Foto: AP

Honderd Belgische kinderen van de jihad

In Syrië en Irak verblijven momenteel zeker honderd kinderen met minstens één Belgische ouder.

De Belgische veiligheidsdiensten maken zich zorgen over de zonen en dochters van de Belgische Syriëstrijders. Uit nieuwe cijfers van het Ocad, het orgaan voor de dreigingsanalyse, blijkt dat er in Syrië en Irak minstens honderd kinderen verblijven met minstens één Belgische ouder. Zestig procent van hen heeft België nooit gezien, en is in oorlogsgebied geboren.

Slechts een op de vijf is negen jaar of ouder, en is als kind door zijn ouders vanuit België meegenomen naar het kalifaat. Dat blijkt uit een antwoord van minister van Justitie Koen Geens (CD&V) op een parlementaire vraag van Jean-Jacques De Gucht (Open VLD).

Die laatste maakt zich zorgen over het gevaar dat van die kinderen uitgaat. ‘Ze worden geïndoctrineerd via het zogenaamde ­sharia-onderwijs, en dat maakt deel uit van een militaire strategie. En ze worden immuun gemaakt voor geweld. De kinderen leren soms al op vijfjarige leeftijd wapens te hanteren. Vanaf negen jaar worden de jongens geselecteerd voor trainingskampen.’

Volgens minister van Justitie Geens wordt al het mogelijke gedaan om de terugkeer van deze ­jihadkinderen zo goed mogelijk op te vangen. ‘Zowel het parket, als de federale politie, als de diensten jeugdbescherming worden op de hoogte gebracht zo gauw we iets weten van de vermoedelijke terugkeer van een minderjarige.’, zegt het kabinet-Geens.

Belgische nationaliteit

Minderjarigen die zelf beslisten om als strijder naar Syrië en Irak te vertrekken, worden bij hun terugkeer als verdachten beschouwd. ‘Maar dat zijn er maar drie. De kinderen die samen met hun moeder terugkeren en zelf niet geradicaliseerd zijn, worden gezien als minderjarigen in gevaar.’

Volgens het Agentschap Jongerenwelzijn worden die dossiers geval per geval bekeken. Soms kan er vrijwillige hulpverlening mogelijk zijn, in samenwerking met de ouders. Maar de jeugdrechter kan de kinderen ook in een pleeggezin of een instelling plaatsen.

Als een van de ouders Belg is, hebben die kinderen recht op de Belgische nationaliteit. Al moet wel eerst de afstamming worden vastgesteld. Dat is niet eenvoudig omdat het kalifaat geen erkende geboortebewijzen kan afleveren.

Een massale terugkeer van de Syriëstrijders en hun kinderen blijft voorlopig uit. Maar de veiligheidsdiensten blijven alert, zeker nu het kalifaat in de verdrukking is geraakt.

Volgens het Ocad verblijven in ons land nu een twintigtal kinderen die een tijd hebben doorgebracht bij jihadisten in conflictgebied. Onder hen zijn twee kinderen van een half en twee jaar, die sinds zes maanden bij hun moeder in de gevangenis van Brugge wonen.

Hun moeder keerde een week na de geboorte van het jongste kind terug naar ons land. Volgens haar advocaat, Mohamed Ozdemir, is ze destijds uit verliefdheid naar het kalifaat vertrokken en heeft ze het radicalisme ondertussen afgezworen. Toch blijft ze voorlopig aangehouden op verdenking van lidmaatschap van een terroristische organisatie.

De veiligheidsdiensten roepen op om vooral oog te hebben voor de oorlogstrauma’s die de jihadkinderen opgelopen kunnen hebben. ‘Terecht’, zegt Geert Serneels, traumaspecialiste bij de vzw Solentra aan het UZ Brussel. ‘Zelfs baby’s kunnen getraumatiseerd zijn door de oorlog. Door schrik voor zichzelf, of voor hun ouders. Of door de overvloed aan prikkels. Dat kan tot allerlei moeilijkheden leiden. Van ontwikkelingsstoornissen tot agressie en gevaarlijk gedrag.’