De Standaard Mobile

Die losbandige homo’s toch

Het past niet netjes binnen het cliché, maar dat hiv bij homomannen veel vaker voorkomt ligt heus niet (alleen) aan promiscuïteit, schrijft Alexis Dewaele. Er zijn meerdere redenen waarom ze zo kwetsbaar zijn, en die maken meteen ook duidelijk dat preventie in het homomilieu noodzakelijk is.

Wie? Bestuurslid bij Sensoa en promotor van verschillende onderzoeken met betrekking tot holebi’s (UGent, UAntwerpen).

Wat? Hiv maakt deel uit van de homogemeenschap. Om iets aan de huidige toestand te doen, moeten we dat aanvaarden.

Die losbandige homomannen toch!

Geef toe, dat is toch ook wat u stiekem denkt als de jaarlijkse cijfers opnieuw aantonen dat het aantal nieuwe hiv-besmettingen bij homomannen is toegenomen. Telkens weer geven die cijfers aanleiding tot verontwaardiging. De internationale consensus is dat ongeveer 5 procent van de homomannen besmet is met het virus, maar op specifieke locaties in België, zoals in bepaalde seksclubs, loopt dat op tot 15 procent.

Telkens weer lokken die berichten emotionele reacties uit. Hoe is het zover kunnen komen? Waarom grijpt men (lees: de overheid) niet in? Wat loopt er mis met de preventie? We moeten nu iets doen! Vaak neigt het debat naar vingerwijzen en schuldigen zoeken: homomannen zijn losbandig, de overheid staat erbij en kijkt er naar, preventiewerkers zijn hun voeling kwijt met de doelgroep.

Anale seks is gevaarlijker

Maar zoals wel vaker is de realiteit veel complexer dan wat we zelf geneigd zijn te geloven. Er zijn verschillende factoren die ertoe bijdragen dat homomannen een kwetsbare groep zijn. Zo is het risico om met hiv besmet te worden ongeveer 18 keer groter als je anale seks hebt dan bij vaginale seks. Daarnaast kan het virus zich ook makkelijker verspreiden in hechte sociale netwerken. Met andere woorden, het risico op overdracht is groot in een relatief kleine gemeenschap van homo’s, en relatief klein in een grotere heteroseksuele gemeenschap. Dat grootstedelijke gebieden zoals Londen, Brussel of New York met hechte homogemeenschappen en een ruimer commercieel aanbod (meer bars en clubs voor homomannen) kwetsbaar zijn, is vanuit dat perspectief logisch.

Verder is een goede behandeling met aidsremmers tegenwoordig voor de meesten – gelukkig – beschikbaar en betaalbaar geworden. Maar, paradoxaal genoeg houdt hiv zo stand in de populatie, en neemt het risico op besmettingen toe. In het begin van aidsepidemie stierven homomannen (en met hen het virus) immers vrij snel aan aids.

Ten slotte is er een specifieke groep homomannen die veel seksuele risico’s neemt. Vaak zijn dat mannen die ook meer roken, drinken, drugs gebruiken en die lager scoren op vlak van zelfaanvaarding en mentaal welbevinden. De verklaring daarvoor ligt deels in de sociale context en de aanvaarding van homoseksualiteit in de samenleving. Zelfs in landen zoals België, waar er op het vlak van aanvaarding van holebi’s en gelijkheid in rechten grote stappen gezet zijn, zien we nog altijd vooroordelen, geweld, stigma en discriminatie. En ja, een leven lang consequent condooms gebruiken is moeilijk. Doe bij jezelf maar eens de test. Maar als je als hetero de mist in gaat, blijft de kans relatief klein dat je besmet wordt met hiv. Bij homomannen is die kans onnoemelijk veel groter.

Rest er ons dan enkel wanhoop? Zeker niet. We moeten blijven inzetten op condoomgebruik. Condooms zouden in homobars, op homofeestjes enzovoort – overal en altijd – gratis verkrijgbaar moeten zijn. Ze blijven immers het meest efficiënte middel om zich te beschermen tegen seksueel overdraagbare aandoeningen. Daarnaast moeten we absoluut de drempels verlagen opdat homomannen zich snel en goedkoop kunnen laten testen. En bij besmetting moeten we zo snel mogelijk een behandeling kunnen opstarten.

We hebben ook preventieboodschappen op maat nodig: een jonge gast van 18 die zijn eerste stapjes in het homoleven zet, moeten we anders benaderen dan een 40-jarige man die vaak homobars bezoekt en al een uitgebreide homovriendenkring heeft opgebouwd. Genieten van seks op een veilige manier moet daarbij de boodschap zijn.

Ten slotte blijft homofobie wegwerken een belangrijke randvoorwaarde. Het virus heeft nu eenmaal een voorkeur voor wie maatschappelijk kwetsbaar is (wereldwijd zijn dat bijvoorbeeld ook vrouwen in ontwikkelingslanden, intraveneuze druggebruikers, daklozen).

Wie betaalt?

Hiv is een deel van de homogemeenschap geworden, ik denk dat we dat moeten aanvaarden om de discussie te voeren. Het is erg belangrijk dat jonge homo’s dit begrijpen. Hiv is niet zo ver van hun bed als ze vaak denken. De huidige toestand schreeuwt om een vernieuwd risicobewustzijn bij deze groep. We moeten onderlinge banden tussen generaties versterken in een homogemeenschap die gefragmenteerd en soms zelfs verdeeld is. Die verdeeldheid is samen met het virus zelf nog onze grootste vijand. Zeker in een samenleving waarin solidariteit steeds meer in vraag wordt gesteld (wie moet dit allemaal betalen?). Maar niemand kiest ervoor om ziek te worden, toch?

Alexis Dewaele

Opinies