Foto: Fred Debrock

Jan Verheyen: 'Beter een grote vis in een kleine vijver, dan een kleine vis in een oceaan’

De ene heeft de Vlaamse film van het jaar gemaakt, de andere de laatste Vlaamse film van het jaar. Lukas Dhont en Jan Verheyen dit weekend in dS Weekblad over de spreidstand tussen de eigen ziel en het brede publiek. ‘Vroeger zei ik: het publiek heeft altijd gelijk. Daar ben ik van moeten terugkomen.’

dS Weekblad sprak met regisseurs Lukas Dhont en Jan Verheyen. Het volledige interview leest u zaterdag. Hieronder vindt u alvast een voorsmaakje.

'Als je naar Los Angeles gaat, zul je echt een rijbewijs nodig hebben.' Jan Verheyen heeft nog wat advies, voor Lukas Dhont dit weekend weer naar L.A. vliegt, met zijn verse nominatie voor de Golden Globes op zak. De 27-jarige regisseur moet er enkele vertoningen inleiden voor leden van de Academy, in de hoop dat zijn Girl ook genomineerd wordt voor de Oscar voor beste buitenlandse film. Vandaaruit vliegt hij eind volgende week dan naar Sevilla, waar hij kans maakt op drie Euro­pean Film Awards.

Voor Verheyen liggen de ambities dichter bij huis: komende week komt De collega’s 2.0 uit, gebaseerd op de serie die vier decennia geleden voor het eerst liep op de toenmalige BRT. Oscarnominaties zal Verheyen er niet voor krijgen – laat staan lovende kritieken – maar dat zal de regisseur van twee F.C. De Kampioenen-kaskrakers worst wezen. ‘Ironisch genoeg hebben filmrecensies alleen effect op mensen die nooit naar de cinema gaan: die stellen nooit met hun eigen ogen vast dat de recensenten zich vergissen.’

Hebt u ‘Girl’ al gezien?

Verheyen: ‘Uiteraard, ik zie alle Vlaamse films in de cinema, behalve de echt marginale dingen die maar een halve week de kans krijgen. Die haal ik later via andere media in. Voor de Vlaamse film is het een boerenjaar geweest: met Patser, Girl en Niet schieten bereikten drie Vlaamse films een groot publiek. Zowel Patser als Girl staat ­bovendien in mijn top 10 van het jaar. Rabot is een van de beste documentaires die ik in 2018 zag. En ondertussen supporter ik voor de mannen die het in Amerika proberen te maken. De Hollanders zitten al dertig jaar met een enclave in Hollywood, nu komen wij eindelijk ook met Beautiful Boy van Felix Van Groeningen en binnenkort Bad Boys van Adil (El Arbi, red.) en Bilall (Fallah, red.). Heel straf is dat.’

Maakt u dat niet jaloers? Toen Lukas nog in de luiers zat, maakte u in Hollywood ooit ‘The Little Death’, een erotische thriller die weinig potten brak. Was het niet het juiste moment?

Verheyen: ‘Het was vooral voor mij niet het juiste moment. Ik was te jong.’

Dhont: ‘Hoe oud was je?’

Verheyen: ‘28. Ik had nog maar één andere film gemaakt. The Little Death is een ontnuchterende, bij momenten vernederende ervaring geweest (Verheyen kwam in aanvaring met de producenten, red.) Het hangt zeker van talent af, maar ook van het juiste moment, de juiste plaats, de juiste film. Zoveel omstandigheden zijn van belang. Erik Van Looy maakte met The Loft hetzelfde mee, op een veel grotere schaal. Ik keerde gelouterd terug naar België: in één klap was ik genezen van mijn American dream. Maar het heeft me ook verrijkt: zonder die ervaring had ik nooit Alles moet weg kunnen draaien. Toen besloot ik: beter een grote vis zijn in een kleine vijver, dan een kleine vis in een oceaan.’

Lukas, kriebelt het bij u nog niet om in de VS te filmen?

Dhont: ‘Om mijn eigen verhalen te verfilmen, is het comfortabeler om hier te werken. Maar als er interessant materiaal uit de States komt, waarom niet? Ik heb al meerdere keren mijn interesse getoond om aan de slag te gaan met het boek Een klein leven van Hanya Yanagihara. Ik weet dat er een twaalfdelige serie voor Hulu (de Amerikaanse streamingsite, red.) wordt gemaakt.  Dus daar ben ik wel wat aan het snuffelen.’

Verheyen: ‘Zo moet je het doen: openstaan voor wat op je afkomt. Noem het een gebrek aan ambitie, maar ik zie me niet naar Amerika trekken, een agent zoeken, een appartementje huren, twintig meetings per week doen en wachten tot de telefoon rinkelt. Ik ben 55, time is running out. Uit het verleden blijkt dat Vlaamse film nogal neigt naar "out with the old, in with the young".’

U maakt toch films aan de lopende band?

Verheyen: ‘Ik moet wel. Ik maak graag veel films, en zonder steun van het filmfonds. Ik ben een ambachtsman: mij kun je boeken. Producenten kunnen mij bellen. Ik hoef niet alles wat ik zelf regisseer ook van nul te ontwikkelen. Films die ik zelf schrijf, zoals Het vonnis, nemen bij mij ook drie tot vijf jaar in beslag. Aan Red Sara, dat ik volgend jaar samen met mijn vrouw draai, ben ik ook al vijf jaar bezig. Maar daar red je het niet mee. De collega’s is werk in opdracht, maar ik amuseer me te pletter.’

Zegt u nu dat een regisseur met auteursfilms zijn boterhammen niet kan betalen?

Verheyen: ‘Toch niet het soort boterhammen dat ik eet. Ik vind het veel eervoller en consequenter om veel films te maken in plaats van commercials te draaien, wat de meeste van mijn collega’s doen. Ik geef ook geen les, al was het maar omdat er geen filmschool is die me zou binnenlaten.’

Dhont: ‘Waarom niet?’

Verheyen: ‘Ik heb weleens last van meningen, die niet altijd worden beschouwd als “de juiste meningen”. Ik sta ook gewoon heel graag op een set, in tegenstelling tot gewaardeerde collega’s als Robbe De Hert of Erik Van Looy.'

Zaterdag leest u in dS Weekblad het volledige interview met Jan Verheyen en Lukas Dhont. 'We moeten het overlijdensbericht van de cinema nog niet schrijven, maar om mensen vandaag nog in de bioscoop te krijgen, moet je hen wel een heel goeie reden geven.'