt uitgesteld tot aan de volgende verkiezingen. ‘Dit bewijst dat de federale regering, de N-VA in het bijzonder, de inwoners van dit land in de steek laat. Niet enkel Brussel en de rand, maar ook de rest van Vlaanderen is gebaat bij minder politionele versnippering en meer eengemaakte zones.’

Bonte roept het parlement op tot handelen en wijst daarbij op een wetsvoorstel dat hij daar onlangs indiende voor de eenmaking van de politiezones. ‘Binnenkort staan hoorzittingen over dit wetsvoorstel geagendeerd. Het is voor zover ik weet nog steeds het parlement als wetgevende macht dat de wetten in dit land stemt.’