Foto: Irmy Coeckelbergs/rr

'Wij vrouwen zeggen veel te weinig tegen elkaar dat we goed bezig zijn'

Dorien Camps is oprichtster van Bossy, België's eerste magazine voor vrouwelijke ondernemers. Naast het online platform zal Bossy ook twee keer per jaar in een papieren versie worden uitgebracht. Het allereerste Bossy Magazine is sinds vorige week beschikbaar. De stijlgeheimen van Camps.

Wat was recent je beste aankoop?

‘Ik shop niet vaak, dus als ik iets koop is het altijd weloverwogen. Enkele weken geleden ging ik op outfitjacht. Ik zocht een jurk voor de trouw van een van mijn beste vriendinnen en iets voor de launchparty van Bossy Magazine. Het bleef uiteindelijk niet bij twee jurkjes. Ik kocht er drie - ik kon niet kiezen - een truitje en oorbellen.’

Welk kledingstuk zul je nooit weggooien?

‘Mijn balletschoentjes. Het geschuifel van die sloefkes over de houten vloer van de balletzaal, daar kon ik echt van genieten. Ze zitten nu in een doos  - bomvol andere mooie herinneringen aan mijn jeugd – die ik van mijn ouders kreeg de avond voor ik ging trouwen. Ik ben slecht in dingen weggooien. Ik denk altijd dat die trui nog in de mode komt, of dat die broek nog zal passen.’

Wat was je eerste designerstuk?

‘Ik heb mijn marraine’s vintage Delvaux gekregen. De tas is prachtig en staat in de dressing. Ik neem ze zelden mee omdat ik ze te mooi en fragiel vind. Handtassen zijn mijn zwakke plek. Ik ben gek op mijn grote, knalgroene Marc Jacobs-handtas waar alles – ook mijn laptop – in past. Ik kocht ze bij Twiggy in Gent. Daarnaast staan er nog heel wat andere op mijn lijstje, zoals eentje van Marie Martens, Mieke Dierckx of Marvais.’

Welke kleur komt het vaakst terug in je kledingkast?

‘Blauw is mijn favoriet. Het is een veilige keuze. Maar hierdoor verlies ik ook niet onnodig tijd wanneer ik me moet klaarmaken. Zwart komt ook vaak terug, maar dat vind ik soms iets te hard. Af en toe probeer ik wel eens voor een felle kleur te gaan, maar dat is niet altijd een schot in de roos.’

De meest waardevolle stijltip die je ooit kreeg?

‘Je look gaat veel verder dan een kledingstuk. Je make-up, kapsel, juwelen en schoenen dragen stuk voor stuk bij aan een geslaagde look. Deze tip heeft mijn mama onbewust doorgegeven.’

Wie is je grootste stijlicoon?

‘Geen internationale namen, wel alledaagse vrouwen die mijn pad kruisen. Die zich kleden zoals ze zijn. Die een stukje karakter in hun look steken en achterlaten. Die me inspireren om ook te experimenteren. En als het even kan, dan zeg ik dat ook. Wij – vrouwen – zeggen veel te weinig tegen elkaar dat we goed bezig zijn, op welk vlak dan ook.’

Wat is je grootste modeblunder?

‘Ik weet niet of meegaan met hypes onder de categorie modeblunder valt? Maar in het geval van Buffalo’s is dat absoluut zo. Ik moet toen ongeveer twaalf geweest zijn. Ik kreeg geen Buffalo’s van mijn ouders maar mocht het afgedragen paar van mijn tante meenemen voor een verkleedpartij op kamp. Gelukkig zaten we in de Ardennen en waren ze een maatje te klein waardoor de schade beperkt gebleven is.’

Wie is je favoriete ontwerper?

‘Ik hou van Belgische mode en shop graag lokaal. Een kledingstuk of accessoire moet me warm maken voor een bepaald moment of een bepaalde periode. Een event, een speciale dag, een feest, een reis of iets dergelijks. Bij ontwerpers als Nathalie Vleeschouwer, Mieke Dierckx, Delphine Cordie en Florien Pénard heb ik dat gevoel.’

Wat is je favoriete kledingwinkel of modeadresje?

‘Zowel in Diest als Gent loop ik graag langs bij mijn favoriete winkels, uitgebaat door fijne mensen.’

In welk kledingstuk zullen we je nooit zien?

If Monday were shoes, they’d be Crocs. Mijn maandag valt best wel mee – ik hou van mijn job - maar de uitspraak zegt het helemaal.’