De ombudsman -

Van Thillo betwist citaat op de voorpagina

‘Dat voelt goed’, luidde het antwoord van Christian Van Thillo op de vraag hoe het voelt de rijkste uitgever van Vlaanderen te zijn. Alleen: Van Thillo ontkent dat hij dat gezegd heeft, en er bestaat geen bandopname van. Moeilijk in te schatten voor Tom Naegels dus.

Afgelopen vrijdag publiceerde De Standaard een interview met Christian Van Thillo, ceo van De Persgroep, uitgever van onder meer De Morgen, De Tijd en de Volkskrant (en dus zaakvoerder van de belangrijkste concurrent van Mediahuis, het bedrijf dat deze krant uitgeeft). De krant kondigde dat aan door de openingsvraag, en de eerste zin van het antwoord, op zijn voorpagina groot af te drukken: ‘Hoe voelt het om de rijkste uitgever van Vlaanderen te zijn?’ Christian Van Thillo: ‘Dat voelt goed.’

Van Thillo reageerde daar zeer ontstemd op. Onder meer door de indruk die kon zijn gewekt, dat hij daar een uitspraak deed over zijn persoonlijke fortuin, terwijl het interview ging over de goede resultaten van het bedrijf. Van Thillo: ‘Je had vrijdag mijn mailbox moeten zien. Van verschillende mensen binnen De Persgroep, maar ook van de vakbonden, heb ik reacties ontvangen in de zin van: “Je veroorlooft je nogal wat.” En dat in tijden waarin er zoveel te doen is – en terécht – over toplonen. Maar ik heb het nooit gehad over rijkdom in die zin.’

Maar de klacht gaat verder dan dat. Van Thillo ontkent formeel dat hij de zin ‘Dat voelt goed’ heeft uitgesproken. ‘Ik zit 25 jaar in dit vak. Als je zo’n vraag krijgt, dan weet je: “Als ik nu iets verkeerds zeg, dan heeft hij zijn titel.” Ik heb dus meteen geantwoord dat het niet over mij gaat, maar over onze onderneming.’

Karel Verhoeven, die als hoofdredacteur van De Standaard de eindbeslissing nam over de voorpagina, stelt dat ‘rijkste uitgever’ gelezen moet worden als ‘hoofd van de rijkste uitgeverij’. ‘Dit interview werd afgenomen vlak na de presentatie van de jaarcijfers, waarop Van Thillo blonk van trots en zelfverzekerdheid. Logisch ook, zijn bedrijf zet een prachtig resultaat neer: 68 miljoen euro nettowinst, terwijl de andere uitgevers stevige verliezen maken. Het is die sfeer die we hebben willen vatten met die teaser op de voorpagina: de overwinnaar spreekt. We hebben nooit willen impliceren dat Van Thillo pochte over zijn persoonlijke rijkdom. We kennen hem ook niet als dat soort ondernemer.’

Van Thillo: ‘Ik wil geloven dat het niet de bedoeling was. Maar “rijk” is een woord dat je gebruikt voor persoonlijk vermogen. Dat is iets anders dan de winst van een onderneming.’

Het bewuste citaat

Die discussie valt natuurlijk in het niet bij de vraag of het citaat überhaupt uitgesproken is. Indien niet, dan gaat het om een ernstige fout.

Redacteur economie Pascal Dendooven, die het interview afnam samen met mediaredacteur Dominique Deckmyn, is ook formeel: de woorden zijn gevallen. ‘Aansluitend op de persconferentie zijn we met hem naar een zaaltje gegaan. We wisten dat we maar een halfuurtje hadden, dus ben ik onmiddellijk terzake gekomen. Ik heb de vraag gesteld terwijl hij eigenlijk nog rechtstond. “Informeel” is een te groot woord voor de sfeer van het gesprek, maar we hadden al wat gesproken tijdens de persconferentie, het ijs was al gebroken. Letterlijk terwijl hij zich laat zakken in zijn stoel, zegt hij: “Dat voelt goed.” Gaandeweg is hij dat gaan nuanceren in de rest van zijn antwoord, misschien omdat hij voelde: “oei, we zijn iets te vlotjes gestart”. Maar het was een positief gesprek, er was geen sprake van mensen die elkaar wilden pakken of zo. Dus was ik verrast dat hij zo boos reageerde.’

Dendooven heeft me zijn notities van het interview getoond, en aan het begin ervan staat inderdaad: ‘rijkst uitg... voelt goed’. Op de opname van het interview staat de bewuste zin niet. ‘Dat komt omdat die pas start als Van Thillo al enkele zinnen verder is’, zegt Dominique Deckmyn. ‘Ik was de app nog aan het opstarten.’ Heeft Deckmyn de zin gehoord? ‘Ik was afgeleid. Maar ik ben vrij zeker dat het klopt. Hij toonde zich in ieder geval heel fier.’

Context

Uit de passage die wél opgenomen is (en die dus enkele zinnen ver in het interview begint), leer ik wel dat Van Thillo het gebruik van de term ‘rijk’, en de implicatie dat het hem om geld te doen zou zijn, daar al aan het contesteren is. Dit is de letterlijke weergave: ‘Het gaat over een maatstaf van performantie, waarbij je moet zeggen: “Blijven je media nog in vorm of niet?” En haal je daar een goed financieel resultaat mee, dat is een maatstaf. En het wordt pas geld wanneer je zegt: “En wat gaan we er nu mee doen?” En dan is het wel degelijk geld. Maar rijkdom in de normale betekenis van het woord is dan nog iets heel anders.’

Dat staat wel een beetje in het interview zoals het vrijdag verscheen, maar veel omfloerster (en in moeilijker doordringbaar jargon). Als de krant dan toch vond dat dat korte antwoordje symbool stond voor de blakende trots van de succesvolle ondernemer – in die mate dat het over een derde van de voorpagina kon geplaatst worden, genadeloos afgekapt na de eerste zin – dan had ze naar mijn mening ook moeten laten doorwegen dat de geïnterviewde zelf tijdens het gesprek al zijn bezwaren had geuit tegen de woordkeuze, en zijn spontane eerste antwoord, als het er gekomen is, enkele zinnen verder al sterk had genuanceerd. Op zijn minst had dat in het interview zelf moeten staan.

Of de betwiste zin uitgesproken is, kan ik onmogelijk nog achterhalen. Uit de notities leid ik af dat de journalist in ieder geval het antwoord heeft gehoord dat in de krant stond. Dat de passage niet opgenomen is, maakt het echter moeilijk in te schatten hóé de conversatie precies gelopen is: was Van Thillo zich er al van bewust dat hij al on the record was, wat was zijn precieze woordkeuze, kan er iets anders zijn gezegd dat ernaar klonk? Het is raden.

Ook dat is een les. Citaten, zeker in koppen, kunnen altijd worden betwist. Als de krant ervoor kiest om een citaat zeer opvallend uit te spelen, is het goed als ze die keuze kan verantwoorden met onweerlegbaar bewijs.

De ombudsman houdt de redactie van De Standaard wekelijks een spiegel voor. Opmerkingen over journalistiek in
De Standaard kan u melden via ombudsman@standaard.be en via www.standaard.be/ombudsman, waar u ook links vindt naar zijn Facebook­ en Twitterpagina (@OmbudsDS)