Foto: BELGAIMAGE

Mega Mindy moet obese kinderen fit maken

Obese kinderen in therapie houden hun oefeningen vaak niet vol, omdat ze te saai zijn. De Ugent denkt dat een game met Mega Mindy hen tot bewegen kan aanzetten.

Elf tot vijftien procent van de jongeren in ons land kampt met overgewicht, drie tot vijf procent is obees. ‘Het probleem wordt stilaan dramatisch’, zegt Hilde Van Waelvelde van de vakgroep revalidatiewetenschappen en kinesitherapie van de Universiteit Gent. Tegelijk hebben obese kinderen die een behandeling volgen, het moeilijk met therapietrouw. Ze moeten op hun voeding letten en bewegen, maar vaak houden ze die oefeningen niet vol omdat ze te saai zijn.

Samen met de communicatiewetenschapper Jan Van Looy (UGent) en andere partners zocht Van Waelvelde daarom een manier om obese kinderen beter te motiveren en therapie plezanter te maken. De oplossing: een ‘exergame’ ontwikkelen zoals de Wii Fit of Xbox Dance Dance Revolution.

‘De commerciële games zijn vaak niet geschikt voor therapie, omdat obese kinderen vaak ook coördinatieproblemen hebben’, zegt Van Waelvelde. ‘Het spel is voor hen te moeilijk.’ Maar bovendien zijn de spelletjes vaak te manipuleren, en volstaat een simpele polsbeweging.

Het prototype van de exergame werd bedacht in een een brainstorm georganiseerd door PreviewLabs. Het prototype werd ook ontwikkeld door PreviewLabs, waarna Sileni Studios en Studio 100 het spel ontwikkelden. In het prototype achtervolgen de kinderen als Mega Mindy of Mega Toby een dief. Ze moeten lopen, springen, klimmen en vliegen om de buit op te rapen die de dief heeft laten vallen. Een Kinect-camera registreert al hun bewegingen nauwgezet. In hun schoenen dragen de kinderen ook hightech zooltjes, waarmee hun contact met de grond kan worden gemeten.

Omdat het de bedoeling is dat de kinderen het spel thuis kunnen spelen, worden alle data live naar de therapeut doorgestuurd. Ook de hartslag. ‘Dat is uniek’, zegt Van Waelvelde. ‘Door de hartslag te monitoren, kunnen we opvolgen hoe intensief de kinderen oefenen en of hun conditie er op vooruit gaat.’

Zaak wordt nu om het proto­type technisch op punt te stellen, en om een partner te vinden die het product op de markt wil brengen.