Foto: Photo News

Ook juristen en advocaten vinden juridische taal onduidelijk

Het overgrote deel van de bevolking, inclusief juristen en advocaten, vindt juridische taal onduidelijk. De Hoge Raad voor de Justitie (HRJ) pleit daarom voor een meer toegankelijke taal. ‘Heel justitie moet begrijpelijker spreken en schrijven.’

Een online bevraging in 2016 wees uit dat 86 procent van de burgers de juridische taal niet duidelijk genoeg vindt. Zeker wie al in contact is gekomen met de rechtbank, gaat niet akkoord met de stelling dat juridische taal voldoende duidelijk is. Opvallend: ook advocaten en bedrijfsjuristen (bijna 70 procent) vinden de juridische taal onvoldoende duidelijk.

‘Hoog tijd dus voor een sprong die de zorg voor betere taal definitief verankert’, aldus de HRJ. Het nieuwe project Kruid moet daarvoor zorgen: de Hoge Raad roept alle juridische professionals op om bewust om te gaan met hun taalgebruik naar de rechtzoekende. De HRJ doet een reeks aanbevelingen naar alle juridische professionals, ook naar zichzelf.

Belangrijk in de aanbeveling is het gepast communiceren. Wat helder en duidelijk is voor de een, is dat niet noodzakelijk voor de ander. De vraag is ‘tot wie richt ik mij in de eerste plaats?’ en ‘hoe kan ik mijn wijze van communiceren aanpassen aan die persoon?’.

Studenten

De HRJ voelt momenteel weerstand voor de taalverandering. Dat komt bijvoorbeeld door angst voor verandering of de angst om precisie en correctheid te verliezen. Die weerstand moet de komende jaren in verschillende stappen worden overwonnen. Daarnaast zitten magistraten en medewerkers vaak niet op dezelfde golflengte en vervallen beoefenaars van juridische beroepen dikwijls in hun oude gewoonten.

Ook de complexiteit van wetteksten zorgt automatisch voor een moeilijkere toegankelijkheid. De HRJ raadt daarom aan om wetteksten zo leesbaar en duidelijk mogelijk te maken. De HRJ vindt ook dat er een cultuuromslag nodig is voor de rechtenstudenten. ‘Ze moeten leren om hun wijze van communiceren aan te passen aan degenen met wie ze willen communiceren.’