• Siegfried Bracke

‘Premierschap werd obsessie’

Het volk dienen kwam voor Wilfried Martens op de eerste plaats. Dat heeft voormalig politiek tegenstander en vriend Willy Claes verteld in Hautekiet op Radio 1. Martens dreigde volgens Claes echter ten onder te gaan aan die politieke verplichtingen. Siegfried Bracke beaamt Martens’ roeping om te regeren.

SP.A-minister van Staat Claes voerde jarenlang oppositie tegen de regeringen-Martens. ‘Maar wij waren al lang de grens van meerderheid-oppositie voorbij, wij waren echte vrienden geworden. Of ik nu in de oppositie of in de meerderheid zat, wij hadden een heel goede relatie, en hij kon met mij alle problemen van zijn meerderheid bespreken, hij wist dat ik die niet zou misbruiken.’

‘Privéleven opgeofferd voor politiek’

Claes bewondert Martens vooral voor zijn ‘totale inzet’. Het was een echte dienaar van het volk, en dat was voor hem prioritair. Hij heeft jaren zijn privéleven totaal ‘gesacrifieerd’ voor de politiek.’ Hij vreest ook dat die opofferingen aan de basis lagen van Martens’ privé-problemen: ‘Die schade is voor een groot stuk veroorzaakt door de politieke verplichtingen waaraan hij op een zeker moment dreigde ten onder te gaan.’

‘Het tweede dat mij aan hem zal bijblijven is zijn eindeloos geduld’, aldus Claes. ‘Wanneer de standpunten erg botsten, bleef hij onveranderlijk kalm en liet de storm betijen. Dan ‘ramasseerde’ hij de standpunten en bracht ons tot een aanvaardbaar compromis.’

Bracke: ‘Roeping om zich te wijden aan Vlaamse publieke zaak’

Siegfried Bracke, die Martens van nabij volgde als journalist, beaamt dat Martens’ toewijding aan zijn premierschap charmant, maar ook problematisch was. ‘Op de duur werd het een obsessie. Hij was constant bevreesd dat er iets zou gebeuren waarvoor hij zijn verantwoordelijkheid moest nemen. Gevolg was dat hij bijvoorbeeld elk uur plichtsgetrouw naar de radio luisterde. Dat gaf een ongelofelijke stress en uiteindelijk was hij vergroeid met zijn functie.’

‘Hij heeft ooit een opdracht gekregen van zijn priester-leraar in het laatste jaar van de humaniora’, legt Bracke uit. ‘Hij moest én rechten studeren én zich wijden aan de Vlaamse publieke zaak. Dat was bij hem iets wat er heel diep inzat. Dat was echt een soort van roeping die hij had gekregen.’