Foto: Belga

Fiscalisten waarschuwen voor onvoldragen meerwaardebelasting

Fiscaal advocaat Michel Maus vindt dat een meerwaardebelasting op beursgenoteerde aandelen breder moet gaan, maar sommigen vrezen voor ongewenste neveneffecten. Gerd Goyvaerts (Tiberghien) merkt op dat een regering die onmiddellijke inkomsten zoekt, beter naar de BTW grijpt. ‘Inkomstenbelastingen in je met 2 jaar vertraging’.

De regering denkt aan een meerwaardebelasting die vooral lijkt neer te komen op een uitbreiding van de speculatietaks. Wie binnen het jaar beursgenoteerde aandelen, obligaties of aandelenfondsen verkoopt, zou daarop 30 procent betalen. Na een jaar wordt de belastbare basis met  5 procent gereduceerd maar het tarief blijft 30 procent. Wie pas na 15 jaar verkoopt betaalt nog 7,5 procent (30 procent van belastbare basis die op een kwart is teruggevallen). Minwaarden zijn wel fiscaal aftrekbaar (van de geboekte winsten). Kleine beleggers zouden ontzien worden door toe te laten dat ze op de eerste 50.000 euro over een periode van 10 jaar geen meerwaardebelasting zouden moeten betalen. Er zou nog niets beslist zijn.

CD&V zegt de rijkste Belgen te willen laten bijdragen, maar Open VLD is beducht dat de maatregel waar CD&V op aanstuurt, heel veel mensen treft en ook de reële economie zou beschadigen. De meerwaardebelasting die nu op tafel ligt, is een variant van een tekst waar eerst heel breed gemikt werd en ook niet-genoteerde aandelen zouden worden getroffen en ook aandelen die bijvoorbeeld in uw levensverzekering zitten.  

Wel of geen Coucketaks?

Michel Maus, specialist in fiscale betwistingen, betreurt dat als de maatregel te bepert wordt opgevat het enkel om een maatregel in de personenbelasting gaat en  vennootschappen buiten schot zouden blijven. Het gaat dan met andere woorden niet om een Coucke-taks. Coucke en Waterland zouden nog altijd miljarden kunnen verdienen op de verkoop van Omega Pharma omdat hun aandelen vast zaten in vennootschappen.

Maus merkt ook op dat het belangrijk is om ook winsten op verkoop van niet-genoteerde aandelen te belasten. ‘Je moet gelijke situaties, gelijk belasten'. Maar bij Open VLD is men ervoor beducht dat dit het ondernemerschap te veel zou aantasten.

Gerd Goyvaerts, fiscalist bij Tiberghien, merkt op dat zo'n meerwaardebelasting België zowat zijn laatste troef ontneemt in de strijd om internationaal fiscaal aantrekkelijk voor de dag te komen. 'Als we dat doen, worden we onbetwist belastingkampioen.'

Te smalle basis

Maus merkt ook op dat winsten op beursgenoteerde aandelen (obligaties en aandelenfondsen) toch nog heel veel meerwaarden op andere vermogensbestanddelen onbelast zou laten. ‘Waarom dat belasten en niet ook de meerwaarden op gronden, gebouwen, kunst, oldtimers enz.?’ Er bestaat wel al een systeem van belasting van diverse inkomsten, maar dit is een warrige regel die tot veel discussie leidt.

Grillige inkomsten

Fiscalisten merken op dat de overheid er zich van bewust moet zijn dat de opbrengst van de belasting op meerwaarden erg onvoorspelbaar is. Ze is zeer conjunctuurgevoelig. In periodes van beurseuforie zullen de inkomsten aantrekkelijk zijn, maar in een berenmarkt wordt dat al heel wat anders. Als het de bedoeling is de begroting ermee te spekken, wordt dit een moeilijk verhaal. ‘Dan grijp je beter naar de BTW’, zegt fiscalist Gerd Goyvaerts van Tiberghien.

Dual income taks

Het voorstel van de CD&V om een dual income taks te introduceren, was beter opnieuw op tafel gekomen, vindt Maus. Daar is de idee dat naast inkomen uit arbeid ook vermogen zou belast worden. Concreet zou men zijn werkelijk inkomen die men haalt uit vermogen moeten aangeven en zou dit inkomen na een eerste basisvrijstelling progressief belast worden. De dual income taks zou als voordeel hebben dat er een veel bredere belastingbasis ontstaat, zodat de belastingtarieven zouden kunnen verlaagd worden. Maus vindt wel dat het niet opgaat een vlaktaks te gebruiken voor inkomsten uit vermogen én een progressieve taks voor inkomen uit arbeid. ‘Men moet consequent zijn.’

Het probleem is dat zo’n dual income taks een grote fiscale hervorming inhoudt. ‘En dat doe je niet in het kader van een begrotingsdiscussie.’

Of een vermogensbelasting?

Een vermogensbelasting stoot dan weer op het probleem dat men het vermogen in kaart moet brengen, een kadaster aanleggen. Bij een vermogensbelasting moet men het vermogen ook nog eens gaan waarderen. Dat belooft tot discussies te leiden tussen fiscus en belastingplichtige. Bij een vermogensbelasting zou men vervolgens bijvoorbeeld een jaarlijkse heffing doen van 0,2% à 0,5% van de waarde van het totale vermogen.

Een vermogenswinstbelasting dan?

Bij een vermogenswinstbelasting belast men de opbrengst van het vermogen. Het bouwt dus verder op het vermogenskadaster dat men moet aanleggen én op de waardering van het vermogen van de belastingplichtige. Vervolgens gaat men ervan uit dat de belastingplichtige jaarlijks een fictief rendement van pakweg 4 procent haalt. het probleem is dat sommigen dat rendement niet halen (het rendement kan ook negatief zijn) en dat vooral grotere vermogens méér zouden verdienen dan 4% op hun vermogen. Het echte rendement dat iemand boekt, doet dus niet terzake.

Kampioen van de belastingen?

Volgens Goyaerts is het een mythe dat vermogen niet belast wordt. De roerende voorheffing is al van 10 procent gestegen naar 27% en sommigen denken aan 30 procent. Successierechten in de Belgische deelstaten zijn bij de hoogste. In de VS moet je in rechte lijn al meer dan 5,45 miljoen dollar vermogen hebben vooraleer een eerste dollar successiebelasting verschuldigd is. Goyvaerts vindt wel dat Maus een punt heeft als hij zegt dat een grondige fiscale hervorming nodig is en dat die moet los staan van een onmiddellijk begrotingstekort.

Hervormingen in de inkomstenbelasting, brengen pas in jaar twee geld op. Als de regering geld voor dit jaar geld zoekt, kan ze beter de BTW verhogen. Dan heb je na een maand al nieuwe inkomsten.