Foto: BELGA

Openbaar ministerie vordert 18 maanden met uitstel voor Piqueur

Het Gentse openbaar ministerie vordert 18 maanden cel met uitstel en 1,5 miljoen euro effectieve boete voor Jeroen Piqueur wegens fiscale fraude. De verdediging van de Optima-topman vindt die straf disproportioneel. Piqueur zelf verklaarde na de zitting dat hij een zakenman is en geen topfiscalist.

De 62-jarige Piqueur wordt vervolgd voor feiten tussen augustus 2007 en oktober 2013, voorafgaand dus aan het faillissement van de Optima Bank. Het gaat onder meer om niet-aangifte aan de inkomstenbelasting van roerende inkomsten op Luxemburgse en Monegaskische rekeningen. Die stonden op naam van offshore-structuren terwijl Piqueur ervan de begunstigde was.

Voor de inkomstenjaren 2006 tot en met 2012 ging het volgens de speurders over 1,5 miljoen euro aan roerende inkomsten. De rekeningen bevonden zich in Luxemburg of Monaco maar stonden op naam van vennootschappen uit Liechtenstein of de Britse Maagdeneilanden.

Piqueur gaf volgens het openbaar ministerie ook een bedrag van 19,9 miljoen euro aan voorschotten op een liquidatiebonus van een offshorevennootschap niet aan. Het geld werd gebruikt om de aankoop van zijn jacht Rubeccan te financieren.

Het parket stelt dat Piqueur in de gezamenlijke aangifte met zijn echtgenote melding had moeten maken van de buitenlandse rekeningen.

Tien jaar beroepsverbod

Het openbaar ministerie wil een verbeurdverklaring van 2,3 miljoen euro en vraagt tien jaar beroepsverbod. ‘Met een verbod voor bestuursfuncties van vennootschappen’, zei aanklager Olivier Ruysschaert. ‘Een gevangenisstraf van 18 maanden met uitstel is zeker op zijn plaats. Daarnaast vraag ik een geldboete van 250.000 euro, vermenigvuldigd met de opdeciemen maal zes.’

Volgens de aanklager koos Piqueur bewust voor structuren in belastingparadijzen. ‘Om zijn inkomsten te verbergen voor de fiscus, en dat is ook gelukt. (..) Er is wel degelijk bedrieglijk opzet. Hij deed keer op keer geen aangifte van zijn buitenlandse rekeningen en inkomsten, in de hoop dat het niet ontdekt zou worden. Het gaat om ernstige en georganiseerde fiscale fraude. Er is de omvang van de ontdoken bedragen, de loze beloften tot regularisaties en de ruime periode van belastingontduiking. Fiscale fraude mag niet lonen, ook niet in deze zaak.’

Het openbaar ministerie hecht geen geloof aan de stelling van de verdediging. ‘Volgens Piqueur is het de schuld van zijn adviseurs. Maar we spreken van de topman van de Optima Bank, met een jarenlange ervaring in de financiële wereld’, zei Ruysschaert.

Picqueur: ‘Ik ben ondernemer, geen topfiscalist’

Volgens de advocaat van Picqueur is de strafvordering niet ontvankelijk, omdat de fiscus de dading met de Optima Bank niet zou nagekomen zijn.

‘De procedure is niet eerlijk verlopen’, pleitte advocaat Raf Verstraeten. ‘Er waren in deze zaak twee dadingen. De dading tussen de BBI van Gent en Optima Bank hield in dat men zou overgaan tot de volledige vernietiging van alle gegevens die bij de huiszoeking bij Optima (in 2012, nvdr.) waren meegenomen. Omwille van die dading is meneer Piqueur akkoord gegaan om zijn persoonlijk dossier te regulariseren en heeft hij gegevens aangeleverd aan het contactpunt regularisaties. Maar in de Optima-commissie is gebleken dat er nog een kopie bestond van de data die in beslag werden genomen bij de huiszoeking. Dat betekent dat meneer Piqueur misleid is, en dat is een fundamenteel probleem.’

‘Straf is disproportioneel’

De verdediging vindt de gevorderde straf ‘disproportioneel’, aldus Verstraeten. ‘Ik meen het als ik zeg dat deze problematiek van mensen die off-shorestructuren gebruiken, bestaat in hoofde van zeer veel belastingsplichtigen. De staat heeft op een bepaald ogenblik geoordeeld dat er de mogelijkheid was om te regulariseren en duizenden mensen hebben daar gebruik van gemaakt. De bedragen waar het hier om gaat zijn ernstig, maar als je dat plaats naast mensen die geregulariseerd hebben voor veel grotere bedragen, is de vordering heel erg disproportioneel.’

Piqueur zelf verklaarde dat de structuren die hij gebruikte gegroeid waren in de jaren negentig. ‘Ik heb na de ondertekening van de dading de opdracht gegeven aan mijn fiscale advocaten om informatie te verzamelen. De visitatie door de BBI had al ontzettend veel schade veroorzaakt voor mijn bedrijf, en ik wou geen verdere schade meer. Het overleg tussen de fiscale advocaten en het kantoor in Luxemburg heeft wel veel tijd gekost. (..) We kunnen de discussie voeren welk soort rekeningen men moet aangeven. Ik ben een ondernemer, een bedrijfsleider. Ik heb verstand van marketing en management. Ik ben zelf geen topfiscalist, daarvoor heb ik mensen.’

Bron: BELGA