Foto: credit

Meubelbewaarder Shurgard trekt naar Brusselse beurs

Shurgard, marktleider in Europa in meubelopslag, komt naar de Brusselse beurs. In 2007 gooide de financiële crisis nog roet in het eten.

Shurgard Self Storage, gespecialiseerd in het verhuren van opslagruimte, heeft in Europa een netwerk van 222 opslagplaatsen, waarvan 21 in België. Shurgard is deels in handen van de Amerikaanse meubelbewaarder Public Storage, die zijn Europese divisie in 2007 al eens naar de beurs wilde brengen. Het geld van de beursgang was bedoeld voor schuldafbouw.

Toen in volle beursgang de financiële crisis de kop opstak, werd de aandelenverkoop stilgelegd. Tien maanden later verkocht Public Storage een belang van 51 procent aan een Amerikaans pensioenfonds (New York Common Retirement Fund) en hield het 49 procent over. Op die manier kon het de schulden van de Europese dochter buiten balans houden.

Shurgard, herkenbaar aan de vuurtoren op de opslagruimte, gaat later dit jaar opnieuw zijn kans wagen in Brussel, vernam de redactie. Het is intussen een sterker en groter bedrijf geworden. Shurgard is nog altijd in zeven Europese landen actief (België, Nederland, Frankrijk, Duitsland, Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Zweden), maar is een derde groter geworden. De eerste vestiging van Shurgard in Europa dateert van 1995, toen in Brussel een opslagplaats geopend werd.

Grote verschillen met VS

De markt van opslagverhuur is in Europa veel kleiner dan in de VS. In de VS verhuizen mensen veel frequenter en is het niet ongewoon om tijdelijk extern opslagruimte in te huren. Het oude prospectus van Shurgard vermeldde dat er in de VS één opslagplaats was per 7.000 inwoners, terwijl dat in Europa één per 350.000 inwoners was. Hoewel er sindsdien opslagplaatsen zijn bijgekomen, is het duidelijk dat de kloof aanzienlijk is en blijft.

In Europa is Groot-Brittannië de grootste markt, waar verschillende spelers actief zijn. Londen is er de dominante markt. Alleen al daar zijn er honderden opslagplaatsen voor meubelbewaring. Shurgard heeft er een middelgrote positie, terwijl het in andere Europese landen marktleider is. Het heeft in totaal 1,1 miljoen vierkante meter verhuurbare winkelruimte. De bezettingsgraad lag de jongste jaren rond de 90 procent.

De verhuur van opslagruimte brengt veel geld op. Een kleine opslag kost al snel 70 euro per maand. De prijzen variëren sterk in functie van de locatie. Zaventem is bijvoorbeeld een stuk duurder dan Aartselaar.

Carrefour

Shurgard haalt ook inkomsten uit de verkoop van inpakmateriaal (kartonnen dozen) en verzekeringen. De sterke ‘cashgeneratie’ is dan ook dé troef die het bedrijf wil uitspelen. Afgelopen jaar kwam de bruto-bedrijfswinst uit op circa 100 miljoen euro op een omzet van 224,6 miljoen. De balans toont 1,2 miljard euro aan bezittingen. Dat zal, rekening houdend met de bruto-bedrijfswinst, de waarde van het bedrijf benaderen. Tenminste op basis van Britse concurrenten zoals Big Yellow Group en Safestore Holdings.

Shurgard wordt sinds 2012 geleid door Marc Oursin, die voordien carrière maakte in de retail en nog een tijdje verantwoordelijk was voor Carrefour België, maar daar in 2009 vervangen werd door Gérard Lavinay. De beursgang is voor zowel Public Storage als NYCRF een middel om bestaande aandelen te verkopen; het is nog onduidelijk of er ook een kapitaalverhoging komt. Het bankenconsortium dat de beursgang begeleidt, omvat onder meer JP Morgan; ook Belgische banken worden erbij betrokken.

Weinig beursintroducties

Tot nu toe is het in Brussel rustig op het front van beursintroducties. Bank-verzekeraar Belfius had dé beursgang van het jaar moeten worden, maar het dossier zit voorlopig in een patstelling door de politieke koppeling met een oplossing voor de zaak-Arco.

Begin maart kwam het Britse Acacia Parma al naar de markt. De markt keek ook uit naar het chemiebedrijf Azelis, maar het financieel fonds Apax kiest voor een directe verkoop in plaats van een beursgang. ‘Durfkapitaal betaalt momenteel meer voor een bedrijf dan de beurs’, zegt een specialist.

Eerder werd ook gezegd dat biotechbedrijfjes zoals Apitope en Promethera naar de markt zouden trekken. Promethera is opgeschoven richting eind volgend jaar. Apitope had zelfs eind vorig jaar al formeel zijn beursgang aangekondigd.