• Op veel diensten die serviceflats aanbieden, kan je ook als bewoner van een gewoon appartement een beroep doen. Een noodoproepsysteem is een vereiste in elke serviceflat.

Weinig service in veel serviceflats

Ook zonder officiële erkenning kan een appartement als ‘serviceflat’ op de markt komen. Een op de zes serviceflats is daardoor amper meer dan een gewoon appartement.

Vlaanderen telt zo’n 24.000 assistentiewoningen (serviceflats). Zo’n serviceflat kost, meldde Het Laatste Nieuws, gemiddeld 912,8 euro per maand. Als je de kosten en de extraatjes erbij telt, loopt dat bedrag op tot gemiddeld 1.317,5 euro. En dan is daar nog niet eens de prijs voor stroom, water en verwarming bij inbegrepen. Een serviceflat kost dus zelfs meer dan een verblijf in een rusthuis.

Het grote voordeel is natuurlijk dat je zelfstandig blijft wonen. Maar wat bieden assistentiewoningen eigenlijk? Beheerders van serviceflats wijzen erop dat ze er maaltijden aanbieden. Maar die kun je ook naar een gewone flat laten brengen. Ook schoonmaakdiensten worden aangeboden, maar met dienstencheques kan je ook een poetshulp inhuren. Via Familiezorg is ook allerlei andere hulp aan huis mogelijk en via thuisverpleging kan een stuk gezondheidszorg aangeboden worden.

Noodoproepsysteem

Wat onderscheidt serviceflats dan van een gewoon appartement? ‘Aanbieders kunnen een officiële erkenning als serviceflat aanvragen bij het Agentschap Zorg en Gezondheid’, zegt woordvoerder Joris Moonens. Die erkenning krijg je als je voldoet aan een aantal criteria. Zo moet het appartement minstens 40 vierkante meter groot zijn, geen drempels hebben en toegankelijk zijn voor rolstoelen. Ook moet er minstens een dag per week een woonassistent aanwezig zijn om vragen van bewoners te beantwoorden. En elke serviceflat moet een noodoproepsysteem hebben: een knop waarop de bewoner in nood kan duwen waarna er snel gespecialiseerde hulp ter plaatse komt. Het moet dan wel gaan om een anderalarmsysteem dan hetgeen je kunt huren via de mutualiteit. Daarbij worden, als de bewoner alarm slaat, familie of buren opgebeld om hulp te bieden. Bij een serviceflat komt een professionele hulpverlener ter plekke.

‘Maar dat zijn minimumnormen’, vindt Julie Crepel, directrice van IUVO, een gebouw van zestig serviceflats in Alsemberg. ‘Wij vinden dat niet voldoende. Onze woonassistent is zeven dagen op zeven aanwezig. Als we merken dat iemand niet zo goed meer kan schoonmaken, zoeken we samen de juiste poetshulp. We hebben ook een verpleegster die helpt met medicatie, enzovoort.’

Volgens Joris Moonens liggen de officiële normen niet te laag, maar hij erkent wel dat bijna een op de zes appartementen die als serviceflat verkocht of verhuurd worden, zelfs niet aan de officiële normen voldoen. ‘Aanbieders van serviceflats hebben nog altijd de mogelijkheid om zich bij het Agentschap Zorg en Gezondheid te laten registreren, zonder een officiële erkenning aan te vragen. In dat geval hoeven ze aan geen enkel criterium te voldoen’, zegt Moonens.

In Vlaanderen ging het begin 2017 om 87 niet-erkende groepen van assistentiewoningen, samen goed voor 3.716 wooneenheden. ‘Maar wij willen die mogelijkheid schrappen’, zegt Moonens. ‘Het is bovendien nog altijd mogelijk dat er ook aanbieders van serviceflats zijn die bij ons helemaal niet gekend zijn.’