Foto: REUTERS

Bit(ter)coin: eerder digitaal goud dan digitaal geld

Een stijging van 560% in iets meer dan een half jaar gaat in de financiële markten en aan de media niet onopgemerkt voorbij. Vandaar ook dat Bitcoin meer dan de nodige aandacht krijgt.

Om te beginnen, aandacht van beleggers. Laat ons ze maar speculanten noemen. Want als de koers hard gaat, dan is het de meeste deelnemers daarom te doen. Wie bitcoins wil, legt daarvoor met plezier iets meer op tafel dan de vorige kopers die dat aan een lagere prijs deden maar nu winst willen. Gelokt door de prospectie op snel veel winst, lokken kopers op die manier nog meer kopers die als een brandversneller inwerken op het wat al gloeiend heet is.

Waar aandacht is van mensen, volgt aandacht van de media. Want aandacht is meer dan ooit goud waard. Media werkt als een katalysator op het geheel. Wat nog geen bubbel was, wordt het snel. De pers wil verkopen, de beleggers willen verdienen. Samen maken ze elkaar blij.

De financiële industrie komt vervolgens aan de dis. Eenmaal ze bloed ruiken en hun tanden erin hebben gezet worden zaken buiten proporties opgeklopt. Experten, analisten en verkopers van beursadvies hebben ruwe materie om analyses uit te braken. Als je betaald wordt om een mening geven, dan moet je altijd een mening hebben, willen of niet. Niets menselijks is hen vreemd als ze, gebukt onder clustering illusion en bijziendheid, lustig aan het extrapoleren slaan. Zo zag ik onlangs op een vooraanstaand evenement een waarvan je zou verwachten ‘vooraanstaand’ analist een koersdoel geven van $100000. U leest het goed, nog eens een stijging van 1150%. In datzelfde debat dekt hij zich, zoals dat hoort, netjes in met de stelling dat we ook 80% lager kunnen. Een prijsvork noemt men dat. Eentje waarmee men altijd wel gelijk krijgt met wat men voorspelt. Net als een kapotte klok ook één of twee keer per dag het juist uur aangeeft.

Dit keer is het anders

Het idee dat Bitcoin het nieuwe geld is of zal worden, voedt het je-wil-de-boot-niet-missen-gevoel bij het brede publiek. Bitcoin mag dan officieel als munt gecatalogeerd worden, het is daarom nog geen geld. Geld heeft klassiek drie eigenschappen. Een uitwisseling van waarde, een opslag van waarde en eenheid van waarde. Hoewel deze drie eigenschappen op zich kunnen bestaan zal een goede kandidaat om als geld te fungeren alle drie tentoonspreiden. Als medium van uitwisseling zorgt geld ervoor dat als ik goed kan schilderen en een computer wil, ik niet op zoek moet naar een computerhandelaar die z’n woonkamer geschilderd wil hebben. Een overdracht dus van koopkracht in ruimte (plaats). De opslag van waarde is overdracht van koopkracht in tijd. Dit zorgt ervoor dat de boer geen emmers melk moet stockeren voor z’n pensioen. Beide zijn enigszins aanwezig in het geval van Bitcoin.

Het is de derde eigenschap waar het schort. Nuttig geld biedt een goede eenheid van waarde. Men zou z’n wedde kunnen uitdrukken in Mars-repen of de waarde van z’n huis in kilo’s zout. Elke maatstaf is daartoe bruikbaar zolang die maar relatief stabiel is. Die stabiliteit zorgt ook voor vertrouwen en vice versa. Maar zelfs bij een munt kan het soms mislopen. Bitcoin daarentegen is te volatiel om die rol op zich te kunnen nemen. Het is één iets om te willen speculeren op een stijging van Bitcoin. Het is een heel ander iets om te verwachten dat mensen hun wedde willen ontvangen in Mars-repen, kilo’s zout of Bitcoins.

Digitaal goud

De eerste twee eigenschappen, en in het bijzonder de opslag van waarde, steunen onherroepelijk op de derde. Bij Bitcoin is het die derde die wankel is. Verder zijn er ook technische zaken zoals de opdeelbaarheid van geld en de hoeveelheid geld. Een goudstaaf is niet echt handig om brood te gaan kopen. Bitcoin is in aantal eindig. Een klassieke munt is in aantal oneindig (of toch in oplage groot genoeg om het te beschouwen als oneindig). De ironie is dat Bitcoin volgens velen een waardig of zelf beter alternatief vormt voor de, van een goudstandaard losgekoppelde, munt. Maar het is net die geldhoeveelheid die tegenwoordig macro-economisch gebruikt wordt om inflatie en recessies te controleren. At best dus is Bitcoin op dit moment eerder digitaal goud dan digitaal geld. En de waarde van goud kan flink fluctueren. Bitcoin met andere woorden is een belegging/investering/speculatie, zelfs een munt als je wil, maar geen geld.

Techneuten mengen zich in de discussie en stellen dat de blockchain, het technologisch concept onder cryptomunten zoals Bitcoin, voor deze eeuw zal betekenen wat het internet betekende voor de vorige. Hoewel het inderdaad een fantastisch concept is voor traceability en het waarborgen van de betrouwbaarheid van een transactiehistoriek, moeten we u teleurstellen. Als eindgebruiker zal het voor u zo goed al zeker weg-geabstraheerd zijn. Vergelijk het met de motor van uw wagen. U hoeft niet te weten wat die doet en wellicht wenst u het ook niet te weten. Het volstaat dat wat die doet betrouwbaar is. Heel veel hype dus. Dit stookt mee het vuurtje op onder het mom van ‘dit keer is het anders’ of een ‘je begrijpt het niet’, aan het adres van de gezonde scepticus. Ook hierin schuilt weer ironie. Want het is de scepticus die niet in de val loopt, net omdat hij er zich niet aan waagt omwille van het feit dat hij het niet begrijpt. Nog meer ironie schuilt in het feit dat blockchain transacties betrouwbaar moet maken maar Bitcoin wordt gezien als de manier om incognito te blijven.

Dit keer zal het helaas niet anders zijn

De essentie is dat Bitcoin een eindig aantal tokens is net zoals de aandelen van een bedrijf en onderhevig aan de fluctuaties van een financieel product. Qua marktkapitalisatie is het op dit moment groter dan Mc Donalds.

Bit(ter)coin: eerder digitaal goud dan digitaal geld

De waarde ervan stijgt omdat iemand meer geld op tafel legt voor dezelfde Bitcoins dan de vorige eigenaar heeft gedaan. Als straks Bitcoin zou halveren dan krijg zeker wel ergens een kop te zien die stelt hoeveel geld verloren ging. Maar geld gaat nooit verloren. Als iemand iets koopt en daarvoor 10 betaalt om het daarna aan iemand anders te verkopen voor 20, dan is 20 de waarde die geafficheerd wordt. Terwijl dit enkel de prijs van de laatste transactie is. De tweede persoon heeft 20 overhandigd aan de eerste. Als een volgende transactie aan 1 doorgaat is dat pech voor de tweede persoon. De eerste persoon heeft die 20 nog altijd op zak. Het is dus de vraagprijs die afneemt, niet het geld in omloop. De waarde daalt, maar niet het bedrag dat degene op de top ontvangen heeft.

Trekken we die gedachte even door, dat voor een hogere koers steeds meer geld op tafel moet worden gelegd, dan kun je stellen dat hoe groter dat bedrag wordt, hoe moeilijker het wordt om nog hogere bedragen op te hoesten. Beleggers hebben beperkte middelen. Er is dus weerstand tegen hogere koersen. Maar bovendien zijn er ook steeds maar meer mensen die Bitcoin willen en dat ook hebben, Bitcoin niet meer willen omdat ze het hadden en Bitcoin niet willen en het dus nooit zullen hebben. Met andere woorden als iedereen die er wil er heeft, wie zal dan de volgende zijn om meer geld te betalen.

Bitcoins, net als aandelen, zijn op dit moment als lucifers. Wie ze laatst vast zal hebben brandt z’n vingers. Het is eigen aan een bubbel dat de nieuwkomers de laatkomers zijn. Gelokt met enkel de belofte aan snel gewin en geen kennis ter zake of besef van wat gebeuren kan, hebben ze geen idee van de wetmatigheden hierboven beschreven. Dit maakt ze bij een implosie als een kat die in de koplampen van een auto staart, vlak voor ze overreden wordt.

Conclusie

Bitcoin is, zoals elk aandeel, onderhevig aan de wetten van vraag en aanbod en toont momenteel alle tekenen – zoals een grote volatiliteit - van hevige speculatie. Niet de technische vernieuwing of het potentieel als munt bepalen wat zal gebeuren maar de netto geldflux (hoeveel geld in Bitcoin stroomt verminderd met wat er uitstroomt). Die is momenteel positief, maar eenmaal die omkeert gaan we lager. Misschien wel keihard lager. Het is geen kwestie van of maar eerder wanneer dat zal gebeuren. Hoe gekker de prijs omhoog gaat, hoe meer de veer zich oprekt en hoe groter de kans wordt dat het feestje voorbij is. Voor alle duidelijkheid, dit ligt helemaal anders wanneer een aandeel bijvoorbeeld in trappen stijgt, ondersteund door de winst die de onderneming erachter kan voorleggen. Met wat nu aan de hand is, zou Bitcoin wel eens beter de vergelijking kunnen doorstaan met tulpenbollen dan met goud.

Ik kan de toekomst niet voorspellen. Dat kunnen enkel de mensen die daarvoor opgeleid zijn. Misschien gaat Bitcoin wel naar 100.000. Maar laatkomers zullen met de lege zak blijven zitten. Dus als je nieuw bent in dit alles, nieuw bent op de beurs, dan is Bitcoin wellicht niet de plaats om te beginnen.