Foto: BELGA

Ook Veiligheidsraad pleit voor internationale berechting Syriëstrijders

Alle IS-strijders met Europese nationaliteit zouden in het beste geval samen internationaal berecht worden, benadrukt de Nationale Veiligheidsraad. Maar hoe dat moet gebeuren, is nog altijd onduidelijk.

De Nationale Veiligheidsraad, waar onder meer de premier, het crisiscentrum en de Staatsveiligheid in zetelen, kwam vanmorgen samen over de aanpak van de overgebleven Belgische IS-strijders in Syrië en Irak. De Veiligheidsraad bevestigde daar de boodschap van de drie regeringspartijen dat ze die IS-strijders liever niet willen berechten in eigen land.

‘De voorkeur gaat uit naar een vorm van internationale berechting in overleg met andere landen’ die met hetzelfde probleem geconfronteerd worden, benadrukt de woordvoerder van premier Charles Michel (MR). De IS-strijders zouden dan vastgehouden moeten worden in detentiekampen in de regio. Het actief terughalen van de Syriëstrijders lag politiek bijzonder gevoelig, ook al zijn er op onze bodem intussen al verschillende Syriëstrijders berecht. De plan is voorlopig dus van tafel.

Hoe die internationale berechting precies moet gebeuren, is weliswaar nog compleet onduidelijk. Open VLD-vicepremier Alexander De Croo brak eerder al een lans voor een internationaal tribunaal, maar het blijft ook onduidelijk welke rol de Iraakse overheid of de Arabische-Koerdische alliantie van Syrische Democratische Krachten daarin kan spelen. De regering blijft de kwestie de komende dagen nog aankaarten bij de internationale partners.

Info verzamelen

De Nationale Veiligheidsraad vroeg de betrokken politie- en inlichtingendiensten ook om ‘informatie te verzamelen over de mensen met de Belgische nationaliteit ter plaatse, in Irak en Syrië’. Volgens het kabinet van minister van Justitie Koen Geens (CD&V) en de inlichtingendiensten bevinden zich minstens vier Belgische IS-strijders in Koerdische gevangenkampen in het noorden van Syrië. Daarnaast bevinden zich ook zeventien vrouwen en een dertigtal kinderen in de regio.

Wat kinderen jonger dan 10 jaar betreft, blijft de regering bij haar standpunt. Zij kunnen rekenen op hulp bij de repatriëring naar België. Voor kinderen ouder dan 10 jaar wordt er ‘geval per geval’ geanalyseerd.