Ook u kunt een trol zijn

‘Proficiat, u bent de winnaar van de stomste reactie op dit onderwerp’, en ‘Dom idioot kleinburgerlijk extreem rechts ventje of lul […] dat in 2017 nog zo’n papegaaien als jij rondlopen’. Een snelle blik op onze facebookpagina leert dat ook onze lezers zich weleens van hun kleinste kant laten zien. Doorgaans kunnen zulke reacties enkel op een oogrol rekenen, maar verschillen we zelf zo hard van de gemiddelde trol? Onderzoek toont aan van niet.

Internettrollen durven de grenzen van de elementaire beleefdheid al eens verschuiven, waardoor we ze intuïtief eerder als luidruchtig en asociaal zouden labelen. Toch kan elke internetgebruiker zich onder de juiste omstandigheden ontpoppen tot een potentiële trol. Experimenten tonen aan dat daar vooral een slecht humeur en een duwtje van een andere trol voor nodig is.

Trolling voor dummies

Onderzoekers aan Stanford en Cornell University zetten een tweedelig experiment op met 667 proefpersonen. Ze vroegen hun een test in te vullen, die ofwel extreem makkelijk ofwel extreem moeilijk was. De proefkonijnen die de moeilijke test kregen voorgeschoteld, bleken achteraf last te hebben van een slechter humeur dan degenen met de makkelijke test.

Vervolgens vroegen de onderzoekers aan elke testpersoon om een artikel te lezen en een of meerdere reacties achter te laten. Reageren op andere commentaren mocht ook. Elke testpersoon kreeg hetzelfde artikel op hetzelfde platform te zien, alleen startten de commentaren bij sommige testpersonen met drie trol-posts, bij anderen met drie neutrale posts.

Twee onafhankelijke experts gingen door de reacties, en checkten ze op hun trol-gehalte. 35% van de gebruikers met een makkelijke test en neutrale reacties schreef zelf een trol-post, dat percentage steeg naar 50% bij gebruikers die een moeilijke test hadden gekregen of negatieve reacties hadden gezien. Van de gebruikers die een zware test én negatieve reacties achter de kiezen hadden, schreef 65% een trol-post.

Negatieve spiraal

Om deze bevinden aan de realiteit te toetsen, analyseerden de wetenschappers de databank met reacties op artikels van CNN. Alle data sinds 2012 waren goed voor meer dan een miljoen gebruikers, 200.576 discussies en meer dan 26 miljoen reacties. Ze kwamen tot de conclusie dat negatieve reacties van gebruikers negativiteit van anderen uitlokten. Bovendien hadden gebruikers die deel hadden genomen aan een uit de hand gelopen discussie ook meer de neiging om zelf trol-reacties te schrijven op andere artikels. Een negatieve spiraal dus.

Als laatste keken de onderzoekers naar het tijdstip waarop de reacties online werden gezet. Onderzoek toont aan dat er een correlatie is tussen het humeur van iemand en het moment van de dag en in de week. Naar het einde van de dag toe en aan het begin van de week zou iemand net iets slechter gezind moeten zijn. Ze onderzochten daarom of er op die momenten meer reacties werden gerapporteerd als ongepast door andere gebruikers en zagen in de cijfers inderdaad een stijging.

 ‘Als we de kwaliteit van online discussies willen verbeteren, hebben we inzicht nodig in de oorzaken van asociaal gedrag’, aldus Cristian Danescu-Nicolescu-Mizil, assistent aan de Cornell University. ‘Zo kunnen we evolueren naar beleefdere online discussies en kunnen we moderators helpen om trolling efficiënter te bestrijden of te voorkomen.’

Bron: Scientias, Stanford University