• Themabeeld

Beleggers zijn helft rendement weer kwijt aan kosten

De kosten op Belgische beleggingsfondsen liggen hoger dan het Europese gemiddelde. Dat fnuikt het rendement.

Een gemengd Belgisch beleggingsfonds – met aan­delen en obligaties – bracht tussen 2015 en 2017 gemiddeld 4,91 procent op. Maar de belegger moet 2,39 procent van dat rendement opnieuw afgeven aan gemaakte kosten. Met andere woorden: de kosten doen bijna de helft van dat rendement (49 procent) wegsmelten. Ook als we over een langere periode kijken – zeven of tien jaar – zijn de kosten goed voor meer dan 40 procent van het rendement. Dat blijkt uit een recent rapport van de Europese autoriteit voor effecten en markten (ESMA). Onder die kosten vallen de lopende kosten (‘total expense ratios’ in het jargon), de abonnementskosten en de uitstapkosten.

Hoger rendement voor aandelenfondsen
Gemengde fondsen zijn in ons land met voorsprong de belangrijkste fondsencategorie, stelt het rapport. Voor andere fondsen liggen de kosten relatief lager. Aandelenfondsen haalden een dubbel zo hoog rendement, waardoor de al lagere kosten nog minder door­wegen: 18 procent van het rendement gaat op aan kosten. Bij obligatiefondsen is dat 48 procent, maar op langere termijn gaat het om een vijfde tot een kwart.

Daarmee scoort ons land zwak, in Europees perspectief. Van de 14 onderzochte landen liggen de kosten voor gemengde fondsen ­alleen in Ierland hoger. Nederland heeft de laagste kosten: amper 13 procent van het rendement. In Luxemburg, goed voor de bulk van de Europese beleggingsfondsen, is dat 37 procent – evenveel als het Europese gemiddelde.

Koen Maes, hoofd Asset Allocation Management bij vermogens­beheerder Candriam, waarschuwt dat vaak appelen met peren ver­geleken worden. Landen waar relatief veel actief beheerde fondsen uitgegeven worden, scoren gemiddeld hoog qua kosten. En het netto­rendement is een moment­opname, dat geen garantie biedt voor de toekomst. ‘Fondsen met relatief veel Amerikaanse aandelen hebben het de voorbije drie jaar beter ­gedaan’, zegt Maes. ‘Idem voor fondsen met overheidsobligaties, die het fantastisch deden omdat de rente maar bleef zakken. Maar zullen ze in de toekomst ook beter presteren?’

Kiezen voor trackers
De hoge kosten bij beleggingsfondsen doen heel wat beleggers voor trackers kiezen. Dat zijn ­financiële producten die niet actief beheerd worden, maar een index zoals de Nasdaq of de Bel20 volgen. De kosten – gemiddeld 0,4 procent per jaar, volgens de Belgische beurswaakhond FSMA – liggen vijf keer lager dan bij een beleggingsfonds. ‘De kosten liggen inderdaad lager, maar beleggers verkijken zich soms op de makelaarskosten en op de spread tussen de aankoop- en verkoopprijs’, zegt Maes.

Door de kosten transparanter te maken, hoopt de Europese Unie dat ze zullen dalen – al loopt de invoering van een allesomvattende Europese vergelijking wel vertraging op (zie inzet). ‘Mensen willen waar voor hun geld’, zegt Maes. ‘Als de kosten relatief hoog zijn, verwachten ze een actief beheer en een goede opvolging en communicatie. Door meer transparantie zullen beleggers makkelijker van fonds veranderen. Sommige fondsen zullen de kosten moeten verlagen.’