Foto: Photo News

‘Federer hoeft niets meer’

Roger Federer tenniste zich afgelopen weekend de geschiedenisboeken in door voor de achtste maal Wimbledon te winnen, en dat op zijn 35e. Venus Williams verloor op haar 37e de finale van Wimbledon tegen de 23-jarige Muguruza. Waar blijven die ‘oude’ topsporters het vandaan halen?

Roger Federer (35) heeft met een achtste triomf weer een record te pakken. Met zijn achtste zege doet hij beter dan recordhouder Pete Sampras.

‘Federer is op een punt in zijn carrière dat hij zelf kan beslissen of hij wel of niet speelt. Hij hoeft niets meer’, zei zijn trainer Severin Lüthi. Laat dat nu net de kracht zijn van de oudere spelers. ‘Een oudere atleet kan specifiek naar iets toewerken’, zegt sportarts Ruben De Gendt van het Universitair Ziekenhuis in Gent.

Een gevestigde waarde in de sport heeft dus meer vrijheid om zelf te beslissen waar ze voor trainen, een jonge sporter hangt vaak vast aan verplichtingen. ‘Een jonge sporter moet alle sponsorverplichtingen nakomen. Die kan niet zomaar kiezen wanneer hij wil spelen’, aldus De Gendt.

Mentaal

Een sportprestatie hangt ook vaak samen met de mentale toestand van de sporter. ‘Eens de 30 voorbij vermindert de kracht en explosiviteit van een sporter. Dat kan gecompenseerd worden door ervaring, spelinzicht, tactiek en het vermogen goed met stress te kunnen omgaan’, zegt De Gendt.

Daarom is het mogelijk om bij sporten die een minder explosief karakter hebben, zoals marathonlopen en triatlon, tot ver na de 30 erg goed te presteren. Het uithoudingsvermogen van een oudere sporter gaat namelijk minder snel achteruit dan de explosiviteit. ‘Wielrennen is ook zo’n voorbeeld’, zegt De Gendt. ‘Tom Boonen nam op het einde van zijn carrière minder risico’s, en ook bij de sprint was hij minder snel. Maar qua uithoudingsvermogen moest hij niet onderdoen.’

De leeftijdsgrens voor topsporters is afhankelijk van sport tot sport en van speler tot speler. Maar volgens De Gendt stoppen sporters soms eerder vanwege mentale redenen in plaats van fysieke. ‘Een sporter die al veel gepresteerd heeft kent aan het einde van zijn carrière soms moeilijkheden om zich telkens opnieuw op te laden. Hoewel het lichaam fysiek nog mee kan, is het na jaren trainen soms mentaal op’, zegt De Gendt.