Foto: if

Gezochte Albanese crimineel: ‘Ik ben slachtoffer van heksenjacht door Belgische justitie’

‘Albanië moet me beschermen tegen het onrecht dat het Belgische gerecht me heeft aangedaan.’ Dat zegt Safet Rustemi, de Albanese topcrimineel die werd uitgezet terwijl hij in België tegen 22 jaar celstraf aankeek, in een interview met La Dernière Heure. ‘Ik heb nooit in mijn leven iets strafbaars gedaan.’

‘Ik heb geen enkele misdaad begaan in België.’ Dat zegt Safet Rustemi (33), de man die de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) op een speciale vlucht naar Albanië heeft gezet, terwijl hij zich hier nog moest verantwoorden voor een drugszaak en sindsdien niet minder dan 22 jaar celstraf heeft verzameld. Half juli werd Rustemi op de ‘Most Wanted’-lijst van de federale politie geplaatst.

Rustemi en zijn vier broers, in hun thuisstad Shkodër ook ‘de Daltons van Dobrac’ genoemd, worden in Albanië gelinkt aan een veertigtal moorden. In ons land werden ze veroordeeld voor moordpoging, pooierschap, afpersing en cocaïnehandel.

‘Ze hebben me alleen veroordeeld omdat ik een Albanees ben en mijn dossier vervalst werd’, zegt Rustemi vanuit zijn thuisland in een interview met la DH. ‘Waarom zegt jullie minister dat niet aan het parlement? En waarom worden jullie corrupte agenten niet vervolgd, zij die onder tafel geld ontvangen van de bingo’s in de cafés?’

‘In België is er geen gerechtigheid voor mij’

De beschuldigingen van tien moorden waar Rustemi in zijn eigen land mee geconfronteerd wordt, zijn volgens de man eveneens alleen gebaseerd op anonieme getuigenissen van mensen die hem willen zwartmaken. ‘Ik heb nooit in mijn leven iets strafbaars gedaan. Ik heb geen bloed aan mijn handen. Ik ben nooit veroordeeld voor moord.’

Toch is Rustemi niet van plan terug te keren naar België om hier voor de rechter te verschijnen. ‘Integendeel, ik vraag dat Albanië mij beschermt tegen het onrecht dat de Belgische justitie me heeft aangedaan. Elke rechtbank waar ook ter wereld mag mijn dossier inkijken en mij berechten, maar in België is er geen gerechtigheid meer voor mij.’