• Hoe zal de N-VA omgaan met het feit dat één kwart van haar kiezers ooit op Vlaams Belang stemde?

Beste Peter Verlinden,

Wie? OCMW-voorzitter en schepen in Antwerpen (N-VA).

Wat? Dat de N-VA niet ingaat op provocaties als ‘verbruining’, is strategisch en heeft allerminst met stilzwijgende goedkeuring te maken.

Mag ik eerst en vooral mijn afschuw uiten voor wat u en uw gezin is overkomen. Een huis bekladden met scheldwoorden op basis van de huidskleur van de bewoners, dat is onaanvaardbaar. Dit is een daad van zuiver racisme waar geen verzachtende omstandigheden voor bestaan. Ik begrijp maar al te goed hoe bedreigend deze laffe actie overkomt bij uw vrouw en kinderen en hoop dat zij zich snel opnieuw veilig voelen in een Vlaanderen dat hen vanzelfsprekend als een burger onder de burgers beschouwt. Dat is niet alleen mijn persoonlijke wens. Het is ook ondubbelzinnig het maatschappijbeeld waar mijn partij, de N-VA, voor staat.

In uw column op de VRT-webstek vraagt u zich af hoe de N-VA zal omgaan met het feit dat één kwart van onze kiezers ooit op Vlaams Belang stemde. Hoe zal de overstap van deze kiezers naar de N-VA onze communicatiestijl en maatschappijvisie veranderen?

Er is nog geen onderzoek gevoerd naar waar de N-VA kiezers vandaan komen, maar het antwoord mag zeer duidelijk zijn: niet! Op geen enkele manier.

De sleutel aan de binnenkant

U zal onze verkozenen, onder wie verschillende van allochtone origine, nooit horen pleiten dat ‘de verbruining’ het probleem is. U zal ons steeds problemen bij naam horen noemen, maar altijd zullen wij een opdeling van de bevolking op basis van huidskleur volstrekt onaanvaardbaar vinden. Dat heeft de N-VA trouwens meermaals bewezen door samenwerking met Vlaams Belang steeds af te wijzen. Niet door het cordon sanitaire te onderschrijven. Wel door iedere keer opnieuw vast te stellen dat Vlaams Belang de deur had gesloten en de sleutel aan de binnenkant had laten zitten. Nog niet eens zo lang geleden werd het discours van Vlaams Belang gedragen door één op de vier Vlamingen. Vandaag komt de partij nog net boven de kiesdrempel. Ondanks een verkiezingscampagne waarin Filip Dewinter het gortigste uit zijn repertoire heeft bovengehaald om de aandacht te trekken. Het feit dat de N-VA en andere partijen tijdens de campagne niet zijn ingegaan op racistische provocaties als ‘verbruining’, mag u als een strategische keuze beschouwen. Allerminst als een stilzwijgende goedkeuring. Integendeel, als de N-VA met haar politieke standpunten mee verantwoordelijk is voor het ineenstorten van het racistisch politiek discours, zijn we daar trots op.

Uw oproep naar ons, dat wij dit als grootste partij duidelijk zouden stellen, kan op verschillende manieren geïnterpreteerd worden. Het kan een oprechte bezorgdheid zijn die ik dan ook graag beantwoord. Sta me toe daarvan uit te gaan. Dat kan ik echter niet bij enkele andere columns die de ineenstorting van Vlaams Belang vooral lijken aan te grijpen als een bewijs dat de N-VA racistisch zou zijn.

Het opvallendste voorbeeld is dat van uw oud-collega William Van Laeken. De man stelt dat de enige reden waarom Vlaams Belang nog bestaat, te wijten is aan het feit dat Bart De Wever vaak met een zwarte man in beeld komt. Ik citeer: ‘Die resterende 5 of 6 procent is de harde kern die zich niet kan voorstellen dat hun leider een zwarte chauffeur heeft. Daarom waag ik mij aan deze hypothese: als Bart De Wever zijn concurrenten op nóg rechtser hun laatste kiezer had willen afpakken, als hij echt incontournable had willen worden, dan had hij misschien toch beter een andere chauffeur genomen.’

In alle eerlijkheid: ik zou dit soort ranzige, beledigende onzin niet willen geschreven hebben. Voor sommigen mag iemand beledigen duidelijk wel. Als het maar het eigen ‘goede doel’ dient. Ik weiger alvast om mee te stappen in een discours dat blijkt te teren op de wetenschap dat iedere Vlaming au fond een racist is. Sterker nog, ik ontken het.

Relatief

Tot slot: gisteren kreeg ik uw column toegestuurd met een verwijzing naar een van mijn eigen uitspraken: ‘Leg nu maar eens aan Peter Verlinden uit dat racisme relatief is’. Een uitspraak die ik inderdaad gedaan heb en waar ik nog steeds achter sta, gezien de context waarin ik ze gedaan heb. Als ik een jongere van allochtone origine vraag om zijn voeten van de bank te doen in de tram of vraag om op te staan voor een bejaarde, wens ik niet uitgescholden te worden voor racist. Zo gebeurt het wel vaker dat de term racisme te pas en te onpas wordt bovengehaald. Niemand heeft baat bij de uitholling van een misdrijf. De slachtoffers, zoals u en uw gezin, allerminst.

Sterkte,

Liesbeth Homans

De podcasts van De Standaard